Posts tonen met het label economie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label economie. Alle posts tonen

dinsdag 6 maart 2012

Terug naar de fifties/sixties?

Ot en Sien samenleving

Op het Springtijfestival (IMSA, Terschelling, sept. 2010) werd mij gevraagd om een beeld van de duurzame maatschappij. Als tegenwicht voor de optimistische techneuten en opgewekte groene doorgroeiers zei ik (een apostel van de krimp): een Ot-en-Sien samenleving. Er was geen boegeroep, maar wel geluiden van verontwaardiging en hilariteit.
Voor wie deze figuren uit een oud kinderboek niks zeggen: ik herinner me iets van kindertjes die op een vrij lege weg of straat tollen en knikkeren. Lage huizen met tuintjes. Idyllisch. Periode? Laten we zeggen: geschreven rond 1935. (Hadden ze ook iets te maken met Dik Trom? Ook zo’n kinderfiguur uit die tijd. Ander boek?)
Later bedacht ik me hoeveel maak-industrie er toen tegelijk nog was: we bouwden grote schepen, spoorwagons, vliegtuigen zelfs, de Rotterdamse haven liep al lekker, in Twente en Brabant draaiden nog textielfabrieken, we mijnden steenkool en de landbouw was nog divers.
Kijk eens in oude fotoboeken. Toen was er best veel politie overal op straat, en op het station waren er kruiers, ‘witkielen’ die hielpen met de bagage. Chauffeurs hadden bijrijders. De post werd twee- of zelfs driemaal per dag bezorgd. Er was overal veel personeel. Een leraar van een middelbare school verdiende genoeg om een intern dienstmeisje te hebben. (Zijn vrouw werkte niet, was vooral moeder en runde het huishouden.)
!935? In de fifties, dus na WO II, was het ook nog zo. Dat had ik beter kunnen zeggen: rond 1960. We waren toen al een erg rijk land, deden het echter met de helft van de energie die we nu vebruiken. Met materaal werd ook veel langer gedaan.

Mijn grote vraag: hoe was dit allemaal mogelijk?
En we leefden toen nog niet eens van de aardgasbel!
Wat ging er mis?
Economen, sociologen – graag antwoord.

Jan Blokker zei in de docu over hem: het was toen nog een vrij geëgaliseerde maatschappij.
De salarisverschillen waren nog niet wat ze nu zijn.
Nog even een herinnering inzake de omgang met materiaal: bij mijn niet-arme en niet-gierige grootouders werden de papieren boterhamzakjes na gebruik leeg gemaakt van de kruimels, opgevouwen en opgeborgen voor hergebruik. En bij het gaan eten in de eetkamer, gingen de lampen in de huiskamer uit. Nogmaals: welvarende, niet-schraperige, ja, royale mensen. Mijn ouders hadden ook nog die mentaliteit en omgang met de dingen.

Graag een verklaring.
En op naar die rustige Ot-en-Sien maatschappij, met weer veel maak-bedrijvigheid. Of beter: naar de Sixties van de vorige eeuw!

Willem Hoogendijk
December 2010
wh@aarde.org

PS Desgevraagd, opperde John Huige, van het Platform DSE, dat een oorzaak van de verandering zou kunnen zijn de enorme ontwikkeling van de consumptiegoederen-kant.
Verder gingen de lonen en de belasting daarop flink omhoog, mede of vooral om de groter wordende verzorgingsstaat te betalen.

Kapitale econ. systeemfout

Kapitale economische systeemfout: de verbruiksnoodzaak

Beetje verkort geplaatst in de Volkskrant van 3 maart 2012, blz. 32

Bij het World Economic Forum in Davos is het kapitalisme besproken: deugt het of niet?
Ja, zeiden de ondernemers. Nee, vonden de vakbondsmensen. Het is maar wat je onder kapitalisme verstaat. Laten we naar de situatie van nu kijken.
Onze economie is aan het kwakkelen of zelfs krimpen. Het ach-en-wee klinkt ook elders. Haperende verdienmachines betekenen minder consumptieve bestedingen, overheidsuitgaven en pensioengeld en meer werkloosheid. Ligt de oorzaak bij de kredietcrisis, uitgelopen op een algehele financiële malaise, of zijn er diepere oorzaken? Het kapitalistische systeem is immers zo totalitair dat het ook ons economisch beschouwen verkokerd heeft. De media lopen over van de economen, industriëlen en beleidsmensen die het consumentenvertrouwen willen herstellen en de economie weer opkrikken. Begrijpelijk van ondernemers, beleidsmakers en politici vanwege hun vastzitten aan de status quo, maar verbazend dat nog zo weinig economen vraagtekens zetten bij een systeem waarin verbruikt moet worden om de boel draaiend te houden. Ziedaar de mijns inziens kapitale systeemfout in de huidige economie die niet gezien wordt, laat staan in Davos ter sprake komt.
Vroeger hadden we economische bedrijvigheid die de vraag volgde. Bedrijven fluctueerden met de schommelingen van de vraag. Vele werkers waren navenant flexibel. Vervolgens ging de rol van het geld toenemen, met name de geldaccumulaties uit de handel. Om deze te vermeerderen gingen de eigenaren ervan produceren. De kooplieden werden fabrikanten, de werkplaatsen fabrieken. Onder druk van deze investeringen die moesten renderen ontstond de continue productie met een toegenomen arbeidsspecialisatie. De waren moesten afgezet worden, dus de vraag gestimuleerd. De vraageconomie was er een van het aanbod geworden.
Andere groeifactor was een toenemende en zich emanciperende bevolking. Kelderwoningen werden Wibaut-appartementen en deze later weer doorzonhuizen. Fossiele brandstoffen dreven de alsmaar verbeterde machines aan. Belangrijke groeistimulans werd ook de bancaire geldschepping; dat kredietgeld ging qua volume het gewone geld vele malen overtreffen. Er ontstond een productiesysteem onderworpen aan groeidwang dat het moest hebben van reclame en marketing, verminderde kwaliteit en de algehele culturele omhelzing van innovatie en groei: meer, nieuwer, sneller. Duizenden jaren van spaarzaam omgaan met energie en materiaal kreeg het pejoratieve stempel van ouderwets. Best begrijpelijk ook, gezien het toegenomen comfort en een veelheid van arbeidsbesparende vernieuwingen. Ongeveer iedereen had het beter gekregen dan zijn grootouders en de ervaringen met een planeconomie in een één-partijsysteem waren niet best. Leve het vrije ondernemen en het kapitalistische groeisysteem.

Kapitaal dominant

Maar is alles wel rozengeur en maneschijn? In de economie van het aanbod, ja de opdring, zijn de bedrijven zo ‘mono’ (maar één soort product), grootschalig en overspannen geworden dat er niks mis mag gaan of er is trammelant. Een dip in de afzet die even aanhoudt, of er dreigt faillissement. De volatiliteit van aandeelhouders en andere investeerders speelt daarbij een grote rol. Het personeel zal zich ook verzetten tegen ontslag, maar de factor Arbeid is toch altijd nog de zwakkere van de factor Kapitaal. Als die uit de onderneming stapt, is het einde verhaal.
Van dienaar was het geld meester geworden. Dat werd echter verhuld in de klassieke theorie die leerde dat het geld vooral een facilitator was. Maar de onzichtbare hand van de markt was de zichtbare vuist van het kapitaal geworden. Bovendien heeft het kapitalisme onze mentaliteit zo ‘ego’ gekneed dat deze vervolgens dient voor zijn eigen legitimatie.
Het productiegeweld heeft een overeenkomstig consumptiegeweld nodig en oefent een rampzalige druk uit op de biosfeer. De mensheid is bezig met een suïcidale aanslag op haar eigen draagvlak. De Aarde kreunt steeds luider, maar wij horen het niet door ons vastzitten aan de zorgen van alle dag en, bij de welgestelden, de geneugten van alle dag. Op het dek van de Titanic wordt vrolijk de in de spektakelmaatschappij ontstane verdoofcultuur omhelsd.
Geld dat moet groeien, fabrieken die dus alsmaar moeten draaien, de consumptie die dus navenant op peil moet worden gehouden – ziedaar de absurde toestand van een verkwistende en tegelijk aantrekkelijke spullencultuur. De econoom Schumpeter deed er met zijn creatieve destructie nog opgewekt een roze strik omheen. Dit alles werd nog eens enorm versterkt door de bancaire geldschepping en de consumptieve kredietverlening.
Bij de groenen en maatschappijcritici werd al vroeg gesproken over een balloneconomie die eens zou barsten. Zij gingen streven naar een gekalmeerde, groene en meer sociale economie om een crash te vermijden. Nu gaan we toch die crash beleven die een depressie kan worden omdat de economische verwevenheid en kwetsbaarheid groot zijn, groter dan rond 1930. Even ergens een dalende afzet en er is elders ook ellende. Een depressie zit eraan te komen, of een lange stagnatie zoals Japan kende.

Flexibilisering

Men is nu enthousiast over zonnepanelen, elektrische auto’s en cradle-to-cradle. Maar in een groeisysteem zijn zulke op zich nuttige technische middelen geheel onvoldoende en zelfs bedrieglijk want zij beletten het zicht op de noodzakelijke Grote Afslanking. Duurzaamheidsvoorman Herman Wijffels: we moeten niet ons tijdperk vernieuwen maar naar een nieuw tijdperk. Een doeltreffende aanpak moet dus dieper ingrijpen. We zouden ons dan allereerst moeten bevrijden van de groeidwang en de gevolgen ervan: de afzetdwang en de verbruiksnoodzaak. We moeten dringend van een aanbod- en opdringeconomie naar een economie afgesteld op de vraag. Een vraag, weten we nu, die rigoureus binnen de milieugrenzen blijft.
Het sleutelwoord is flexibilisering. Bedrijven moeten soepeler kunnen draaien, de vaak schommelende vraag volgend. Minder verkocht, dan niet algauw failliet -kapitaalvernietiging- maar op een lager pitje door, met minder mensen. Trekt de vraag weer aan, dan kan het bedrijf door met een weer grotere bezetting. Dat vraagt om een flexibele organisatie van de werkgelegenheid. Vele werkers hebben dan naast hun hoofdbaan een of meer bijbanen - een diversifiëring van hun loonbronnen. Inkomenszekerheid komt in plaats van baanzekerheid. De meeste mensen kunnen meer: tuinieren, chaufferen, voorlezen, kleren maken, knutselen en bouwen (het legioen der doe-‘t-zelvers!), koken, helpen met oogsten, sjouwen, steunkousen aanleggen. De discussie over een basisinkomen wordt relevant. Er zijn natuurlijk ook vele werkers die continu moeten blijven presteren in een en dezelfde baan voor producten als brood en melk, water en energie, zorg, onderwijs, veiligheid en justitie, wegwerpluiers en wc-papier.
De groeidruk op de onderneming komt nog sterker van het bedienen van de geldschieters. Voor vele ondernemers is de economie een commando-economie, zoals men de staatssocialistische planeconomieën placht te kwalificeren. Die groeidruk kan verminderd worden door eveneens de kapitaalbeloning te flexibiliseren: minder afgezet, dan ook minder geld naar de financiers. Er dient dan een sterkere koppeling te zijn tussen investeerders en bedrijf dan nu het geval is, zeker met de huidige grote aandelenmobiliteit. Er wordt wel gedacht aan de stichtingsstructuur waarin dan beide partijen zitten. Flexibilisering van de economie zal een bevrijding betekenen van de ondernemer en de bedrijven, namelijk een verlossing van de groeidwang en de absurditeit van het in de ratrace voortdurend maximaal moeten produceren en afzetten. Dan komt er werkelijk ruimte voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. In feite is er dan een algehele bevrijding van de bedrijvigheid.

