Kapitalisme doorgeslagen?
Over de radio hoorde ik (midden augustus 2011) dat Arjo Klamer met anderen bezig waren na te denken over een ander financieel stelsel. Sweder van Wijnbergen deed daar in diezelfde uitzending wat denigrerend over: “Ik heb uit dat soort pogingen nog nooit iets concreets zien komen” of woorden van die strekking. Ik weet dat er in de hoek van HermanWijffels aan de RUU ook gekeken wordt of er iets structureels in het stelsel veranderd moet en kan worden. Zo ook bij het Platform Duurzame en Solidaire Economie, waarin een 20-tal NGO’s nu samenwerken om de Fair & Green Deal handen en voeten te geven.
Hebben we de werking van het kapitalisme en het moderne geldsysteem wel voldoende doorgrond? Dat vroeg ik me af bij het lezen van het artikel van Maarten Schinkel in de NRC-H van 12 aug. Enkele gedachten ter verder overweging.
Schinkel wil de moraal terug onder het kapitalisme. Dat die er nu niet is ligt volgens hem niet aan het kapitalisme. Maar het begon al met Adam Smith die vond dat de ondernemer alleen op zijn eigen belang moest letten. Dat was voor het algemene belang het beste. Smith wilde een morele context daarbij, maar in de economische ontwikkeling daarna, met steeds meer invloed van de geldmarkt op de bedrijvigheid, verdween de zorg om die context en ontstond het neo-liberale gedachtengoed.
De Ierse econoom Richard Douthwaite en anderen wijzen op de geldschepping. Eens het prerogatief van de koning of de staat. Nu echter, met de enorme hoeveelheid fiduciair kredietgeld, vooral een zaak van private banken. Deze moeten noodzakelijkerwijs meer letten op het rendement op de korte of middellange termijn dan op het algemeen belang. Vergeleken bij die hoeveelheid ‘fiat money’ is het aandeel chartaal geld – biljetten en munten, aangemaakt door de staat – in de geldcirculatie heel klein. Verreweg het meeste geld in gebruik is het door banken geschapen geld. De verhouding die er moet zijn tussen wat zij uitlenen en hun reële geldreserve is wettelijk geregeld maar in de bancaire praktijk steeds dunner geworden. (Men heeft wel het 30-voudige gevonden: tegen 1 euro reserve stond 30 euro uitgeleend!) Dat is nu eindelijk terecht een zorg van onze regeringen geworden.
Ik wilde eens mijn badkamer opknappen en leende daarvoor 15 mille van de bank. Tijdens de werkzaamheden zag ik af van de vergulde waterkranen en had opeens 3 mille over. Daarvoor kocht ik tijdelijk staatsobligaties die wat rente opleverden waarmee ik een deel van de bankrente op mijn lening kon betalen. Ik bedacht me dat op die manier geld direct van het publieke naar het private domein gaat. Hoe zit dat eigenlijk als banken direct staatsobligaties kopen? Als dat mag, lijkt me dat wel een gemakkelijk ‘basisinkomen’ voor banken.
Die bancaire geldschepping heeft ook gemaakt dat er in het bedrijfsleven een verschuiving heeft plaats gevonden van dividend naar rente. En dus van een met het bedrijfsresultaat meefluctuerende kapitaalsbeloning naar een vaste. Daarmee is het bedrijfsresultaat onder extra druk komen te staan, ook al is de rente op een lening een kostenpost. (Gaat er dus voor de winst af. = fiscus betaalt alweer mee!)
Keynes stelde voor om euthanasie te plegen op de rentenier. Waarom zou de automatische verrijking door moeten gaan als je genoeg hebt vergaard maar niet meer productief bent, vroeg hij zich af. Wilde hij een kapitalisme zonder kapitalisten?
De enorm toegenomen mobiliteit van aandelen moet ook een punt van zorg zijn. Dezelfde Keynes waarschuwde al voor het verschil tussen eigendom en verantwoordelijkheid. Een Noorse econoom noemde het de geïnstitutionaliseerde onverantwoordelijkheid van het kapitaal. Ik herinner me een interview met de succesvolle stofzuigerfabrikant Dyson die ervan blijk gaf niks te moeten hebben van de moderne, al te volatiele aandeelhouders (NRC-H 13-6-1998). De vroegere IMF- president Michel Camdessus waarschuwde al voor het verstikkende overwicht van het financiële domein op de reële economie (Le Monde, 23-12-1986). De bekende speculant George Soros placht er op te wijzen dat de financiële wereld zich geheel onttrekt aan de controle van regeringen en internationale organisaties. (Hij vond ook dat het vrijhandel-idee ontaard was in een gevaarlijk markt-fundamentalisme.)
