NedCar duurzaam moderniseren ?
Aannames:
- Ons huidige productivisme (vnl. geldgedreven) is bezig de biosfeer – ons huis – onherstelbaar te beschadigen en de voor ons noodzakelijke grondstoffen op te maken.
- De kapitale systeemfout in de economie van nu is de noodzaak tot verbruiken (‘consumentenvertrouwen’) om de bedrijven, in de tang van groeidwang, aan de praat te houden. Even absurd als schadelijk.
- De economie is veranderbaar. Zij was er een gericht op de vraag, werd er een van het aanbod, ja opdring. Voor onze overleving en van het bij ons horende leven moeten we terug – beter: vooruit! – naar een economie van de vraag - een vraag, weten we nu, die binnen milieugrenzen blijft. (Dus ook het aantal auto’s!)
- De tijd kruipt nu snel naar de 'groene' ideeën toe. Deze tijd vraagt om drastische omvormingen. Wijffels: "We moeten niet ons tijdperk vernieuwen, maar naar een nieuw tijdperk." Dat gaat verder dan de bedrijvigheid vergroenen.
Zou het mogelijk zijn om daar in Born (kleine?) elektrische auto’s te maken, vooral voor de Nederlandse (en ev. Belgische en Rijnland-Westfaalse) markt?
In navolging van de Daf’s? In een sfeer zoals er was met de eerste Volkswagen of T-Ford.
Als adept van regionalisering van de economie, is het daarbij voor mij dan: ‘Koop Nederlandse Waar!’
Met een markt met 16 miljoen mensen – levensvatbaar? (Enige protectie als tegenwicht tegen de nu zwaar, neoliberaal beschermde kapitaalstromen! Keynes: Make goods homespun as much as possible.) (Leuk oud woord uit een textielnatie.)
In mijn idee van een moderne, geflexibiliseerde economie (een verantwoorde vraag bedienend, niet meer een geldgedreven opdring-economie) zou die fabriek eerst moeten voorzien in de vraag, en dan op een lager pitje verder draaien op de vervangende vraag, reparatie en innovatie. Vele werkers zouden dan in de regio neven-banen (dus betaald) moeten hebben. Trekt de vraag aan, bijv. vanwege een nieuw model, dan kan het personeelsbestand weer omhoog.
Zo zouden in mijn idee álle bedrijven moeten gaan werken die een elastische, fluctuerende vraag bedienen. En het flex-werken moet werkelijk het algemene, normale patroon worden; dan wel met inkomenszekerheid – iedereen ergens aan het werk - in plaats van baanzekerheid. Het is mijn idee van het bevrijden van de bedrijvigheid, namelijk van de groeidwang. Hoofddoel: de Aarde en de grondstoffen sparen. En het werken voor ondernemers en werkers ont-stressen. (Ik ben wel altijd van het flink aanpoten, hoor!) (Weer zo’n aardig oud woord…)
Het gaat mij ook om het bevorderen van weer meer ‘maken’ in ons land, en van gelegenheden voor technologie-behoud en -ontwikkeling. In dit geval wellicht samen met de TH-Eindhoven of Delft.
Het betreft dus een op de toekomst voorbereid bedrijf, niet langer afhankelijk van stijgende output e,d,
Integendeel: bestand tegen schommelingen.
Door een nauwere band tussen geldschieters en bedrijf; het geld wat vaster in het bedrijf zittend.
Niet meteen faillissement (=kapitaalverlies) bij een dip die wat aanhoudt. (Het woord dip is dan ook niet meer juist. Integendeel: spaart de Aarde, draagvlak van elke economie. En wat minder stress of eentonigheid bij de werkers. Moet dus een positieve connotatie krijgen!)
De band tussen investeerders of leners kan bestaan uit een stichting waar zij samen met het bedrijf inzitten. Of de aandelen komen bij de provincie of de staat. Of ‘onze’ ABN-AMRO. Of….?