Kalmering en relokalisering

Het herstellen van de biosfeer en haar functies en voorraden vraagt om een flinke kalmering en relokalisering van de economie. Het driftige heen en weer bewegen van goederen en mensen is onwenselijk en onhoudbaar. Keynes adviseerde al goederen zoveel mogelijk thuis te maken. (Hij voegde er nog iets interessants aan toe gezien de huidige crisis: houd vooral de financiering in de eerste plaats nationaal.) Regionalisering krijgt van de vrijhandelaars algauw het zwarte etiket van protectionisme, maar als er nu íets in het neoliberale systeem zwaar geprotegeerd wordt, zijn het de begerige, over de hele Aarde ongeremd heen en weer vliegende kapitalen. « Het kapitaal stroomt de hele wereld over op zoek naar de hoogste opbrengst. » signaleerde Bolkestein al vroeg (Volkskrant, 21-1-1984). Een meer eigenstandige economie – minder im- en export afhankelijk– is heilzaam voor ons land. Onze grote buren hebben daar veel meer van over weten te houden en zijn daardoor minder kwetsbaar voor schaarsten, dure olie, ziekten en andere kinken in de kabel.
De gezondmaking en weerstandsverhoging van de economie impliceert de ontwikkeling van importvervangende bedrijvigheid en de uitbreiding van blauwe-boorden arbeid en ambachten. Dit kan in een ‘thuissector’ onder de officiële bedrijvigheid van baggeren, containers overladen en het exporteren van zuivel en chips. In de thuis- of basissector zou de hoofdactiviteit biologische land- en tuinbouw moeten zijn, met daarbij zoveel mogelijk eigen energieopwekking, hergebruik en herstel van natuur en platteland. ‘Eetbare steden’ en vergroende en nijver geworden buurten waarin zoveel mogelijk mensen naar vermogen productief zijn geworden in een economie op menselijk maat. De basissector zal ook alle werkers kunnen opvangen die nog voortdurend uit de officiële, aan de mondiale ratrace deelnemende sector gestoten zullen worden.
De werkdiversifiërung zal verschillen van het flexwerken zoals nu voorgestaan door de werkgevers, gevangenen van de huidige economie. De werkafwisseling –een wens van vele werkers, vooral de jongere– zou plaats moeten vinden in de context van verdere emancipatie, meer collectieve zelfsturing en dus van een economie die steeds meer van de mensen zelf wordt. Dat ligt in de lijn van onze geschiedenis. De gang naar een politieke democratie zou vervolgd kunnen worden met een economische democratie. Dan wel graag met verdiept milieubesef!
Afgezien van het handhaven van groene en sociale regels voor bedrijven en meer controle op de banken kan de officiële sector beter nog even met rust gelaten worden. Anders is er teveel ontreddering ineens. Een in de samenleving ingebedde sociale markteconomie met flink wat collectieve sturing en het geld als dienaar – wie wil kan het gerust kapitalisme blijven noemen. In zulke meer eigenstandige lokale economieën in Europa kan een balans tussen individueel ondernemerschap en collectieve planning ontwikkeld worden en ook een levendige onderlinge handel. De noodzaak tot een harde concurrentie met opkomende landen als China, India en Brazilië kan drastisch afnemen. Sterker: zo’n tot inkeer gekomen Europa kan een voorbeeld worden voor de nieuwe aanstormers: verander van koers voor het te laat is.
Utopisch? Het is utopisch te menen de oude economie voort te kunnen zetten en te rekenen op technische oplossingen. De man met de hamer wordt het opraken van grondstoffen en het disfunctioneren van de biosfeer zoals wij die nodig hebben om te bestaan. Wat meer is, de ingrediënten voor de economische gezondmaking zijn al overal in de wereld als hoopvolle plantjes opgekomen uit de scheuren in het huidige financieel-economische systeem. De nieuwe maatschappij wordt in de oude geboren. De huidige crisis kan, zoals in de judosport, prachtig aangewend worden voor de voor ons overleven noodzakelijke economische ombuiging. Misschien iets voor Davos volgend jaar.

--------------------

Mr Willem Hoogendijk is werkzaam bij de Stichting Aarde en lid van de werkgroep Voor de Verandering en de groep rond het Franse tijdschrift Entropia, geheel gewijd aan krimp.

dinsdag 13 september 2011

Neo-liberaal denken

Globalisering is goed. Als we de vrije markt zijn werk laten doen, komt het vanzelf goed met de mensen en de mensenrechten. (Frits Bolkestein)

Liberaal, als een aal. (Multatuli)

Zeer in vogelvlucht zijn hier wat basisfeiten over de ontwikkeling van de economische theorie en over de grondleggers van het economisch liberalisme bij elkaar gezet. Deze tekst diende als bijlage voor de cursus 'Solidaire economie' van Voor de Verandering (zie: http://www.globalternatives.nl)
Geschreven nog voor de kredietcrisis van 2008. Deze zagen wij, kapitalisme-kritici, anti-doorgroeiers c.s., aankomen, wij, die altijd al spraken van de ontstane, Westerse ballon-economie die een keer zou barsten.


Het is vooraf handig om te bedenken dat historische ontwikkelingen en culturele ‘klimaten’ vaak bepalend zijn voor de economische theorievorming. Denk aan de Verlichting, de handelsoorlogen tussen Spanje, Engeland en Holland, de vrijheidsstrijd van de Verenigde Staten en Frankrijk, de handelsblokkade van Napoleon, de industriële revolutie, de liberale strijd tegen de koningsmacht, de afschaffing van de slavernij, de 1ste Wereldoorlog, de emancipatie van de arbeidersklasse e.d.

Terzijde: In mijn boek begin ik eigenlijk met Aristoteles (die het ontstaan van kapitalisten meemaakte en zich keerde tegen ‘met geld geld maken’, dus ook tegen rente) en vermeld ik ook de franse filosofen Pascal en Montaigne. Zij hebben namelijk gemeen te pleiten voor het streven, niet naar een beter leven (naar als- maar-meer) maar naar het goede leven. Tegenwoordig komt dat weer een beetje in zwang, bijvoorbeeld bij de ‘cultural creatives’.
Daar gaan we dan. Ongeveer te beginnen bij Smith.

Lange tijd was de economie mercantilistisch. Een markteconomie, beschermd en geholpen door de staat (van protegerende invoerrechten en graanwetten tot blokkades en oorlogen) en met handel als voornaamste activiteit. Een land moest zien meer te exporteren dan te importeren. Edelmetalen (geld) en later wissels (het eerste papiergeld!) waren de belangrijke ruilmiddelen en werden ook machtsmiddelen. Dit ook omdat grond en arbeid eveneens marktgoederen werden (The Great Transformation, beschreven door Karl Polany).

Een Schotse leraar, Adam Smith (1723-1790), publiceert een boek Moral Sentiments, waarin hij benadrukt dat een markt ingebed dient te zijn in een gemeenschap, met waarden en normen als kenmerken.
Later in zijn leven schrijft hij wat werd het basisboek van de klassieke economische leer: The Wealth of Nations. Smith beschrijft enthousiast het aloude marktmechanisme. Bijvoorbeeld: is er vraag naar iets? Dan komen er meer aanbieders van dat iets en gaat de prijs vanzelf omlaag. Het economische verkeer wordt als door een onzichtbare hand geregeld. Mensen in vrijheid volgen hun natuurlijke neigingen. Ondernemers moeten alleen hun eigen belang in de gaten houden, dan komt het vanzelf wel goed met het algemene belang, met de maatschappij. Hier de grondslag van het liberale laisser-faire en dus van zo weinig mogelijk overheidsbemoeienis. Maar Smith vindt wel dat de markt ingebed moet zijn in regels en normen. Dus geen totale vrijheid zoals er later van wordt gemaakt.

Sinds de 18e eeuw werd erover gefilosofeerd of de mens in wezen goed is (Rousseau) of slecht (Hobbes: De mens is de mens een wolf.) De Britse schrijver T.S. Eliot zou later (met enige ironie?) concluderen over de liberale markt: ”Een systeem zo volmaakt dat niemand meer goed hoeft te zijn.”
Aan de hand van de beschrijving van de productie van spelden, onderstreept Smith voorts het belang van specialisatie oftewel arbeidsdeling om productie en de hele economie efficiënt te maken. Hij ontwikkelt ook de arbeidswaardeleer: het is vooral de arbeid die waarde creëert. Met zijn idee van een vrije markt keert Smith zich ook tegen afspraken tussen ondernemers en tegen monopolies zoals de Engelse VOC, de East India Company. De anti-monopolistische politiek zit altijd wel in de (neo)liberale benadering; vanwege de vrijheid van de markt en de mooie mechanismen die daarin werken.

De industriële revolutie voltrok zich – rond 1800 in Engeland - en productie werd belangrijker dan handel. De kooplieden van weleer waren producenten geworden. De ambachtelijke ateliers werden grote fabrieken, en machines namen veel werk over. Zodanig zelfs dat arbeiders machines kapot gingen maken: de Luddieten-beweging. Waar de macht nog in handen was van feodale en klerikale heren en machten, ging deze over op de bourgeoisie, gevormd door producenten, geldbezitters, groothandelaars en hen ondersteunende, hoge notabelen en kerkbonzen. Utopisten als de Fransman Charles Fourier hekelden het winstbejag en de trucs van commercanten (expres failliet gaan e.d.). Hij en bijv. Saint Simon en Owen stonden productieve gemeenschappen voor, gebaseerd op de nauwe samenwerking van de deelnemers. (In ons land begin 20ste eeuw geprobeerd door Frederik van Eeden met ‘Walden’.)

Smith’s leer werd verder ontwikkeld door David Ricardo (1772-1823), de briljante zoon (van een Hollandse beursman?) uit een joods-Portugese familie, door zijn huwelijk met een Quaker vervreemd van zijn familie. Hij vulde de klassieke leer aan met een theorie over lonen. Daarbij keerde hij zich tegen de hier en daar bestaande armenondersteuning en loonaanvulling door de overheid. Hij werkte ook de theorie van het vergelijkende kostenvoordeel uit die al aan specialisatie/arbeidsdeling ten grondslag lag. Hij nam als voorbeeld de lakenproductie in Engeland en de wijnproductie in Portugal. Het zou, op basis van kostenvergelijking, onvoordelig zijn voor Engeland wijn te gaan maken en Portugal laken. Zo werd Ricardo de vader van de internationale vrijhandel. Later ging men ook met het principe van de vergelijkende kosten het vrije kapitaalsverkeer verdedigen. Maar in Ricardo’s tijd was er nog nauwelijks sprake van de moderne kapitaalsmobiliteit. Om deze met Ricardo te rechtvaardigen: ‘too illogical for words’, zoals de hedendaagse Amerikaanse econoom Herman Daly het zegt. Over de huidige vrijhandel zou Ricardo zich in zijn graf omdraaien. Zowel bij Ricardo als al eerder bij Smith moet kapitaal ‘thuis’ blijven, juist ook in het belang van de bezitter.