Het geld, begonnen als smeerolie in de economische machine, is de aandrijvende gaspedaal geworden. Het geld wordt immers geacht aan te groeien. Concurrentie kan prima werken in een stabiele economie. Maar als het geld gaat aandrijven en groeidwang veroorzaakt, ontstaat de alom tegenwoordige race naar de bodem die in alle branches huishoudt. Van heilzaam wordt concurrentie destructief. De bedrijvigheid moet, om te overleven, ecologische en sociale grenzen geweld aan doen. Het vaak tot hoofdschuldige verklaarde consumentisme is het noodzakelijke gevolg en voortbrengsel van het productivisme. De produkten móeten immers verkocht worden. De onzichtbare en weldoende hand van de markt is de zichtbare en onaangename vuist van het kapitaal geworden.
Het positieve van deze analyse is dat wij ons als consument minder schuldig hoeven te voelen. Ja, ons vertrouwen - dwz. onze kooplust - wordt voortdurend noodzakelijk verklaard om het geld-gedreven geproduceer draaiend te houden. De huidige ratrace-economie vraagt en vormt bij ondernemers en ons allen een individueel ellebogengedrag. “We hebben best sociale spieren, stelt de US econoom Herman Daly in zijn For the Common Good, maar ze zijn wat verslapt geraakt door het overmatige beroep dat de huidige economie op onze ego-spieren doet.” Het kapitalisme heeft onze mentaliteit zo gevormd dat deze vervolgens als legitimatie aangevoerd kan worden voor datzelfde kapitalisme.
Wie, zoals Schinkel, de moraal in de economie wil terug krijgen zal dus van de groeidwang, het productiegeweld en de verbruiksnoodzaak moeten zien af te komen. En het geldsysteem en de markt weer meer in de samenleving ingebed zien te krijgen. Het geld van meester weer een dienaar. We kunnen dan best van een kapitalisme blijven spreken, een beschaafd en intelligent kapitalisme. Een gezond perspectief lijkt mij de vervanging van de ontstane aanbod- en opdringeconomie door een gekalmeerde economie gericht op de vraag, een vraag – weten we nu - die binnen de milieugrenzen blijft. In zo’n economie kunnen ook de ondernemers vrijer en meer maatschappelijk functioneren. Dat er blijkbaar iets structureels moet worden veranderd om ons gedrag en onze moraal weer op een beter pad te krijgen lijkt me een hoopgevende conclusie.
Willem Hoogendijk (wh@aarde.org) 13 augustus 2011
Stichting Aarde en deelnemer aan het Platform voor een duurzame en solidaire economie.
Nawoord: De oorspronkelijke tekst had ik opgestuurd aan de NRC, als reactie op Schinkel. Maar die 800 woorden vonden ze teveel. (Liever meer aandacht voor de vermaak-cultuur, zoals ik in de eens betere kranten constateer?) Als ik het tot 250 woorden kon terugbrengen, zouden ze opname overwegen. Mijn eerste reactie was ‘Bekijk ’t maar. Mag er nooit eens wat ruimte voor echt anders-denken zijn?’. Afijn, toch maar een poging gedaan.(Zie aan het eind.)
Wat de oorspronkelijke tekst betreft – hierboven - : niet gehad over de Tobin-tax waarvoor de aandacht herleeft. Noch over eco-gestuurde rentetarieven. Niet over lokaal geld, buurtbanken en onderlinge bedrijvennetwerken. Noch over mijn voorstel tot flexibilisering van zowel de kapitaalsbeloning als de werkgelegenheid (En iedereen aan het werk, naar vermogen. Dit in een emancipatoire, ‘toe-eigenende’, echt ‘werk nemende’, op den duur de economie mee-sturende context! Hallo, bent u daar nog?). En nog meer punten die anderen zeker zullen aanbrengen.
Ikzelf dacht wat denkvoer bij elkaar gebracht te hebben in mijn recente Om het Naakte Bestaan. Slechts 9.95 euro.
Kom net een ouder artikel tegen: Over kapitalisme, moraal en de contouren van een intelligente, dus werkelijk duurzame economie. Bij mij opvraagbaar.
Nog even met Pim Juffermans gebeld die vroeger de werkgroep Noord/Zuid van Groen Links leidde. Zijn tip voor wat betreft de huidige schuldencrisis: Kijk eens naar hoe er in de jaren ’80 met de schulden van Zuid-Amerika werd omgesprongen. Hij noemde de naam van een Amerikaan, Baker. Hij zei ook: verbazend zo gauw als men vergeet. Ik opperde dat wellicht mensen als Terhal en Pronk er nog iets van weten.
Er is momenteel in de media veel te doen over de schulden van de landen, Europa, de euro enz. Geen nieuwsrubriek of er zit een econoom in. Het valt me op dat bijna iedereen – economen, politici, beleidsmakers – de huidige economieën weer willen aanjagen of zien opbloeien. De bedrijvigheid moet aantrekken, het consumentenvertrouwen hersteld worden e.d. Kan ik me dat van beleidsmakers en politici nog wel voorstellen vanwege hun vastzitten aan de korte termijn en hordes kiezers, het verbaast me dat er nog zo weinig economen zijn die vraagtekens zetten bij een systeem waarin verbruikt moet worden om de boel draaiend te houden. Die niet inzien dat we met de traditionele groei (ook als deze wat hapert) bezig zijn hard de afgrond in te hollen. Met meer ecologie en toekomst in onze meetlatten, moeten we toch inzien dat onze moderne economieën allang een negatieve uitkomst hebben. (Ik zelf zet dat omslagpunt bij het massaal gaan gebruiken van fossiele brandstoffen. Al hebben onze voorouders ook al eerder vaak dom gedaan.) Verbijsterend vind ik ’t van die economen, 40 jaar naar het verschijnen van Grenzen aan de Groei… Nog zo weinig ecologisch inzicht en besef. 40 jaar de verschijnselen van aantasting en uitputting niet zien, misinterpreteren of bagatelliseren.