Een deel van de werkers, tijdelijk overbodig, hebben vaste nevenbanen. Vele mensen kunnen meer, zijn actieve en bedreven doe-het-zelvers, kunnen chaufferen, tuinieren, begeleiden op het sportveld, helpen opvoeden. De ontwikkeling van ambachten is ook belangrijk. De werkers kunnen, indien nodig, ingezet worden in overleg met de gemeente waar zij wonen, voor zorgtaken, in het onderwijs, buurtwerk, onderhoud e.d. Het onderscheid tussen hoog- en laagwaardig werk moet nodig herzien worden. En wordt hier de discussie over een algemeen basiskomen actueel?
Afijn, een bedrijf, dus, primair rustend op de nationale vraag, en regionaal ingebed.
Kapitaal getemd, de bedrijvigheid bevrijd.
Sleutelwoord; flexibilisering van de bedrijvigheid. Haar bevrijding ook, namelijk van de groeidwang.
Flexibele investerings- en leenbeloning, flexibele werkers.
Ik heb daar al veel over geschreven. Oa. in een oude brochure waarbij de toen CNV-baas Westerlaken nog het voorwoord had geschreven. (1994)
NedCar nieuwe stijl als experiment? Als proef? Juist in een krimpgebied, dat het daar anders zal worden?
Om met Balkenende (hij vanuit een bolide?) uit te roepen: leve de VOC-mentaliteit!
Willem Hoogendijk febr. 2012.
Verbonden aan de Stichting Aarde (aarde.org), lid van de denktank Voor de Verandering (globalternatives.nl), lid van de groep rond het Franse blad Entropia, geheel gewijd aan ‘décroissance’ en meewerkend aan de Alliantie Fair & Green Deal (platformdse.org), werkgroep i.o. ‘Krimp een Uitkomst?’
Posts tonen met het label Toekomst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Toekomst. Alle posts tonen
dinsdag 6 maart 2012
Van verbruiksnoodzaak naar vraageconomie
Kapitale economische systeemfout: de verbruiksnoodzaak
Beetje verkort geplaatst in de Volkskrant van 3 maart 2012, blz. 32
Bij het World Economic Forum in Davos is het kapitalisme besproken: deugt het of niet?
Ja, zeiden de ondernemers. Nee, vonden de vakbondsmensen. Het is maar wat je onder kapitalisme verstaat. Laten we naar de situatie van nu kijken.
Onze economie is aan het kwakkelen of zelfs krimpen. Het ach-en-wee klinkt ook elders. Haperende verdienmachines betekenen minder consumptieve bestedingen, overheidsuitgaven en pensioengeld en meer werkloosheid. Ligt de oorzaak bij de kredietcrisis, uitgelopen op een algehele financiële malaise, of zijn er diepere oorzaken? Het kapitalistische systeem is immers zo totalitair dat het ook ons economisch beschouwen verkokerd heeft. De media lopen over van de economen, industriëlen en beleidsmensen die het consumentenvertrouwen willen herstellen en de economie weer opkrikken. Begrijpelijk van ondernemers, beleidsmakers en politici vanwege hun vastzitten aan de status quo, maar verbazend dat nog zo weinig economen vraagtekens zetten bij een systeem waarin verbruikt moet worden om de boel draaiend te houden. Ziedaar de mijns inziens kapitale systeemfout in de huidige economie die niet gezien wordt, laat staan in Davos ter sprake komt.
Vroeger hadden we economische bedrijvigheid die de vraag volgde. Bedrijven fluctueerden met de schommelingen van de vraag. Vele werkers waren navenant flexibel. Vervolgens ging de rol van het geld toenemen, met name de geldaccumulaties uit de handel. Om deze te vermeerderen gingen de eigenaren ervan produceren. De kooplieden werden fabrikanten, de werkplaatsen fabrieken. Onder druk van deze investeringen die moesten renderen ontstond de continue productie met een toegenomen arbeidsspecialisatie. De waren moesten afgezet worden, dus de vraag gestimuleerd. De vraageconomie was er een van het aanbod geworden.