Had Smith vooral de totale welvaart van een land voor ogen, John Stuart Mill (1806-1873) vulde hem aan door in te gaan op de verdeling van de welvaart. Dat kon niet overgelaten worden aan een onzichtbare regulator; dat moest gedaan worden door menselijk ingrijpen. Hij stond daarom wat dit betreft overheidsbemoeienis voor. We zouden hem nu misschien enigszins socialistisch noemen. Interessant voor onze tijd is dat hij er ook op wees dat economieën, net als natuurlijke systemen, eerst groeien maar daarna, om de natuur niet langer geweld aan te doen, beter kunnen overgaan op een ‘stationary state’ om zich verder kwalitatief uit te bouwen. Hij wijst ook op de achterstelling van vrouwen.

De arbeidswaardeleer komt bij Karl Marx (1818-1883) centraal te staan en vormt, naast het ethische aspect, munitie voor de strijd van Arbeid tegen Kapitaal. Het kapitaal, immers, eigent zich de hele tijd het waardesurplus, gecreëerd door arbeid, toe en accumuleert daardoor tot een enorme macht. Daartegenover dient een arbeidersmacht op te staan om de kapitaalsmacht uit te schakelen (klassenstrijd). Maar de gang naar het socialisme en de afschaffing van de staat moet wel eerst dòòr het kapitalisme heen. Het hoofdwerk van Marx heet Das Kapital en zijn ideeën worden nog altijd behandeld in de economieboeken. Een rustige sociaal-democraat als prof. Heertje erkent dat we nog altijd Marx nodig hebben om de huidige tijd van kapitaalsmacht, schaalvergroting en mondialisering te verstaan.

Het bekende communistische manifest van Marx en Engels, waarin – inderdaad! - onze tijd wordt beschreven alsof de schrijvers over onze moderne schouders de wereld van nu inkijken, vond bij publicatie (1845) nauwelijks gehoor. Er was in West-Europa wat anders aan de hand. Onder invloed van de Amerikaanse en Franse vrijheidsstrijd was er een democratische wind in Europa gaan waaien. Liberalen ijverden zich overal om de koningsmacht in te perken en stelden parlementen in, in ons land met Thorbecke. Daarna kwam de bekommernis met mensenrechten op (slavernij, kinderarbeid) en begon de emancipatie van de arbeidersklasse.

Werd in de klassieke leer de kapitaalinvestering nog als een belangrijke stimulator gezien (Ricardo, Mill), de rol van het geld, centraal in het mercantilisme als Zichtbare Hand, raakte geleidelijk ondergesneeuwd. Geld werd slechts gezien als neutraal, een facilitator, als smeerolie van de economische machine. Het kwam de bourgeoisie, in een tijd van opkomende democratiseringswind (19e eeuw), wel goed uit dat hun machtsmiddel – het geld - aldus wat gecamoufleerd werd. Vandaar dat de aangepaste klassieke of neoklassieke leer de officiële leer werd, met een standbeeld voor (een hier en daar wat uitgeklede) Adam Smith. (Zoals bekend wordt het belang van de heersende klasse meestal de heersende mening.)
In de hedendaagse terminologie gaat de camouflage door, namelijk door, naast van het financiële kapitaal te spreken van fysiek kapitaal en menselijk kapitaal, terwijl toch de eerste de dominerende van de drie is, waarmee je immers de beide andere kunt kopen of huren.

De Zwitserse econoom Hans Chr. Binswanger: “De rol van het geld werd als het ware met een katapult uit de theorie weggeschoten, terwijl de praktijk mercantilistisch bleef.” (Geld und Natur, 1991)

Het geld van de bourgeoisie moest meer worden, dus ‘werken’, dus produceren en de producten zien te verkopen. Er ontstond een produceer ’geweld’, vooral eerst van kapitaalgoederen: machines, mijnbouw, schepen, spoorwegen. De oude vraageconomie was een aanbodeconomie geworden, aangedreven door het geld, later ook door de emancipatie & democratisering (richting onze verzorgings- en consumptiemaatschappij). De Franse econoom Jean B. Say kon uitleggen dat een eventueel goederenoverschot t.z.t. toch wel door de markt geabsorbeerd zou worden. So no problem ….

Het liberale gedachtegoed kreeg een belangrijke katalysator in de persoon van Alfred Marshall (1824-1924) wiens Principles of Economics in 1890 verscheen en HET economieboek werd. Marshall meende dat het kapitalisme de gewone man en vrouw zou verheffen, en vele mensen zullen later bevestigen dat dat ook klopt.
Vanwege de vrije markt was ook hij tegen monopolie-vorming. (Heden ook nog de taak van onze Mededingingsautoriteit en in de EU met een speciale commissaris.) Marshall had het over een ‘economy of scale’. Vertaling? Optimale economie? Groei-door economie? Was hij een navolger van Léon Walras die vooral in evenwichten dacht: vraag-aanbod, geldmassa-goederenhoeveelheid? Marshall stond vast groei voor, maar zag geen groeidwang. De leer was: groei wordt gegenereerd door meer mensen, meer wensen, nieuwe markten, technologische ontwikkeling. Het geld erachter? Dooie hoek! Neutrale facilitator.
NB. Het evenwichten-model van Walras: weer een voorbeeld van de afwijking van de theorie ten opzichte van de praktijk van door-groei. (Ik ben nog zwak in Walras. Nog te checken. Sorry. WH)

De Oostenrijker Joseph Schumpeter (1883-1950) bewonderde Marx. Hij kreeg economische cycli in de gaten, lange en kortere. Innovaties stonden bij hem centraal. En expansie. Een neergang zag hij dan als ‘creatieve destructie’, waarna weer nieuwe opleving kwam.

Een ernstige deuk liep de liberale theorie op door de beurskrach van 1929. Deze begon in New York en had gevolgen op vele delen van de wereld in de vorm van een ernstige recessie die miljoenen werkloos maakte en in de armoede dreef. Daardoor kwam er ruimte voor andere ideeën over economie, aangevoerd door de Britse econoom (en halve filosoof, net als Smith trouwens) John Maynard Keynes (1883-1946). Ook hij schreef een baanbrekend boek: General Theory of Employment, Interest and Money (1936). Keynes bepleit juist een actieve rol van de overheid bij het reguleren van de nationale en internationale economie en is daarmee een van de vaders van de verzorgingsstaat, omarmd vooral door sociaal-democraten en socialisten. In een tijd van recessie, adviseerde Keynes, moet de overheid publieke aanbestedingen doen om de economie met zulke geldinjecties weer leven in te blazen. Zo ontstond bij ons bijvoorbeeld het Amsterdamse Bos, het resultaat van een van de werklozenprojecten in de crisistijd. Later ging men deze Keynesiaanse politiek weer verlaten omdat daarbij het gevaar van inflatie altijd op de loer lag.
Keynes werd ook later (meteen na W.O. II) de architect van de Bretton Woods instituties zoals de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds. Maar zij werden niet geëquipeerd zoals hij wilde vanwege obstructie vanuit de USA.
Meebelever van de ernstige crisistijd die in 1929 begon en een decennium aanhield, stond Keynes, aanvankelijk zeer geporteerd voor vrijhandel, een behoorlijke mate van zelfvoorziening voor. Ook kon hij behoorlijk uithalen tegen speculanten, hekelde hij het aandelensysteem en zette hij vraagtekens bij rente als dat alleen maar zorgde dat een rijke nog rijker werd. (Hij bepleitte de ‘euthanasie van de rentenier’.) Hij wilde a.h.w. het kapitalisme bevrijden van … kapitalisten! (Ik beroep me nog al eens op Keynes, span hem voor mijn kar; zeker in kringen waar Marx nog werkt als een rode lap op een stier.)

Waren de anarchisten en communisten ervan overtuigd dat het kapitaal getemd diende te worden en de arbeid bevrijd van het geldjuk, de sociaal-democraten sloten een pakt met het kapitalisme en vestigden, met de wind van Keynes’ ideeën in de rug, de verzorgingsstaat. Kiesrecht voor allen, de 8-uren werkdag, erkenning van vakbonden – geen misselijke verworvenheden. De koopkracht onder brede lagen van de bevolking nam toe. Dat kwam goed uit, want de alsmaar draaiende fabrieken moeten ook alsmaar hun spullen kwijt. Men kan ook zeggen (speculatie van mij…) dat de emancipatie historisch kon worden toegestaan cq. worden ontwikkeld cq. zich kon ontwikkelen toen de economie dringend behoefte kreeg aan meer koopkracht onder de bevolking. Hetgeen eenvoudig kon worden verwerkelijkt door de geldcirculatie uit te breiden over grotere delen van de bevolking. (Is er weer een Onzichtbare Hand bezig? Een Grand Design in de economie?)

Men ging – we zitten nu ongeveer na W.O. II - onderscheiden de anglo-amerikaanse versie van het kapitalisme (wat rauw: makkelijk ontslag (hire and fire), lage uitkeringen if at all, e.d.) en de Rijnlandse versie (oa. met ontslagbescherming, een fraai sociaal vangnet e.d.) zoals vooral verwerkelijkt in Duitsland, Nederland en Scandinavië. Maar bij een beetje zwaar economisch weer stonden de Rijnlandse verworvenheden meteen op de tocht. Het Kapitaal bleef de Arbeid overheersen. En de factor Arbeid, daar was de fut wat uit geraakt. De eigen krant en omroep waren verdwenen, de vakbond werd minder populair, de eigen voormannen bleken goed op de kapitalistische winkel te kunnen passen. Was de sociaal-democratie aan haar eigen succes bezweken? Daar lijkt het wel op.

De kapitalistische economie met haar liberale leer kon wijzen op het verdwijnen van veenhutten en kelderwoningen, van kinderarbeid en andere uitbuiting. Op de toegenomen welvaart, op beter onderwijs enz. Op superieure technologie en produktiekracht die bijv. in de oorlog hun diensten bewezen hadden; dit zeker ook ten dienste van Europa. Dit en de Koude Oorlog daarna plus nog een falend Sovjet-systeem en ook nog de stroom van indrukwekkende Amerikaanse consumptiegoederen – het is bij elkaar zeker van invloed (geweest) op het denken over economie en enige bewondering voor de V.S. en het vrije ondernemen en handelen.
Echter, als je naar de huidige sociale toestand in de V.S. kijkt, moet je toch concluderen dat het in de brede verhoogde welvaartsniveau bij ons toch vooral te danken is aan het door sociaal- en christendemocraten en links-liberalen gecorrigeerde kapitalisme: het Rijnlandse model.