Mijn tot een brief ingekorte stuk voor de NRC. Ze lieten mij weten: een tijdje in beraad gehouden, maar uiteindelijk niet opgenomen. (Zo wordt het volk ook niet wijzer…)
Kapitalisme en moraal
Maarten Schinkel wil de moraal terug onder het kapitalisme. Dat die er nu niet is ligt niet aan het kapitalisme (12 aug.). Maar het begon al met Adam Smith van wie de ondernemer alleen op zijn eigen belang moest letten. Dat was voor het algemene belang het beste. Smith wilde een morele context daarbij, maar in de ontwikkeling daarna, met steeds meer invloed van de geldmarkt op de bedrijvigheid, verdween de zorg om die context. De vroegere IMF- president Camdessus waarschuwde al voor het verstikkende overwicht van het financiële domein op de reële economie.
Het geld dat moet groeien is van smeerolie in de economie de aandrijvende benzine geworden. Het veroorzaakt groeidwang en creëert de race naar de bodem die heden in alle branches huishoudt. Van heilzaam wordt concurrentie destructief. De bedrijvigheid moet, om te overleven, ecologische en sociale grenzen opblazen. Het tot hoofdschuldige verklaarde consumentisme is het noodzakelijke voortbrengsel van de productie die immers haar producten moet kwijt raken. De onzichtbare en weldoende hand van de markt is de zichtbare en onaangename vuist van het kapitaal geworden.
Die ratrace-economie vormt bij ons een ellebogengedrag. US econoom Daly: “Onze sociale spieren zijn verslapt door het overmatige beroep dat de huidige economie op onze ego-spieren doet.” Het kapitalisme heeft onze mentaliteit zo gevormd dat deze vervolgens datzelfde kapitalisme legitimeert.
Wie, zoals Schinkel, de moraal in de economie terug wil moet van de groeidwang, het productivisme en de verbruiksnoodzaak af komen, en het geldsysteem en de markt beter voegen in de samenleving. Een structurele verandering om onze moraal weer op een beter pad te krijgen is een hoopgevende conclusie.
Willem Hoogendijk
Stichting Aarde en deelnemer aan het Platform voor een duurzame en sociale economie.
maandag 12 september 2011
De sprong van een modernist
Via de informatie in het Kunst- en antiekjournaal kom ik op een kijkdag van een veiling terecht waar ik aangetrokken word door een kloek stilleven. Klassiek, 19e eeuws, in zo’n brede, ouderwetse lijst in goudkleur. Typisch met een mand met een struik andijvie, appels ervoor en links een koperen bus als contrast met een donkere gemberpot ernaast. Absoluut kwaliteit. Van wie zou het zijn? Ik zoom in en, zie daar, rechtsonder: Louis Schelfhout, 1903.

Lodewijk Schelfhout 1903
Thuis doe ik wat onderzoek. In haar standaardwerk over Nederlandse moderne kunst, zegt mw. Loosjes dat het haar oudst bekende werk van Schelfhout een klein stilleven uit 1905 is. Een schaal met appels, met enige Cézanne-invloed. In de zogenaamde Zandvoort-catalogus van vooral het grafische werk van Schelfhout vind ik een afbeelding ervan: naast de schaal met appels ook appels en een peer ernaast, een mes en rechts een doek half op de tafel en afhangend. Inderdaad cézannesque. Ik verwerf het vroegere stilleven en bewonder de stap van de maker van zo’n 19e eeuws werk naar het modernere stilleven, een stap in twee jaar tijds. Ik ben het dan ook niet eens met de beschrijving in de Zandvoort-catalogus van het stilleven uit 1905: “traditioneel van opstelling, kleur en schildertrant.’ Integendeel helemaal 20ste eeuws geworden!

Lodewijk Schelfhout 1905
In 1903 verhuist het gezin Schelfhout van Haarlem naar Parijs. Vader Henri (schilder, zanger en fotograaf, zoon van de bekende Haagse School schilder Andreas) en Lodewijk laven zich er aan de stad en het Louvre. Lodewijk tekent er ook ijverig. Tevoren had hij - dan 21 jaar - nog in Haarlem gewerkt in het atelier van Theophile de Bock, en ik vermoed dat dat grote stilleven nog daar gemaakt is. Als een soort meesterproef? De ondertekening met Louis kan een anticipatie zijn op de gang naar Parijs. Frans en Duits waren bij ons toen überhaupt de buitenlandse courante talen; Engels werd dat pas later.