Een oorzaak van de economische expansie moet nog belicht worden: de bancaire geldcreatie. Op basis van voorgenomen productie kan de ondernemer geld lenen van de bank. De bank opent gewoon een rekening of verhoogt de kredietruimte van de ondernemer. Het is geld gemaakt uit het niets (fiat money), maar het veroorzaakt geen inflatie want er staan toekomstige marktgoederen tegenover. Ook voor consumptieve uitgaven kan men lenen, of er zijn ruime afbetalingsmogelijkheden.
(Richard Douthwaite (Short Circuit): Geldschepping, ooit het prerogatief van de koning of de staat, is nu het recht van private banken.) Door de geldschepping werd en wordt de economische activiteit enorm opgestuwd. Met de rente op deze leningen worden de banken alsmaar rijker. Die rente vereist trouwens ook extra productie.
Binswanger: Dat bankkrediet komt in de maatschappij (huur of aankoop van gebouwen, machines, grondstoffen en mensen) en zal t.z.t. voor de nodige koopkracht zorgen die de geproduceerde goederen, als ze op de markt komen, zal afnemen. Geld gaat aan de vraag vooraf. De meestertruc (List der Vernunft) van het kapitalisme.

“Kapitalen trekken de wereld over op zoek naar de hoogste opbrengst”, constateerde VVD-voorman Bolkestein (1984) terwijl linkse partijen nog aan het nationale neuzelen waren. De concurrentie en de schaalvergroting namen alsmaar toe. Ook de multinationale ondernemingen (MNO’s) concurreren zwaar met elkaar. Om grondstoffen en markten, om andere bedrijven op te kopen e.d. Ook is er grote wedijver op technologische gebied. De MNO’s hebben veel geld nodig voor hun instandhouding en expansie. En om te zorgen dat hun aandeelhouders en andere geldschieters niet weglopen. (NB. In een groei-economie geldt voor elke onderneming, groot of klein: meegroeien of verdwijnen.) In dit licht, in zo’n harde wereld, is het duidelijk dat het Anglo-Amerikaanse model het beter doet dan het Rijnlandse. Daarom dat het Rijnlandse het altijd te verduren krijgt bij economische tegenwind. Die wordt dan gewoon te duur! En kweekt softies, werkschuwen. Vandaar dat er bij ons, na de periode Den Uyl/Club van Rome (= enig opkomend groen bewustzijn), er ‘no-nonsense’ werd geroepen en gepraktizeerd (Lubbers, Kok c.s.).

Vandaar dat opkwam de Chicago School met Milton Friedman (1912-2006) als voorname woordvoerder, ja propagandist. Geheel in de neoklassieke leer tegen elk overheidsingrijpen in de economie. Tegen bemoeienis met de arbeidsmarkt, tegen vakbondsmacht, minimumloon, werkloosheidsuitkeringen, controle op huren, e.d.
De Chicago Boys huldigden de kwantitatieve geldtheorie (verworpen door Keynes): variaties in de geldhoeveelheid worden opgevangen door identieke variatie in de prijzen. Geld is dus neutraal. Vandaar dat de mensen van de Chicago School monetaristen worden genoemd. Friedman kreeg de Nobelprijs.
Inflatie lag in de moderne economie, met haar economies-of-scale, altijd op de loer; vandaar alleen een beetje controle op het geld via hantering van de centrale rentevoet. Denk aan de persaandacht die mensen als Greenspan, chef van de US Federal Bank, en Duisenberg van de Europese Centrale Bank kregen: “Wat gaat u met de rente doen, meneer de president?”

Had Friedman vooral invloed op de US-regering, op Thatcher c.s. en het hele liberale veld had vooral invloed Friedrich von Hayek (Oostenrijk, 1899-1992). Een neoliberale steunpilaar van indrukwekkende afmetingen, vergelijkbaar met wat Keynes betekende voor de sociaal-democraten en links-liberalen. Want Hayek zette een filosofische bodem onder het liberale gedachtegoed. Anti Keynes dus, tegen elk interventionisme vanuit de overheid, dus tegen de verzorgingsstaat. Voor flexibilisering van de arbeidsmarkt, verzwakking van de vakbonden, deregulering en privatisering. Hayek, begrijp ik, had weinig vertrouwen in bewuste menselijke besluitvorming en dus in ‘s mensen plannenmakerij. Vandaar zijn heilig vertrouwen in de marktwerking, onbewust ontstaan over zovele jaren. Een spontane orde, zoals taal, moraal en het recht.
Hayek richtte in 1947 de invloedrijke liberale Club van Mont-Pelerin op (waarin niet alleen economen). Later werd Friedman er nog voorzitter van. Hayek werd ook Nobel beprijsd.
Het echec van de Sovjet-economie heeft vast een rol gespeeld en zeker ook de na-oorlogse stemming van: samen-plannen-maken (bij ons het ontstaan van de PvdA als doorbraakpartij, in Engeland de winst van Labour.)

Naar aanleiding hiervan: er zijn mensen die het kapitalisme en de concurrentie verdedigen met het argument dat dat stelsel het beste past bij de menselijke natuur. Natuurlijk heeft men dan weer de Westerse, verïndividualiseerde mens op het oog. Ik zeg wel eens: de kapitalistische economie heeft de mens zo omgeschapen/gekneed dat men vervolgens kan zeggen: Zie, de mens heeft zich een economie naar zijn natuur geschapen.

Mijn kritiek op Hayek is dat hij, zoals zovelen (vooral academici; en maar les geven, publiceren en lezingen houden, verdorie!), dat hij geen oog heeft voor de geldmacht en de pervertering van de markt daardoor. Zijn markt is zoals je nog vindt in kleine Zuid-Europese plaatsen en in het Afrikaanse en Aziatische binnenland. Ingebed in gemeenschappen. Nog ver van de cash-economy. (Voor een ingezonden brief tegen hem, zie de bijlage.)

Nog even over multinationals (MNO’s): mijn visie wijkt dus wat af van die van een David Korten of een Noreena Hertz die hen afschilderen als machtige organisaties met relatief veel vrijheid om te handelen. Deze kijk verhult m.i. de aandrijverij vanuit het geld erachter dat die vrijheid beperkt. Ook de MNO’s zitten in het door kapitalen aangedreven keurslijf van moeten-groeien, van groeidwang. De context, waarbinnen ook zij moeten opereren, moet m.i. veranderen (vandaar dat mijn boek heet: The Economic Revolution - 1991) en dit wordt verhuld door hen die de MNO’s zoveel macht toekennen of de schuld van alles geven.

De economische verwevenheid is ook enorm geworden. Een Deens dorp heeft een eigen windgenerator, maar zou die niet zelf kunnen maken. De onderdelen komen van heinde en ver. Nederland is een groot-investeerder in de V.S. Dus een deel van de surplus-waarde van de arbeid van de Amerikaanse werkers komt in ons land terecht. Enz. Enz. The World is Flat. (Boek van Thomas Friedman.)

Bekende regeringsleiders die de neoliberale visie en praktijk omhelsden (tamelijk begrijpelijk in mijn visie. Er was ook een peperdure wapenwedloop…) waren Reagan (V.S.) en Thatcher (U.K.). Reaganomics werd zelfs een term, en ook het Thatcherisme. Je rijk rekenen met te korte meetlatten, beperk de vakbondsmacht, milieu-wat-is-dat? en een te sociale politiek kweekt watjes. Doe mee aan de wereldhandel! Maar wel op onze termen. Onze kapitalen komen jullie ontginnen; pardon: beschaven. IMF, Wereldbank en WHO – ze werden allemaal in deze richting opgetuigd. Tevreden ontwikkelingslanden (vooral de elites daar?), maar ook vele huilende! Gebakken peren all over the world.

We zien nu bij ons weer enig gejojo: eerst verzorgingsstaatpolitiek, dan rechts kabinet strenger, minder Rijnlands. Daarna weer een verschuiving naar links met meteen de waarschuwing vanuit de VVD: die gaan teveel uitgeven.
De Waterlandstichting met Paul de Beer, Dick Pels c.s. schreef onlangs een sociaal-kapitalistisch manifest waarin gepleit wordt voor stevige herinstallatie van het Rijnlandse model. M.i. naïef, want geen oog voor de groeidwang en geen werkelijke temming van het Grote Geld, laat staan een bevrijding van de arbeid. (Mijn beknopte kritiek op het manifest bij mij op te vragen. Zo beknopt, vonden de Waterlanders, dat ze hem niet op hun website plaatsten… Smoes?)

De kredietcrisis van 2007 liet iets zien van de enorme hoeveelheden geld die over de wereld heen en weer trekken en die zich geheel losgezongen hebben van de reële economie van productie en consumptie. In de financiële sfeer gaat vele malen meer geld om dan in de reële.

Afsluitend: een heersende theorie of gedachtegoed is dat van de heersers. En dat niet alleen: het klopt met de harde werkelijkheid, hun harde werkelijkheid.
Maar de werkelijke macht erachter wordt verdoezeld of niet gezien of normaal gevonden. Bijv. die groeidwang – komt niet voor in de boeken. Maar is mooi wel de daagse praktijk en ervaring van elke ondernemer!
Er is dus een boel onthullends te doen. En moed gevend.
Het komt neer – mijn stokpaardje - op een bevrijding van de ondernemer, de werknemer en de hele bedrijvigheid, de hele economie!
Maar nu zitten we in een ander verhaal.

Willem Hoogendijk Februari 2007
(wat haastig concept nog, met hulp van Kees Hudig, Geoffrey Whitehead’s Economics made simple, en Gilles Dostaler in een dossier van Le Monde Diplo)

Dit werd geschreven n.a.v. het neo-liberale verhaal van Kees van Voor de Verandering – economiecursus. Zijn verhaal is okee, maar voor mij niet eventjes op kleine punten aan te vullen of te corrigeren, zoals hij vroeg. Bijv. het Wikepedia-verhaal over mercantilisme leek me teveel geschreven met een neoliberale pen. Ook een Friedman zou ik niet gauw hardvochtig willen noemen. Misschien een lieve man die het beste met de economie voorheeft! Een vijandige benadering (begrijpelijk!!) kan hier depolitiseren t.a.v. de CONTEXT waarin ook zulke mensen moeten werken.
Ik denk ook aan die Tilburgse docent van Fontys die een niet al te subjectief verhaal wenst. Vandaar mijn verhaal.
Bij Kees zeker elementen die ik nog in mijn verhaal zou willen incorporeren. Of omgekeerd! Laat ik graag aan een derde over.

Naschrift: Alternatieve economen: Hans Chr. Binswanger (CH), Richard Douthwaite (EIR), Bernard Lietaer (Be), James Robertson (UK), Herman Daly (USA), Serge Latouche (F), Hans Diefenbacher (D), Willem Hoogendijk (Nl), etc.

Hazel Henderson (USA-Ethical Markets): ”Geef een willekeurige groep studenten een basiscursus economie, en ze hebben een hersenbeschadiging voor het leven opgelopen.”

A propos: Hierna nog de voornaamste kritiekpunten op de heersende economie-theorie.





Economische theorie werkt versluierend:

● (Neo)klassieke theorie kwam te liggen over praktijk die mercantilistisch bleef

● Dominantie van de productiefactor geldkapitaal versluierd.
Geld zou slechts volgen, faciliteren, reguleren, niet aandrijven

● Kapitaalverschaffer voorgesteld als spaarder die afziet van consumptie of liquide zijn,
dus een offer brengt

• Natuur gereduceerd tot hulpmiddel;
en de mens tot arbeidskracht of consument

• Evenwichtsmodellen maskeren de groei(dwang)

• Ricardo's vrijhandel (op basis van kostenvergelijking) voorzag niet de latere mobiliteit van kapitaal en arbeid

• Verwervingseconomie voorgesteld als verzorgingseconomie

• Productiemaatschappij voorgesteld als consumptiemaatschappij

• Verheerlijking van de marktwerking

• Korte meetlatten
(milieu, sociaal, zorg e.d. tellen niet of minder. BNP vaak incompleet/misleidend.)

• Dominantie bedrijfseconomische niveau;
veel economieonderwijs ook vooral bedrijfseconomie

• Mens vooral als (begerig) individu beschouwd, en rationeel handelend ((homo economicus)




Er is een typisch liberaal verhaal over het ontstaan van het kapitalisme. Dat vertelt dat in een dorp of stam opeens iemand harder ging werken en/of iets uitvond waarmee hij rijker werd dan de anderen. En dat geld dan verder doet werken: anderen voor hem laten werken, zijn bedrijf uitbreiden, de gebruikte techniek verder ontwikkelt.
Wat er scheef aan dit verhaal is, dat die persoon dan opeens geen gemeenschapsmens meer zou zijn, zich enigszins losgemaakt zou hebben van zijn dorp of stam (zonder welke hij niet echt zou kunnen blijven leven!). Dat liberale verhaal gaat op voor als gemeenschappen al uit elkaar gevallen zijn, voor als mensen gereduceerd zijn tot individuen.
Bijlage


Klassiek-liberalisme

Een voorvader van mij – hij was beheerder van een postkantoor - begon in de 19e eeuw een machinefabriek. Enkele familieleden en vrienden fourneerden het geld. Elke ochtend om 6 uur ging de eigenaar samen met zijn arbeiders op klompen de 'piep' in, zoals ze in Twente een fabriek - naar haar schoorsteenpijp - noemden. Zijn vrouw liep geregeld door de hallen, informeerde bij de werkers naar hun gezondheid en die van hun vrouw, naar de schoolprestaties van hun kinderen en gaf, waar mogelijk, raad. Het echtpaar en hun nazaten zetten goede woonwijken op voor hun mensen, met scholen en een gezondheidsdienst. Het werd een goed sociaal familiebedrijf. De socialist Ger Harmsen (was hoogleraar in Groningen) gaf er een ruim-voldoende aan.
Een eeuw of zo later echter kwam het bedrijf, zoals dat vaak gaat in een kapitalistische groei-economie, aan de bank en moest het naar de beurs. Managers kwamen erin en de laatste Stork werd met een comfortabele handdruk de tennisbaan opgestuurd.
Vele voorzieningen, die het bedrijf eerst zelf droeg, werden afgeschoven naar de staat, de overheid (die daarom zo'n grote overhead is geworden, wel moest worden…). De kapitaalverschaffers keken en kijken steeds meer naar het rendement op de korte termijn en oh wee als er ergens anders iets meer te maken is met hun geld…
Dit verhaal is bedoeld als reactie op het wat rooskleurige en naïeve verhaal van Edwin van de Haar over het klassieke liberalisme, naar aanleiding van een boek over de econoom F. Hayek (Letter&Geest, Trouw 12 juni 2004). Tegenwoordig, met de ecologische crisis, die het draagvlak van elke economie aantast, het doorgeslagen individualisme en de algemene sociale desintegratie, moeten Hayek c.s., die het destijds goed bedoelden, heden echt kritischer beschouwd worden. De gemeenschap zou nu dringend veel meer sturing moeten geven aan de economie. Uiteraard zonder te vervallen in een, meestal ten onrechte communistisch genoemd, staatssocialisme.

Willem Hoogendijk 19 juni 2004


Recente artikelen:
- Kapitalisme, moraal en contouren…
- Regionalisering als medicijn
- Over mondialisering
- Naar een economische verandering
- Towards Global Convergence
- Zinnig werk
- Weg met de vrijheid

Een aantal op www.aarde.org.

Keys by Keynes

John Maynard Keynes
National Self-Sufficiency, 1933:

It was Keynes who started to fight the official calcula¬tors. In the 19th century "the whole conduct of life was made into a sort of parody of an accountant's nightmare. Instead of using their vastly increased material and technical resources to build a wonder-city, they built slums." Slums 'paid', the wonder-city "would, in the imbecile idiom of the financial fashion, have 'mortgaged the future'." (Coll. Writings 1982 vol.21 p. 241)
Even today, "the same rule of self-destructive financial calculations governs every walk of life. We destroy the beauty of the countryside because the unappropriated splendours of nature have no economic value. We are capable of shutting off the sun and the stars because they do not pay a dividend. (...) For with what we have spent on the dole in England since the War we could have made our cities the greatest works of man in the world." (p. 242) A bit further on the splendid phrase: "But once we allow ourselves to be disobedient to the test of an accoun¬tant's profit, we have begun to change our civilisation." (p. 243)

"The point is that there is no prospect for the next generation of a uniformity of economic systems throughout the world, such as existed, broadly speaking, during the 19th century; that we all need to be as free as possible of interference from econo¬mic changes elsewhere, in order to make our own favourite experiments towards the ideal social republic of the future; and that a deliberate movement towards greater national self-sufficiency and economic isolation will make our task easier, in so far it can be accomplished without excessive economic cost."

"The divorce between ownership and the real responsibility of management is serious within a country when, as a result of joint-stock enterprise, ownership is broken up between innume¬rable individuals who buy their interest today and sell it tomorrow and lack altogether both knowledge and responsibility towards what they momentari¬ly own." (p. 236)
Applied internationally, Keynes explains, it can even become intolerable, and he then comes to his well-known statement: "I sympathize, therefore, with those who would minimize, rather than with those who would maximize, economic entanglement between nations. Ideas, knowledge, art, hospitality, travel - these are the things which should of their nature be international. But let goods be homespun whenever it is reaso¬nably and conve¬niently possible;
and, above all, let finance be primari¬ly national." (p. 236)
------------------------
Keynes is well known for his ideas about stimulating public spending in times of recession. Seldom put in the picture (the dominating picture!*) is his opposition to the cumulative oppressive power of money in capitalism. "[For] a little reflection will show what enormous social changes would result from a gradual disappearance of a rate of return on accumulated wealth. (…) it would mean the euthanasia of the rentier, and, consequently, the euthanasia of the cumulative oppressive power of the capitalist to exploit the scarcity-value of capital. Interest today rewards no genuine sacrifice, (since) there are no intrinsic reasons for the scarcity of capital. (…) this may be the most sensible way of gradually getting rid of many of the objectionable features of capitalism." (General Theory, mijn uitgave: Macmillan 1973, p. 221, 376, 221. Dus door mij vermengd! Kan/mag dat wel?)

"Speculators may do no harm as bubbles on a steady stream of enterprise. But the position is serious when enterprise beco¬mes the bubble on a whirlpool of specula¬tion. " (GT)

* The dominating picture or opinion is the one pushed by the leading class and their flunkeys.

« The difficulty lies not in the new ideas, but in escaping from the old ones which ramify into every corner of our minds. » (GT, end of Preface. Minus enkele tussenwoorden.)

maandag 12 september 2011

Kapitalisme en moraal

Kapitalisme doorgeslagen?

Over de radio hoorde ik (midden augustus 2011) dat Arjo Klamer met anderen bezig waren na te denken over een ander financieel stelsel. Sweder van Wijnbergen deed daar in diezelfde uitzending wat denigrerend over: “Ik heb uit dat soort pogingen nog nooit iets concreets zien komen” of woorden van die strekking. Ik weet dat er in de hoek van HermanWijffels aan de RUU ook gekeken wordt of er iets structureels in het stelsel veranderd moet en kan worden. Zo ook bij het Platform Duurzame en Solidaire Economie, waarin een 20-tal NGO’s nu samenwerken om de Fair & Green Deal handen en voeten te geven.