Op het stilleven uit 1905 had Lodewijk geannoteerd dat het in Parijs gemaakt was. Bijna een eeuw later komt het bij Bubb Kuyper onder de hamer, als onderdeel van de onverdeelde familieboedel. Het werd aangekocht door een nazaat, dus bleef het in de familie. Uit die boedel koop ik een landschap van Schelfhout uit 1909, alweer een stap verder in de moderne richting. Op karton, net als een bloemstilleven uit hetzelfde jaar in de collectie Smithuis. De schilder is dan te arm om behoorlijk te eten, laat staan om op doek te kunnen werken… Anders dan Van Gogh met zijn waarschijnlijk moeilijk karakter, was Lodewijk echter niet eenzaam want hij had vrienden gemaakt in de Parijse artiestencafés.

Lodewijk Schelfhout 1908
Daarna gaat hij zijn bekende, licht-kubistische werk maken, geïnspireerd ondermeer door Le Fauconnier en de gothiek waarvan hij een liefhebber was. Een tegen een heuvel oplopend dorp zoals Les Angles bij Avignon is een heel geschikt onderwerp voor als je het kubisme wilt verkennen. Zoals een Positano dat was voor Lubbers en Gestel. In Holland loopt er immers niks omhoog. Behalve dan de toren van Domburg… (Mondriaan!) Schelfhout maakte een aantal etsen van Les Angles. En over Mondriaan gesproken, bekend is de foto van het bezoek van hem aan Schelfhout in zijn Parijse atelier.
Vorige jaar heeft de actieve groep ‘Kunst aan de Dijk’ hem vereerd met een - helaas kortstondige - tentoonstelling in de kerk van Kortenhoef. (Zie uitvoerig in genoemd blad, mei 2006.) Kleinzoon Andreas beheert een website over zijn grootvader, met zijn levensgeschiedenis en zelfs nog een stukje pianospel van hem. Zacht en gevoelig, zoals de schilder waarschijnlijk zelf was. Daarop ook afbeeldingen van nog vroegere werken van de schilder. (www.schelfhout.info/lodewijk.htm)
Van nabij beleefde ikzelf dus 1903 – 1905 – 1909: de hink-stap-sprong van een boeiende modernist.
Willem Hoogendijk
.

Les Angles - 2 1912

Lodewijk Schelfhout 1903
Thuis doe ik wat onderzoek. In haar standaardwerk over Nederlandse moderne kunst, zegt mw. Loosjes dat het haar oudst bekende werk van Schelfhout een klein stilleven uit 1905 is. Een schaal met appels, met enige Cézanne-invloed. In de zogenaamde Zandvoort-catalogus van vooral het grafische werk van Schelfhout vind ik een afbeelding ervan: naast de schaal met appels ook appels en een peer ernaast, een mes en rechts een doek half op de tafel en afhangend. Inderdaad cézannesque. Ik verwerf het vroegere stilleven en bewonder de stap van de maker van zo’n 19e eeuws werk naar het modernere stilleven, een stap in twee jaar tijds. Ik ben het dan ook niet eens met de beschrijving in de Zandvoort-catalogus van het stilleven uit 1905: “traditioneel van opstelling, kleur en schildertrant.’ Integendeel helemaal 20ste eeuws geworden!

Lodewijk Schelfhout 1905
In 1903 verhuist het gezin Schelfhout van Haarlem naar Parijs. Vader Henri (schilder, zanger en fotograaf, zoon van de bekende Haagse School schilder Andreas) en Lodewijk laven zich er aan de stad en het Louvre. Lodewijk tekent er ook ijverig. Tevoren had hij - dan 21 jaar - nog in Haarlem gewerkt in het atelier van Theophile de Bock, en ik vermoed dat dat grote stilleven nog daar gemaakt is. Als een soort meesterproef? De ondertekening met Louis kan een anticipatie zijn op de gang naar Parijs. Frans en Duits waren bij ons toen überhaupt de buitenlandse courante talen; Engels werd dat pas later.
Op het stilleven uit 1905 had Lodewijk geannoteerd dat het in Parijs gemaakt was. Bijna een eeuw later komt het bij Bubb Kuyper onder de hamer, als onderdeel van de onverdeelde familieboedel. Het werd aangekocht door een nazaat, dus bleef het in de familie. Uit die boedel koop ik een landschap van Schelfhout uit 1909, alweer een stap verder in de moderne richting. Op karton, net als een bloemstilleven uit hetzelfde jaar in de collectie Smithuis. De schilder is dan te arm om behoorlijk te eten, laat staan om op doek te kunnen werken… Anders dan Van Gogh met zijn waarschijnlijk moeilijk karakter, was Lodewijk echter niet eenzaam want hij had vrienden gemaakt in de Parijse artiestencafés.