Hebben we de werking van het kapitalisme en het moderne geldsysteem wel voldoende doorgrond? Dat vroeg ik me af bij het lezen van het artikel van Maarten Schinkel in de NRC-H van 12 aug. Enkele gedachten ter verder overweging.
Schinkel wil de moraal terug onder het kapitalisme. Dat die er nu niet is ligt volgens hem niet aan het kapitalisme. Maar het begon al met Adam Smith die vond dat de ondernemer alleen op zijn eigen belang moest letten. Dat was voor het algemene belang het beste. Smith wilde een morele context daarbij, maar in de economische ontwikkeling daarna, met steeds meer invloed van de geldmarkt op de bedrijvigheid, verdween de zorg om die context en ontstond het neo-liberale gedachtengoed.
De Ierse econoom Richard Douthwaite en anderen wijzen op de geldschepping. Eens het prerogatief van de koning of de staat. Nu echter, met de enorme hoeveelheid fiduciair kredietgeld, vooral een zaak van private banken. Deze moeten noodzakelijkerwijs meer letten op het rendement op de korte of middellange termijn dan op het algemeen belang. Vergeleken bij die hoeveelheid ‘fiat money’ is het aandeel chartaal geld – biljetten en munten, aangemaakt door de staat – in de geldcirculatie heel klein. Verreweg het meeste geld in gebruik is het door banken geschapen geld. De verhouding die er moet zijn tussen wat zij uitlenen en hun reële geldreserve is wettelijk geregeld maar in de bancaire praktijk steeds dunner geworden. (Men heeft wel het 30-voudige gevonden: tegen 1 euro reserve stond 30 euro uitgeleend!) Dat is nu eindelijk terecht een zorg van onze regeringen geworden.
Ik wilde eens mijn badkamer opknappen en leende daarvoor 15 mille van de bank. Tijdens de werkzaamheden zag ik af van de vergulde waterkranen en had opeens 3 mille over. Daarvoor kocht ik tijdelijk staatsobligaties die wat rente opleverden waarmee ik een deel van de bankrente op mijn lening kon betalen. Ik bedacht me dat op die manier geld direct van het publieke naar het private domein gaat. Hoe zit dat eigenlijk als banken direct staatsobligaties kopen? Als dat mag, lijkt me dat wel een gemakkelijk ‘basisinkomen’ voor banken.
Die bancaire geldschepping heeft ook gemaakt dat er in het bedrijfsleven een verschuiving heeft plaats gevonden van dividend naar rente. En dus van een met het bedrijfsresultaat meefluctuerende kapitaalsbeloning naar een vaste. Daarmee is het bedrijfsresultaat onder extra druk komen te staan, ook al is de rente op een lening een kostenpost. (Gaat er dus voor de winst af. = fiscus betaalt alweer mee!)
Keynes stelde voor om euthanasie te plegen op de rentenier. Waarom zou de automatische verrijking door moeten gaan als je genoeg hebt vergaard maar niet meer productief bent, vroeg hij zich af. Wilde hij een kapitalisme zonder kapitalisten?
De enorm toegenomen mobiliteit van aandelen moet ook een punt van zorg zijn. Dezelfde Keynes waarschuwde al voor het verschil tussen eigendom en verantwoordelijkheid. Een Noorse econoom noemde het de geïnstitutionaliseerde onverantwoordelijkheid van het kapitaal. Ik herinner me een interview met de succesvolle stofzuigerfabrikant Dyson die ervan blijk gaf niks te moeten hebben van de moderne, al te volatiele aandeelhouders (NRC-H 13-6-1998). De vroegere IMF- president Michel Camdessus waarschuwde al voor het verstikkende overwicht van het financiële domein op de reële economie (Le Monde, 23-12-1986). De bekende speculant George Soros placht er op te wijzen dat de financiële wereld zich geheel onttrekt aan de controle van regeringen en internationale organisaties. (Hij vond ook dat het vrijhandel-idee ontaard was in een gevaarlijk markt-fundamentalisme.)
Het geld, begonnen als smeerolie in de economische machine, is de aandrijvende gaspedaal geworden. Het geld wordt immers geacht aan te groeien. Concurrentie kan prima werken in een stabiele economie. Maar als het geld gaat aandrijven en groeidwang veroorzaakt, ontstaat de alom tegenwoordige race naar de bodem die in alle branches huishoudt. Van heilzaam wordt concurrentie destructief. De bedrijvigheid moet, om te overleven, ecologische en sociale grenzen geweld aan doen. Het vaak tot hoofdschuldige verklaarde consumentisme is het noodzakelijke gevolg en voortbrengsel van het productivisme. De produkten móeten immers verkocht worden. De onzichtbare en weldoende hand van de markt is de zichtbare en onaangename vuist van het kapitaal geworden.
Het positieve van deze analyse is dat wij ons als consument minder schuldig hoeven te voelen. Ja, ons vertrouwen - dwz. onze kooplust - wordt voortdurend noodzakelijk verklaard om het geld-gedreven geproduceer draaiend te houden. De huidige ratrace-economie vraagt en vormt bij ondernemers en ons allen een individueel ellebogengedrag. “We hebben best sociale spieren, stelt de US econoom Herman Daly in zijn For the Common Good, maar ze zijn wat verslapt geraakt door het overmatige beroep dat de huidige economie op onze ego-spieren doet.” Het kapitalisme heeft onze mentaliteit zo gevormd dat deze vervolgens als legitimatie aangevoerd kan worden voor datzelfde kapitalisme.
Wie, zoals Schinkel, de moraal in de economie wil terug krijgen zal dus van de groeidwang, het productiegeweld en de verbruiksnoodzaak moeten zien af te komen. En het geldsysteem en de markt weer meer in de samenleving ingebed zien te krijgen. Het geld van meester weer een dienaar. We kunnen dan best van een kapitalisme blijven spreken, een beschaafd en intelligent kapitalisme. Een gezond perspectief lijkt mij de vervanging van de ontstane aanbod- en opdringeconomie door een gekalmeerde economie gericht op de vraag, een vraag – weten we nu - die binnen de milieugrenzen blijft. In zo’n economie kunnen ook de ondernemers vrijer en meer maatschappelijk functioneren. Dat er blijkbaar iets structureels moet worden veranderd om ons gedrag en onze moraal weer op een beter pad te krijgen lijkt me een hoopgevende conclusie.


Willem Hoogendijk (wh@aarde.org) 13 augustus 2011
Stichting Aarde en deelnemer aan het Platform voor een duurzame en solidaire economie.

Nawoord: De oorspronkelijke tekst had ik opgestuurd aan de NRC, als reactie op Schinkel. Maar die 800 woorden vonden ze teveel. (Liever meer aandacht voor de vermaak-cultuur, zoals ik in de eens betere kranten constateer?) Als ik het tot 250 woorden kon terugbrengen, zouden ze opname overwegen. Mijn eerste reactie was ‘Bekijk ’t maar. Mag er nooit eens wat ruimte voor echt anders-denken zijn?’. Afijn, toch maar een poging gedaan.(Zie aan het eind.)
Wat de oorspronkelijke tekst betreft – hierboven - : niet gehad over de Tobin-tax waarvoor de aandacht herleeft. Noch over eco-gestuurde rentetarieven. Niet over lokaal geld, buurtbanken en onderlinge bedrijvennetwerken. Noch over mijn voorstel tot flexibilisering van zowel de kapitaalsbeloning als de werkgelegenheid (En iedereen aan het werk, naar vermogen. Dit in een emancipatoire, ‘toe-eigenende’, echt ‘werk nemende’, op den duur de economie mee-sturende context! Hallo, bent u daar nog?). En nog meer punten die anderen zeker zullen aanbrengen.
Ikzelf dacht wat denkvoer bij elkaar gebracht te hebben in mijn recente Om het Naakte Bestaan. Slechts 9.95 euro.
Kom net een ouder artikel tegen: Over kapitalisme, moraal en de contouren van een intelligente, dus werkelijk duurzame economie. Bij mij opvraagbaar.
Nog even met Pim Juffermans gebeld die vroeger de werkgroep Noord/Zuid van Groen Links leidde. Zijn tip voor wat betreft de huidige schuldencrisis: Kijk eens naar hoe er in de jaren ’80 met de schulden van Zuid-Amerika werd omgesprongen. Hij noemde de naam van een Amerikaan, Baker. Hij zei ook: verbazend zo gauw als men vergeet. Ik opperde dat wellicht mensen als Terhal en Pronk er nog iets van weten.


Er is momenteel in de media veel te doen over de schulden van de landen, Europa, de euro enz. Geen nieuwsrubriek of er zit een econoom in. Het valt me op dat bijna iedereen – economen, politici, beleidsmakers – de huidige economieën weer willen aanjagen of zien opbloeien. De bedrijvigheid moet aantrekken, het consumentenvertrouwen hersteld worden e.d. Kan ik me dat van beleidsmakers en politici nog wel voorstellen vanwege hun vastzitten aan de korte termijn en hordes kiezers, het verbaast me dat er nog zo weinig economen zijn die vraagtekens zetten bij een systeem waarin verbruikt moet worden om de boel draaiend te houden. Die niet inzien dat we met de traditionele groei (ook als deze wat hapert) bezig zijn hard de afgrond in te hollen. Met meer ecologie en toekomst in onze meetlatten, moeten we toch inzien dat onze moderne economieën allang een negatieve uitkomst hebben. (Ik zelf zet dat omslagpunt bij het massaal gaan gebruiken van fossiele brandstoffen. Al hebben onze voorouders ook al eerder vaak dom gedaan.) Verbijsterend vind ik ’t van die economen, 40 jaar naar het verschijnen van Grenzen aan de Groei… Nog zo weinig ecologisch inzicht en besef. 40 jaar de verschijnselen van aantasting en uitputting niet zien, misinterpreteren of bagatelliseren.





Mijn tot een brief ingekorte stuk voor de NRC. Ze lieten mij weten: een tijdje in beraad gehouden, maar uiteindelijk niet opgenomen. (Zo wordt het volk ook niet wijzer…)

Kapitalisme en moraal

Maarten Schinkel wil de moraal terug onder het kapitalisme. Dat die er nu niet is ligt niet aan het kapitalisme (12 aug.). Maar het begon al met Adam Smith van wie de ondernemer alleen op zijn eigen belang moest letten. Dat was voor het algemene belang het beste. Smith wilde een morele context daarbij, maar in de ontwikkeling daarna, met steeds meer invloed van de geldmarkt op de bedrijvigheid, verdween de zorg om die context. De vroegere IMF- president Camdessus waarschuwde al voor het verstikkende overwicht van het financiële domein op de reële economie.
Het geld dat moet groeien is van smeerolie in de economie de aandrijvende benzine geworden. Het veroorzaakt groeidwang en creëert de race naar de bodem die heden in alle branches huishoudt. Van heilzaam wordt concurrentie destructief. De bedrijvigheid moet, om te overleven, ecologische en sociale grenzen opblazen. Het tot hoofdschuldige verklaarde consumentisme is het noodzakelijke voortbrengsel van de productie die immers haar producten moet kwijt raken. De onzichtbare en weldoende hand van de markt is de zichtbare en onaangename vuist van het kapitaal geworden.
Die ratrace-economie vormt bij ons een ellebogengedrag. US econoom Daly: “Onze sociale spieren zijn verslapt door het overmatige beroep dat de huidige economie op onze ego-spieren doet.” Het kapitalisme heeft onze mentaliteit zo gevormd dat deze vervolgens datzelfde kapitalisme legitimeert.
Wie, zoals Schinkel, de moraal in de economie terug wil moet van de groeidwang, het productivisme en de verbruiksnoodzaak af komen, en het geldsysteem en de markt beter voegen in de samenleving. Een structurele verandering om onze moraal weer op een beter pad te krijgen is een hoopgevende conclusie.

Willem Hoogendijk
Stichting Aarde en deelnemer aan het Platform voor een duurzame en sociale economie.

maandag 4 april 2011

Groeiles aan Elsevier

Het essay ‘Groei is vrijheid’ van Marike Stellinga in het Kerstnummer zou tot, zeg, 1970, niet misstaan hebben. Daarna begon het tot ons door te dringen dat we met de moderne economie bezig waren haar eigen draagvlak, de biosfeer, te ondermijnen. Alleen naar die economen die de ecologie diepgaand in hun denken opgenomen hebben, kunnen we nog gevaarloos luisteren. Doorgroeien om het milieubehoud te betalen noemde onze eerste groene econoom Roefie Hueting al vroeg een gotspe. Mijn tegeltjeswijsheid voor Stellinga luidt: You can have too much of a good thing. Dit geldt bijvoorbeeld voor arbeidsdeling, intensivering en innovatie, kredietverlening, concurrentie en handel. Maar het systeem van geld-moet-groeien zorgt voor groeidwang, zodat wenden of afremmen verre van eenvoudig is. Adam Smith parafraserend, stelt de Amerikaanse econoom Herman Daly (Worldbank en Maryland university): “The virtues of the past have become the sins of today.” De ecologie dwingt ons allen tot herziening van de oude opvattingen. Als Elsevier zou breken met de mainstream benadering van de economie, zou het blad niet langer deel uitmaken van het probleem maar gaan bijdragen aan de oplossing.

Willem Hoogendijk
Stichting Aarde

Opgenomen in Elsevier, begin januari 2011.
Als goede liberalen mèt de laatste zin. Jofel!

Krimp als kans

Krimp als kans?