Lodewijk Schelfhout 1908
Daarna gaat hij zijn bekende, licht-kubistische werk maken, geïnspireerd ondermeer door Le Fauconnier en de gothiek waarvan hij een liefhebber was. Een tegen een heuvel oplopend dorp zoals Les Angles bij Avignon is een heel geschikt onderwerp voor als je het kubisme wilt verkennen. Zoals een Positano dat was voor Lubbers en Gestel. In Holland loopt er immers niks omhoog. Behalve dan de toren van Domburg… (Mondriaan!) Schelfhout maakte een aantal etsen van Les Angles. En over Mondriaan gesproken, bekend is de foto van het bezoek van hem aan Schelfhout in zijn Parijse atelier.
Vorige jaar heeft de actieve groep ‘Kunst aan de Dijk’ hem vereerd met een - helaas kortstondige - tentoonstelling in de kerk van Kortenhoef. (Zie uitvoerig in genoemd blad, mei 2006.) Kleinzoon Andreas beheert een website over zijn grootvader, met zijn levensgeschiedenis en zelfs nog een stukje pianospel van hem. Zacht en gevoelig, zoals de schilder waarschijnlijk zelf was. Daarop ook afbeeldingen van nog vroegere werken van de schilder. (www.schelfhout.info/lodewijk.htm)
Van nabij beleefde ikzelf dus 1903 – 1905 – 1909: de hink-stap-sprong van een boeiende modernist.
Willem Hoogendijk
.
Les Angles - 2 1912
vrijdag 5 augustus 2011
Ik en Van Gogh
Wat ik met Vincent van Gogh heb.
Na zijn schooltijd kreeg mijn vader tbc. Daarvoor kuurde hij in Driebergen en later in Davos. Hij was al verloofd met mijn moeder die hij op het gymnasium had leren kennen. Eens werd zij van college – zij was nederlands gaan studeren – weggeroepen omdat haar fiancé stervende was. Maar mijn vader is gelukkig hersteld, werd zelfs een robuuste man. Maar dat is hier niet ter zake. Tijdens het kuren heeft hij veel gelezen. Henriette Roland Holst, Tolstoy, Balzac en ook de brieven van Van Gogh. In drie delen, nog bezorgd door schoonzus Bonger. Die ging ik als jongen of jongeman ook al gauw lezen. Mijn vader was kunsthandelaar geworden, vooral in 17e eeuwse schilderijen. Maar soms had hij ook een tekening van Van Gogh en zelfs een vroeg stilleven of landschapje uit de Nuenense tijd . Mijn vader heeft ook wel de zoon van broer Theo, Vincent de ingenieur, gekend; deze beheerde de nalatenschap van zijn oom en ouders. Maar vooral door de brieven was de schilder een soort ver maar dierbaar familielid van ons geworden.
Ik begreep dat in zijn Haagse tijd Vincent wel eens rondgelopen had met Breitner, met hun schetsboekjes bij de hand. Ik verkondig wel eens: als Vincent het talent en de springplank van bijvoorbeeld Israels had gehad, was hij nooit het genie geworden dat hij werd. Israels, dankzij zijn vader Jozef ongeveer met een penseel in zijn mond geboren en met erg veel aanleg. Daarnaast Vincent, die eerst nog hulpprediker wilde worden en pas op latere leeftijd aarzelend ging tekenen in Londen en in de Borinage. De ploeteraar met zijn timmermanspotlood. (Beginnende tekenaars verwijs ik wel naar het vroege, onbeholpen tekenwerk van Vincent om hen moed te geven.) Ploeteraar maar ook knokker. Elke centimeter moest hij veroveren. (Wil je hier plaatjes zien? Ik zie voor me iets heel vroegs, uit de Borinage, met al die kasseien keurig uitgetekend. En dan, uit de Haagse tijd, een tekening van achtertuinen: al heel mooi en gevoelig.)
Wat nog meer te melden? Eens was er - ik meen dat het Van Gogh museum nog niet bestond – een Van Gogh tentoonstelling in Japan. Een stuk of 60 schilderijen van hem gingen per vliegtuig erheen. Mijn vader was verontwaardigd: “In één vliegtuig. Zijn ze nou gek geworden?!”
Ik ging en ga af en toe naar het Van Gogh museum. Altijd genieten. Ook van wat het museum er omheen heeft verzameld: tijdgenoten, inspiratoren van Vincent en dergelijken.
Boven die vroege dingen uit Nuenen en Antwerpen – boeiend. Ook het boek van Emmy Andriesse bekeken met foto’s van Arles en St. Rémy nu, met Vincent’s schilderijen ter vergelijking erbij. Ik geloof ook ooit het graf in Auvers bezocht te hebben, van de beide broers. Wat een toewijding van Theo, een heel leven lang! Vincent - altijd in geldnood en vast geen ‘makkelijk tiep’, zogezegd.

Nu komt er iets heel merkwaardigs. Sinds kort vind ik het mooiste schilderij van Van Gogh in zijn museum een werk dat … het minst Goghiaans is! Namelijk Het gezicht op Parijs. (F 261. Hulsker 1101, aldaar in kleur afgebeeld.). Helemaal de Hollandse traditie van Ruysdael en Koninck. Enigszins ton sur ton. De wat donker gehouden voorgrond, dan een lichter plan, dan weer – op de hoogte van de Dome des Invalides weer even donkerder. Heel geraffineerd. Een prachtig ritme in het schilderij, met bruine, donkerblauwe en grijze tinten. En een schitterende Hollandse lucht erboven. Ook invloed van iemand als Daubigny? Kan ik niet beoordelen. Vincent zat toen (1886) bij zijn broer, en dus is er helaas geen brief over. Heeft hij wellicht geprobeerd iets te maken dat Theo misschien beter kon verkopen dan zijn meer moderne werk? Afijn, het mooiste schilderij het minst Van Gogh! Komt het door mijn ouderwetse smaak? Maar ik heb het wel op mijn prikbord hangen naast een aquarel van Cézanne in de Courtauld Londen. Van een zelfde kwaliteit.
Willem Hoogendijk D.A. zn.
Zomer 2010
wh@aarde.org
PS Over de 17e eeuw placht mijn vader te zeggen: we hebben in ons land wat we niet verkocht hebben. Voor belangrijke meesters moet je naar het buitenland gaan: Bosch, Koninck, Hobbema. Die Cornelis Hoogendijk, met oa. die tiental (?) Cézannes: het Stedelijk had een Cézanne-zaal kunnen hebben waar nu de hele wereld voor langs zou komen!
PPS. Nog even iets over Cornelis’zuster Riet. Er is een bekende foto van Toorop die een model verwelkomt. Dat model, op de rug gezien, wordt nu gedacht Riet H. te zijn. T. was op haar verliefd, maar zij hield afstand omdat hij getrouwd was. Net als haar broer had ook zij veel geld geërfd. (De Hoogendijken waren succesvolle ondernemers in Capelle en Krimpen aan de IJssel. Oa. de Van der Giessen-de Noord werf was hun oude scheepswerf.) Met haar geld heeft Riet in 1903 een arbeiderswijkje laten bouwen in het Haagse Trransvaalkwartier volgens moderne ideeën, dwz. met lucht, siergroen, tuintjes en kinderspeelgelegenheid. 30 jaar later verkoopt zij het wijkje aan de gemeente. Voor het bedrag dat zij er destijds in gestoken had. Dat was nog eens chic. Hartverwarmend. Trots op zo’n achter-achter oud tante!
Riet trouwde met de schilder Van Blaaderen. Hun kinderen hadden nog wat schilderijen over, zoals te zien op een schilderij dat Sluijters van hen gemaakt had. Daaronder Van Gogh's stilleven met de blauwe handschoenen. Vanwege de familieband vroegen zij aan mijn vader dat voor hen te verkopen. Het werk ging naar de bekende Mellon-collectie in de Verenigde Staten.
Na zijn schooltijd kreeg mijn vader tbc. Daarvoor kuurde hij in Driebergen en later in Davos. Hij was al verloofd met mijn moeder die hij op het gymnasium had leren kennen. Eens werd zij van college – zij was nederlands gaan studeren – weggeroepen omdat haar fiancé stervende was. Maar mijn vader is gelukkig hersteld, werd zelfs een robuuste man. Maar dat is hier niet ter zake. Tijdens het kuren heeft hij veel gelezen. Henriette Roland Holst, Tolstoy, Balzac en ook de brieven van Van Gogh. In drie delen, nog bezorgd door schoonzus Bonger. Die ging ik als jongen of jongeman ook al gauw lezen. Mijn vader was kunsthandelaar geworden, vooral in 17e eeuwse schilderijen. Maar soms had hij ook een tekening van Van Gogh en zelfs een vroeg stilleven of landschapje uit de Nuenense tijd . Mijn vader heeft ook wel de zoon van broer Theo, Vincent de ingenieur, gekend; deze beheerde de nalatenschap van zijn oom en ouders. Maar vooral door de brieven was de schilder een soort ver maar dierbaar familielid van ons geworden.
Ik begreep dat in zijn Haagse tijd Vincent wel eens rondgelopen had met Breitner, met hun schetsboekjes bij de hand. Ik verkondig wel eens: als Vincent het talent en de springplank van bijvoorbeeld Israels had gehad, was hij nooit het genie geworden dat hij werd. Israels, dankzij zijn vader Jozef ongeveer met een penseel in zijn mond geboren en met erg veel aanleg. Daarnaast Vincent, die eerst nog hulpprediker wilde worden en pas op latere leeftijd aarzelend ging tekenen in Londen en in de Borinage. De ploeteraar met zijn timmermanspotlood. (Beginnende tekenaars verwijs ik wel naar het vroege, onbeholpen tekenwerk van Vincent om hen moed te geven.) Ploeteraar maar ook knokker. Elke centimeter moest hij veroveren. (Wil je hier plaatjes zien? Ik zie voor me iets heel vroegs, uit de Borinage, met al die kasseien keurig uitgetekend. En dan, uit de Haagse tijd, een tekening van achtertuinen: al heel mooi en gevoelig.)