Willem Hoogendijk

Er is veel te doen over gemeenten die krimpen in de periferie van ons land. Het is inderdaad akelig, die leegloop en de verschraling van de voorzieningen. Er voltrekt zich daar een neerwaartse, zichzelf versterkende spiraal. Men probeert wat tegenkracht te ontwikkelen met bijvoorbeeld huisvesting voor Oost-Europese werknemers die hun werk niet al te ver weg hebben, het aldaar stimuleren van tweedehuizenbezit en van woningen voor senioren en met de ontwikkeling van natuur, ook voor recreatie.
Wat men nog niet goed beseft, is dat een belangrijke, zo niet de belangrijkste oorzaak van dit krimpproces het vertrek van het geld is, de money drain, de geldemigratie. Geld zoekt het hoogste rendement en dus trekt het geld weg uit de gebieden waar dat niet gevonden wordt. Het spaargeld van de streekbewoners verhuist via de banken naar meer rendabele oorden. Zo ook de huren, de hypotheekrenten en de winsten van supermarkten, winkelketens en bedrijven. De koopkracht daalt, mensen trekken weg. In de kleinere plaats sluiten bibliotheek, disco en voortgezette school. In de grotere stad in de buurt blijven deze voorzieningen (nog) bestaan. Maar van daaruit migreert het geld ook naar ‘betere’ oorden: de Randstad en nog verder de wereld in. Hetgeen de Ierse econoom Richard Douthwaite deed verzuchten: “De kinderen reizen het spaargeld van hun ouders achterna.”
40 jaar geleden al duidde de landschapsecoloog Pieter Schroevers dit veranderingsproces aan met de termen overontwikkeling die dan elders onderontwikkeling veroorzaakt. In de natuur komt dit geregeld voor, maar na enige tijd ontstaat er meestal een nieuw evenwicht. Met het systeem van geld-moet-groeien, de moderne, bancaire geldvermeerdering en de enorme kapitaalsmobiliteit ontstond er een krachtig financieel aan- en wegzuigmechanisme met maar weinig belemmeringen. Wildgroei hier, niet te stoppen verschraling elders. Verrijking en verarming.
De voor de handliggende remedie is het proberen te verhinderen dat het geld de bedreigde streek verlaat. Het gaat dan om de ontwikkeling van nieuwe maak- en dienstbedrijvigheid met behulp van regionale investeringen. Er zijn al regionale bankrekeningen waarmee de inleggers de eigen streek willen bevoordelen. Een van de eerste was van de ASN in Oost-Brabant. (U kunt hier een lijntje leggen naar de bekende investeringsmethode van Keynes.) Ook ziet men op vele plaatsen in de wereld de invoering, vaak door de bewoners zelf, van locaal geld, onderlinge verrekeningssystemen of barternetwerken van bedrijven om de eigen bedrijvigheid en de locale koopkracht in stand te houden en te verstevigen. Vooraf hieraan waren er al de bescheiden, vooral stedelijke ruilkringen LETS met behulp waarvan vele gemarginaliseerde mensen zich opeens productief wisten te maken.
Er is nog een interessant aspect. Bij die overontwikkeling, zeg maar de welvaartseconomie met haar dwingende doorgroei en de voor de afzet noodzakelijke overconsumptie, worden steeds meer vraagtekens gezet. De Aarde kreunt steeds luider onder dit geldgedreven productiegeweld dat ook onmisbare voedsel- en grondstoffenbronnen uitput en ecologische netwerken vernietigt. Bovendien heeft het ook sociaal niet aan de verwachtingen voldaan, en waar dat wel redelijk gelukt is (met het zogenoemde Rijnlandse model) blijken de verworvenheden niet bestand tegen de harde neoliberale eisen die de wereldeconomie van de geldstromen ons oplegt.
Wel nu, de druk van dit productivisme op de krimpgebieden neemt af en daar kunnen die streken juist hun voordeel mee doen. Zij krijgen de ruimte voor het opzetten van sociaal-economische structuren en netwerken, creaties van de burgers zelf die in eigen hand te houden zijn. Tegenover de geglobaliseerde geldverwervingseconomie kunnen overal streekeconomieën opgebouwd worden, gekenmerkt door duurzaamheid, verzorging en gemeenschappelijkheid. Centraal daarin vooral streekgebonden bedrijvigheid – denk ook aan ambachten - die de toekomst niet bederft en waaraan iedereen deelneemt, uiteraard naar vermogen. Werkloosheid kan daar tot een begrip uit het verleden gemaakt worden! De gemeenschappelijkheid wordt bevorderd door die deelname van allen en een rechtvaardige verdeling van de koek, gebaseerd op de gelijke waarde van ieders werk. (Zorgen en leren is ook werk.)
In die gebieden waar nog maar weinig mensen wonen kan men wolven en wisenten onderbrengen, maar beter bijvoorbeeld ecodorpen stichten voor vooral jongeren en jonge gezinnen maar ook ouderen die anders willen leven en werken. Ruraal Frankrijk is vol van gehuchten die gerevitaliseerd zijn door mensen die de economische ratrace en de grootstedelijke drukte en smerigheid de rug toegekeerd hebben. Meteen de zinvolle voorbereiding op het schaars worden van olie, voedsel en materialen, met tegelijk de noodzakelijke drastische verkleining van onze ecologische voetafdruk.
De krimpstreken kunnen aldus gaan voorleven waar geleidelijk steeds meer mensen voor gaan voelen: een minder materialistisch ingestelde, onthaaste, warmere – kortom, meer intelligente samenleving!
Mocht u denken: hoe utopisch!, bezie dan eens de reacties op het huidige systeem die al overal in de wereld als alternatieve oplossingen gerealiseerd zijn. Dit vooral door de bewoners zelf, dus op grassroot niveau, maar ook vanuit de locale en provinciale overheden. Biologische landbouw en stadstuinbouw, locale voedselvoorziening, energieopwekking en recycling, bouwen met materialen uit de regio, buurtzorgcentra en locale kredietcoöperaties, bewegingen als Slow-Food, Slow-Cities en Transitiontowns – kortom, al die positieve, op de toekomst ingestelde ontwikkelingen waarover vooral Trouw geregeld bericht.

----------------------

Willem Hoogendijk, voorzitter van Stichting Aarde, is milieuactief vanaf 1970 met Aktie Strohalm en daarna met de Stichting Milieueducatie. Hij neemt nu deel aan de Alliantie voor een Fair & Green Deal (platformdse.org) en aan de groep rond het Franse tijdschrift Entropia, geheel gewijd aan krimp.
www.aarde.org
Brochure: Regionalisering van de economie – Medicijn voor vele kwalen! (2007)
-------------------------

Ot en Sienmaatschappij

Op het Springtijfestival (IMSA, Terschelling, sept. 2010) werd mij gevraagd om een beeld van de duurzame maatschappij. Als tegenwicht voor de optimistische techneuten en opgewekte groene doorgroeiers zei ik (een apostel van de krimp): een Ot-en-Sien samenleving. Er was geen boegeroep, maar wel geluiden van verontwaardiging en hilariteit.
Voor wie deze figuren uit een oud kinderboek niks zeggen: ik herinner me iets van kindertjes die op een vrij lege weg of straat tollen en knikkeren. Lage huizen met tuintjes. Idyllisch. Periode? Laten we zeggen: geschreven rond 1935. (Hadden ze ook iets te maken met Dik Trom? Ook zo’n kinderfiguur uit die tijd. Ander boek?)
Later bedacht ik me hoeveel maak-industrie er toen tegelijk nog was: we bouwden grote schepen, spoorwagons, vliegtuigen zelfs, de Rotterdamse haven liep al lekker, in Twente en Brabant draaiden nog textielfabrieken, we mijnden steenkool en de landbouw was nog divers.
Kijk eens in oude fotoboeken. Toen was er best veel politie overal op straat, en op het station waren er kruiers, ‘witkielen’ die hielpen met de bagage. Chauffeurs hadden bijrijders. De post werd twee- of zelfs driemaal per dag bezorgd. Er was overal veel personeel. Een leraar van een middelbare school verdiende genoeg om een intern dienstmeisje te hebben. (Zijn vrouw werkte niet, was vooral moeder en runde het huishouden.)

Mijn grote vraag: hoe was dit allemaal mogelijk?
En we leefden toen nog niet eens van de aardgasbel!
Wat ging er mis?
Economen, sociologen – graag antwoord.

Jan Blokker zei in de docu over hem: het was toen nog een vrij geëgaliseerde maatschappij.
De salarisverschillen waren nog niet wat ze nu zijn.
Nog even een herinnering inzake de omgang met materiaal: bij mijn niet-arme en niet-gierige grootouders werden de papieren boterhamzakjes na gebruik leeg gemaakt van de kruimels, opgevouwen en opgeborgen voor hergebruik. En bij het gaan eten in de eetkamer, gingen de lampen in de huiskamer uit. Nogmaals: welvarende, niet-schraperige, ja, royale mensen. Mijn ouders hadden ook nog die mentaliteit en omgang met de dingen.

Graag een verklaring.
En op naar die rustige Ot-en-Sien maatschappij, met weer veel maak-bedrijvigheid.

Willem Hoogendijk
December 2010
wh@aarde.org

donderdag 30 oktober 2008

Overheidsgeld

Het is jammer dat een aantal gemeenten en provincies een deel van hun geld, zoals nu blijkt, naar het buitenland hebben gestuurd. Hadden zij het nationaal ondergebracht, dan was er meer kans geweest dat het in ons eigen land was geïnvesteerd. In de crisistijd van de jaren '30 van de vorige eeuw pleitte Keynes er ook voor dat het geld zoveel mogelijk binnenslands bleef. De ASN-bank had al twee jaar geleden in Oost-Brabant een streek-rekening, gericht op duurzaamheid, geopend waar de bewoners aldaar op kunnen sparen. Enkele gemeenten daar hebben er ook geld op weggezet. Het geld -nu over 40 miljoen euro- wordt in de streek geïnvesteerd. Wellicht krijgen de inleggers een fractie minder rente dan elders, maar dat wordt gecompenseerd door een verlevendiging en 'vergroening' van de regionale economie. Moge de huidige overheidsbemoeienis met banken en bedrijven de economie niet ouderwets aanzwengelen zoals Van der Hoeven van Economische Zaken en andere achterlopende lieden willen, maar meteen intelligenter maken, dat wil zeggen zo omvormen dat zij niet langer haar aardse draagvlak verruïneert. Overal in de wereld zijn daar al plannen voor en aanzetten toe.