Wat nog meer te melden? Eens was er - ik meen dat het Van Gogh museum nog niet bestond – een Van Gogh tentoonstelling in Japan. Een stuk of 60 schilderijen van hem gingen per vliegtuig erheen. Mijn vader was verontwaardigd: “In één vliegtuig. Zijn ze nou gek geworden?!”
Ik ging en ga af en toe naar het Van Gogh museum. Altijd genieten. Ook van wat het museum er omheen heeft verzameld: tijdgenoten, inspiratoren van Vincent en dergelijken.
Boven die vroege dingen uit Nuenen en Antwerpen – boeiend. Ook het boek van Emmy Andriesse bekeken met foto’s van Arles en St. Rémy nu, met Vincent’s schilderijen ter vergelijking erbij. Ik geloof ook ooit het graf in Auvers bezocht te hebben, van de beide broers. Wat een toewijding van Theo, een heel leven lang! Vincent - altijd in geldnood en vast geen ‘makkelijk tiep’, zogezegd.
Nu komt er iets heel merkwaardigs. Sinds kort vind ik het mooiste schilderij van Van Gogh in zijn museum een werk dat … het minst Goghiaans is! Namelijk Het gezicht op Parijs. (F 261. Hulsker 1101, aldaar in kleur afgebeeld.). Helemaal de Hollandse traditie van Ruysdael en Koninck. Enigszins ton sur ton. De wat donker gehouden voorgrond, dan een lichter plan, dan weer – op de hoogte van de Dome des Invalides weer even donkerder. Heel geraffineerd. Een prachtig ritme in het schilderij, met bruine, donkerblauwe en grijze tinten. En een schitterende Hollandse lucht erboven. Ook invloed van iemand als Daubigny? Kan ik niet beoordelen. Vincent zat toen (1886) bij zijn broer, en dus is er helaas geen brief over. Heeft hij wellicht geprobeerd iets te maken dat Theo misschien beter kon verkopen dan zijn meer moderne werk? Afijn, het mooiste schilderij het minst Van Gogh! Komt het door mijn ouderwetse smaak? Maar ik heb het wel op mijn prikbord hangen naast een aquarel van Cézanne in de Courtauld Londen. Van een zelfde kwaliteit.
Willem Hoogendijk D.A. zn.
Zomer 2010
wh@aarde.org
PS Over de 17e eeuw placht mijn vader te zeggen: we hebben in ons land wat we niet verkocht hebben. Voor belangrijke meesters moet je naar het buitenland gaan: Bosch, Koninck, Hobbema. Die Cornelis Hoogendijk, met oa. die tiental (?) Cézannes: het Stedelijk had een Cézanne-zaal kunnen hebben waar nu de hele wereld voor langs zou komen!
PPS. Nog even iets over Cornelis’zuster Riet. Er is een bekende foto van Toorop die een model verwelkomt. Dat model, op de rug gezien, wordt nu gedacht Riet H. te zijn. T. was op haar verliefd, maar zij hield afstand omdat hij getrouwd was. Net als haar broer had ook zij veel geld geërfd. (De Hoogendijken waren succesvolle ondernemers in Capelle en Krimpen aan de IJssel. Oa. de Van der Giessen-de Noord werf was hun oude scheepswerf.) Met haar geld heeft Riet in 1903 een arbeiderswijkje laten bouwen in het Haagse Trransvaalkwartier volgens moderne ideeën, dwz. met lucht, siergroen, tuintjes en kinderspeelgelegenheid. 30 jaar later verkoopt zij het wijkje aan de gemeente. Voor het bedrag dat zij er destijds in gestoken had. Dat was nog eens chic. Hartverwarmend. Trots op zo’n achter-achter oud tante!
Riet trouwde met de schilder Van Blaaderen. Hun kinderen hadden nog wat schilderijen over, zoals te zien op een schilderij dat Sluijters van hen gemaakt had. Daaronder Van Gogh's stilleven met de blauwe handschoenen. Vanwege de familieband vroegen zij aan mijn vader dat voor hen te verkopen. Het werk ging naar de bekende Mellon-collectie in de Verenigde Staten.
maandag 4 april 2011
Sociale activering
De coalitie wil mensen met een uitkering verplichten een tegenprestatie te verrichten, meer dan solliciteren of bijleren. Men denkt dan aan helpen in de zorg of de plantsoenen of op school. Bij de SP vindt men dat moderne slavernij. Maar een ruime meerderheid van de bevolking heeft geen moeite met het leveren van een tegenprestatie. “We zijn weer onder de mensen.” En vanuit de ecologie bezien, zou iedereen die van de Aarde neemt haar wat moeten teruggeven. Hetzelfde geldt voor ons profiteren van de maatschappij. In Duitsland wordt gedacht aan een sociale dienstplicht voor jongeren, vergelijkbaar met de militaire dienstplicht zoals wij die vroeger hier hadden.
Om ons voor te bereiden op wat ons mondiaal aan moeilijkheden te wachten staat (klimaatontregeling, gebrek aan water en voedsel, olie- en materialenschaarste) zullen we, tenzij wij de overheid als grote boeman willen hebben, binnen onze bevolkingen meer gezamenlijkheid moeten ontwikkelen. Dat kan door wat meer gelijkheid te ontwikkelen, ten koste van enige individuele vrijheid. Daarom zou iedereen naast zijn of haar gewone werk, naar vermogen, iets aan de buurt of regio moeten teruggeven. Zowel de bankdirecteur als de stratenmaker. Een dagdeel per week helpen bij een tuinder of boer in de buurt, sporten met lastige pubers, boodschappen en klussen voor bejaarden en gehandicapten doen, bomen planten en de wijk vergroenen, een buurtmoestuin helpen opzetten, fietsen repareren, voorlezen op school, huiswerk begeleiden, het dorpshuis opschilderen, een bibliotheek of ‘toolpool’ opzetten voor het dorp of de wijk, Nederlandse les geven. Per buurt of regio kan zulk werk door de bewoners zelf geregeld worden. Zo zouden we meer gezamenlijkheid kunnen kweken en meteen de kloof kunnen verkleinen tussen werkenden en werklozen, tussen hen die participeren en hen die gemarginaliseerd zijn.
Als dit sociale werk vooral op duurzaamheid gericht is en ons wat dichter bij zelfwerkzaamheid en eigen bedrijvigheid brengt, kunnen we vreugdevol deze moderne slavernij omarmen. De nieuwe maatschappij wordt in de oude geboren. Helemaal zuivere stappen zijn er niet, als telkens het voordeel van de te nemen stap maar groter is dan het nadeel.
Willem Hoogendijk
dec. 2010
Voor de door Stichting Aarde ondersteunde bewonersactiviteiten in Dordrecht, wijk Crabbehof: zie mijn Om het Naakte Bestaan, blz. 129 t/m 131
Om ons voor te bereiden op wat ons mondiaal aan moeilijkheden te wachten staat (klimaatontregeling, gebrek aan water en voedsel, olie- en materialenschaarste) zullen we, tenzij wij de overheid als grote boeman willen hebben, binnen onze bevolkingen meer gezamenlijkheid moeten ontwikkelen. Dat kan door wat meer gelijkheid te ontwikkelen, ten koste van enige individuele vrijheid. Daarom zou iedereen naast zijn of haar gewone werk, naar vermogen, iets aan de buurt of regio moeten teruggeven. Zowel de bankdirecteur als de stratenmaker. Een dagdeel per week helpen bij een tuinder of boer in de buurt, sporten met lastige pubers, boodschappen en klussen voor bejaarden en gehandicapten doen, bomen planten en de wijk vergroenen, een buurtmoestuin helpen opzetten, fietsen repareren, voorlezen op school, huiswerk begeleiden, het dorpshuis opschilderen, een bibliotheek of ‘toolpool’ opzetten voor het dorp of de wijk, Nederlandse les geven. Per buurt of regio kan zulk werk door de bewoners zelf geregeld worden. Zo zouden we meer gezamenlijkheid kunnen kweken en meteen de kloof kunnen verkleinen tussen werkenden en werklozen, tussen hen die participeren en hen die gemarginaliseerd zijn.
Als dit sociale werk vooral op duurzaamheid gericht is en ons wat dichter bij zelfwerkzaamheid en eigen bedrijvigheid brengt, kunnen we vreugdevol deze moderne slavernij omarmen. De nieuwe maatschappij wordt in de oude geboren. Helemaal zuivere stappen zijn er niet, als telkens het voordeel van de te nemen stap maar groter is dan het nadeel.
Willem Hoogendijk
dec. 2010
Voor de door Stichting Aarde ondersteunde bewonersactiviteiten in Dordrecht, wijk Crabbehof: zie mijn Om het Naakte Bestaan, blz. 129 t/m 131
Links of rechts
Er is veel te doen over wat nu links is en wat rechts. Ik bedacht het volgende. De hele officiële maatschappij is eigenlijk rechts. Immers voor de bedrijvigheid gekenmerkt door concurrentie, de ratrace naar de laagste kostprijs, de dwang tot groei en rendement en tot voortdurende schaalvergroting en intensivering, de strijd om markten en grondstoffen. Wedijver ook tussen de werkers onderling. De werkdruk, vaak leidend tot stress, of de zorg om je baan te behouden. Algemeen in de maatschappij ook nog de enorme beloningsverschillen, de kloof tussen de bovenliggers en de anderen en die tussen werkenden en gemarginaliseerden, plus nog voor velen de zorg om het eind van de maand te halen. Dit is overigens minder de schuld van de mensen dan van de heersende economie die ons ter overleving een competitieve en harde mentaliteit opdringt. Dit hele maatschappelijke en economische complex heeft een overwegend rechtse signatuur. Elke kritiek erop lijkt dus links, kan algauw gekwalificeerd worden als komend van links. Zo ook de pogingen tot compensatie en verzachting. Dit wilde ik graag aan de lezers voor leggen.
Abonneren op:
Posts (Atom)