maandag 27 oktober 2008

Overheidsgeld

Het is jammer dat een aantal gemeenten en provincies een deel van hun geld, zoals nu blijkt, naar het buitenland hebben gestuurd. Hadden zij het nationaal ondergebracht, dan was er meer kans geweest dat het in ons eigen land was geïnvesteerd. In de crisistijd van de jaren '30 van de vorige eeuw pleitte Keynes er ook voor dat het geld zoveel mogelijk binnenslands bleef. De ASN-bank had al twee jaar geleden in Oost-Brabant een streek-rekening, gericht op duurzaamheid, geopend waar de bewoners aldaar op kunnen sparen. Enkele gemeenten daar hebben er ook geld op weggezet. Het geld -nu over 40 miljoen euro- wordt in de streek geïnvesteerd. Wellicht krijgen de inleggers een fractie minder rente dan elders, maar dat wordt gecompenseerd door een verlevendiging en 'vergroening' van de regionale economie. Moge de huidige overheidsbemoeienis met banken en bedrijven de economie niet ouderwets aanzwengelen zoals Van der Hoeven van Economische Zaken en andere achterlopende lieden willen, maar meteen intelligenter maken, dat wil zeggen zo omvormen dat zij niet langer haar aardse draagvlak verruïneert. Overal in de wereld zijn daar al plannen voor en aanzetten toe.

woensdag 8 oktober 2008

Zwarte maandag 1987

Beste mensen van Andere Tijden,
aardige uitzending, laatst over de Zwarte Maandag in october 1987.
Voor u nu een gepasseerd station qua onderwerp, voor mij een herinnering.
Ik logeerde in Engeland bij een vriend van mij, net als ik lid van ECOROPA (een Europese milieuvriendenkring), Teddy (Edward) Goldsmith, de 'groene' broer van de steenrijke tycoon Sir James Goldsmith.
We volgden op een avond op de TV de financiële crash en juichten.
Ik omdat het kapitalisme een deuk opliep, Teddy ook, maar misschien ook om een andere reden.
Ik begreep het volgende:
Sir James en een Rothschild hadden zeer veel geld bijeen vergaard om, ik meen, British Tobacco te kopen.
Dat lukte niet, en toen gingen zij met dat grote kapitaal in de aandelen.
Die dumpten zij vervolgens in één klap tegelijk, aldus de october-crash aftrappend.
Tegen Kerstmis hadden zij, vanwege de lagere koersen, met de opbrengst een tweemaal zo groot aandelenpakket verworven.
Kijk, zo doe je zaken als je rijk bent....
Ik begreep ook dat Teddy zijn deel van de behoorlijk grote ouderlijke erfenis bij zijn gewiekste broer in beheer had gegeven; vandaar dat dat wellicht ook een reden voor hem was om met mij mee te juichen.

Nog iets: Sir James (bezat oa. uraniummijnen; hij leeft niet meer) kwam onder enige groene invloed van zijn broer (die het vooraanstaande tijdschrift The Ecologist dreef, waarin hij al zijn energie stopte en veel eigen geld;
hij was ook niet vies van directe acties, oa. een keer tegen de FAO en een bezetting van het UN-gebouw).
Door zijn broer kreeg James een afkeer van kernenergie en speciaal van het Franse nucléaire programma. (Hij woonde in Frankrijk.)
Wat doe je dan als vermogend man? Je koopt het weekblad Exprès (een soort HP/De Tijd, maar dan niet zieltogend) en geeft de redactie opdracht tegen dat programma te schijven. Als dat na een jaar of zo naar behoren gedaan is, verkoop je dat tijdschrift weer. Zo doe je dat....
Jammer dat onze milieubeweging niet zulke rijkaards kent..
(Overigens lag hij van onze kant onder vuur oa. vanwege die mijnen en helemaal zijn dubieus-conservatieve ideeën. Tegelijk hield hij echter toch ook nuttige groene praatjes in ondernemerskringen.)

Dat waren mijn herinneringen.
Succes met jullie goede programma!

Let's change the real economy as well

“The time has come to break out of past patterns. Attempts to maintain social and ecological stability through old approaches to development and environmental protection will increase instability. Security must be sought through CHANGE.” (UN report Our Common Future, 1987)

My tentative ideas about the current crisis are as follows:

Recessions, in our modern economies, are normal. For a while it was thought that recessions belonged to the past, but no longer.

Why not? Because there is a compulsion to growth (which in my heretical view is caused mainly by the modern money system, by the system of money-must-grow). Businesses have to produce a. continually, and b. with maximal output or performance. This requires continuous and maximum sales, i.e. ditto consumption. Anything hampering this will have serious economic consequences. Any sudden rise in the costs of production (oil, resources, ecological requirements) or less spending by consumers – and companies and shops immediately feel the pinch.

This economy of supply is something we’ve all got used to and take for granted. But in fact it is absurd. For it is based on, is wholly dependent on, constant and ever-growing consumption, with entrepreneurs having to produce as much as possible the whole time (or be otherwise profitable the whole time). It is an absurdity to which we have become blind, because this economy has become our natural surroundings, the very air we breathe.

What triggered off the Japanese recession several years ago? A financial crisis? That was not my judgement. It was just a slowing down of consumer purchases. Less homes, computers and cars being sold, a stagnation of building activities – all very normal. Because of the way everything is interconnected, though, this partial “calm-down” immediately affected the whole economy.

What started the recent misery in the USA? Was it developments in the financial sphere, or rather a dip in consumer spending, a slump in the value of homes, a rise in production costs? What I mean is: was is not in the real economy that the misery originally began?

Of course this had repercussions in the financial realm – with its specifically American features – and so the situation was aggravated enormously, exploded. Which in turn is bound to affect the real economy.

[An image I can’t get rid of these days (as you know, I love illustrative drawings): at the top, all the current upset and commotion in stock exchanges, banks, finance houses, government offices and many private homes, with underneath the baker baking his/her bread, the mechanic repairing a car, the farmer milking his/her cows, the mother looking after her children, the dockworker loading a ship, the miner drilling his part of the coal face, the – often kerchieved – woman cleaning your office after you’ve left – all quietly getting on with their daily work far away from all the turmoil above them.]

My point is this: let us not allow the current turmoil in the financial realm to obscure the need to transform the economy’s real domain. Which in my view means replacing the money-driven economy of supply that is ruining the surface of the planet (our very home!) by the old economy based on demand – a demand kept within ecological bounds. My now 20-year-old proposal – in April put forward at an international conference on degrowth in Paris (www.degrowth.net) and this month at a meeting of economists in Utrecht* – is to make production flexible. Demand for numerous goods and services fluctuates, so enterprises should likewise be able to fluctuate without having to close down immediately they fall behind in the rat-race, as is the situation today. This would mean a. making the remuneration of capital flexible, while tying business and investors closer together, and b. making the workforce flexible, by diversifying the sources of income of most workers (so that most people will have more than one job).**

[Another intermezzo: for most mainstreamers, today’s crisis has come out of the blue. But in the small but intelligent world of alternative-globalists, growth-opposers, greens etc., it has long been anticipated that what they are now calling the ‘balloon-economy’ was going to implode, sooner or later.]

Two passages from my paper Let’s Stop the Tsunamis (2005):

“There are several 'tsunamis' on their way to our shores. Rising sea levels and climate change, causing both storm and drought, cold- and heat-waves (and worse). Dwindling stocks of fresh water, oil and other vital products. Destruction of nature and loss of species, with whom we are so vitally connected. A run-away globalisation, market fundamentalism and emerging 'tigers' like China, India and Brazil. The upset after a collapse of the dollar or of the stock exchanges. The huge military expenditure worldwide. Continuing disintegration of our own societies, undermining of standards and values, and of democracy too.

All these tsunamis have an enormous capacity for damage and devastation, probably far greater than terrorism.

These are problems that need tackling by governments comprising all the major parties, for they transcend, by and large, any controversies between majority and opposition, right and left, conservative and progressive. 'All hands on deck' is what we need now.

And so we propose a solution for all industrialised countries facing structural unemployment and social disruption, a sound solution both ecologically and socially.

In doing so, I am afraid I must start with a wise word of caution from the famed economist John Maynard Keynes: "The difficulty lies not in the new ideas, but in escaping from the old ones which ramify into every corner of our minds." ”

(…..)

“We are not against globalisation, just in favour of a drastic regionalisation of the economy – the whole world over! – as an intelligent correction thereof. Some form of protectionism, possibly with regional currencies (many already in Germany and elsewhere!), will be necessary, in response to today's massively protected supranational flows of capital, and will in fact prove rather healthy, ecologically as well as socially. It will be a liberation from outside capital coming and going as it pleases, holding our governments and municipalities permanent hostage. (The more capital is mobile, the more our economies are instable.) As to Europe, our proposal would create a Europe of the regions (Denis de Rougemont) – in a world of the regions…

Our proposal is in fact not that different from the social market economy as promoted by the economist and former Bundeskanzler Ludwig Erhard, provided made very green and with full internalisaton of costs. Some people think such a market-economy should free itself from capitalism. It depends on the definition of capitalism. Perhaps a healthy step would be, as Keynes seems to suggest with his 'euthanasia of the rentier', to free capitalism from capitalists.

Certainly, our economies would be more sober than those of today, with their squander and waste, their structural overshoot, their excessive luxury. To paraphrase Goethe: "It's by constraint that the surviver is marked." (In der Beschränkung zeigt sich der [Meister] Überlebende.) A little less liberté and a little more égalité will be all to the good of fraternité. Our ‘home’-economies will be a lot more fun, they will be greener and cleaner, more social and tastier as well!

The new major economic activity worldwide: regreening our planet. All revenues from oil, coal and gas (old photosynthesis) should be used for generating new photosynthesis ('New from Old' campaign).

In 1939, Britain had to change overnight into a wartime economy. If we are to effectively tackle the problems that face us today – with our production overkill and frantic consumerism, have we not declared war on ourselves? – we need to make the same kind of sudden U-turn.

This is my Economic Revolution***. Maybe it will soon be yours.

- A liberation of production and the entrepreneur.

- Business at last operating truly sustainably, at the service of the community.

- Intelligent economy-building regionally (much activities substituting useful imports).

A move towards a life-saving economic paradigm-shift. Regenerating enthusiasm, energy and a perspective in our lives. It is now or never. We have to act fast. The 'tsunamis' are on their way.”

To conclude: I doubt whether we can continue to produce (in the sense of material production) things that are not strictly necessary. This has all to do with entropy – to our shame a notion unfamiliar to most people. But what I propose will at heart be a liberation of our whole economy. Today, the economies of the rich countries are causing such ecological and social disruption that their net result, contrary to official calculations, has become downright negative. To calm them down and achieve degrowth would therefore mean a step towards … real growth. And moreover a step towards greater human dignity and a more advanced civilisation.

After The Inconvenient Truth (thank you, Al Gore), The Happy News!

Willem Hoogendijk, Earth Foundation (wh@aarde.org) Utrecht, October 2008

---------------

* A follow-up of the Declaration of Tilburg: www.economischegroei.net (text in English)

** Further on flexibilisation: my contribution to the Paris meeting: Let’s liberate our economies! From supply back to demand. (www.degrowth.net All other papers now also available. A pioneers’ collection!)

*** The Economic Revolution - Towards a sustainable future by freeing the economy from money-making. International Books, 1991/1993. 208 pp. ISBN 90-6224-997-3 (try at Amazon). Translated into Indonesian and Czech. A French edition is in the making. [Dutch version in two parts: I. Economie Ondersteboven (The heretic analysis. ISBN 90 6224 287 1, but no longer available in bookshops) & II. De Grote Ommekeer (Solutions), available from www.aarde.org]