Andere groeifactor was een toenemende en zich emanciperende bevolking. Kelderwoningen werden Wibaut-appartementen en deze later weer doorzonhuizen. Fossiele brandstoffen dreven de alsmaar verbeterde machines aan. Belangrijke groeistimulans werd ook de bancaire geldschepping; dat kredietgeld ging qua volume het gewone geld vele malen overtreffen. Er ontstond een productiesysteem onderworpen aan groeidwang dat het moest hebben van reclame en marketing, verminderde kwaliteit en de algehele culturele omhelzing van innovatie en groei: meer, nieuwer, sneller. Duizenden jaren van spaarzaam omgaan met energie en materiaal kreeg het pejoratieve stempel van ouderwets. Best begrijpelijk ook, gezien het toegenomen comfort en een veelheid van arbeidsbesparende vernieuwingen. Ongeveer iedereen had het beter gekregen dan zijn grootouders en de ervaringen met een planeconomie in een één-partijsysteem waren niet best. Leve het vrije ondernemen en het kapitalistische groeisysteem.
Kapitaal dominant
Maar is alles wel rozengeur en maneschijn? In de economie van het aanbod, ja de opdring, zijn de bedrijven zo ‘mono’ (maar één soort product), grootschalig en overspannen geworden dat er niks mis mag gaan of er is trammelant. Een dip in de afzet die even aanhoudt, of er dreigt faillissement. De volatiliteit van aandeelhouders en andere investeerders speelt daarbij een grote rol. Het personeel zal zich ook verzetten tegen ontslag, maar de factor Arbeid is toch altijd nog de zwakkere van de factor Kapitaal. Als die uit de onderneming stapt, is het einde verhaal.
Van dienaar was het geld meester geworden. Dat werd echter verhuld in de klassieke theorie die leerde dat het geld vooral een facilitator was. Maar de onzichtbare hand van de markt was de zichtbare vuist van het kapitaal geworden. Bovendien heeft het kapitalisme onze mentaliteit zo ‘ego’ gekneed dat deze vervolgens dient voor zijn eigen legitimatie.
Het productiegeweld heeft een overeenkomstig consumptiegeweld nodig en oefent een rampzalige druk uit op de biosfeer. De mensheid is bezig met een suïcidale aanslag op haar eigen draagvlak. De Aarde kreunt steeds luider, maar wij horen het niet door ons vastzitten aan de zorgen van alle dag en, bij de welgestelden, de geneugten van alle dag. Op het dek van de Titanic wordt vrolijk de in de spektakelmaatschappij ontstane verdoofcultuur omhelsd.
Geld dat moet groeien, fabrieken die dus alsmaar moeten draaien, de consumptie die dus navenant op peil moet worden gehouden – ziedaar de absurde toestand van een verkwistende en tegelijk aantrekkelijke spullencultuur. De econoom Schumpeter deed er met zijn creatieve destructie nog opgewekt een roze strik omheen. Dit alles werd nog eens enorm versterkt door de bancaire geldschepping en de consumptieve kredietverlening.
Bij de groenen en maatschappijcritici werd al vroeg gesproken over een balloneconomie die eens zou barsten. Zij gingen streven naar een gekalmeerde, groene en meer sociale economie om een crash te vermijden. Nu gaan we toch die crash beleven die een depressie kan worden omdat de economische verwevenheid en kwetsbaarheid groot zijn, groter dan rond 1930. Even ergens een dalende afzet en er is elders ook ellende. Een depressie zit eraan te komen, of een lange stagnatie zoals Japan kende.
Flexibilisering
Men is nu enthousiast over zonnepanelen, elektrische auto’s en cradle-to-cradle. Maar in een groeisysteem zijn zulke op zich nuttige technische middelen geheel onvoldoende en zelfs bedrieglijk want zij beletten het zicht op de noodzakelijke Grote Afslanking. Duurzaamheidsvoorman Herman Wijffels: we moeten niet ons tijdperk vernieuwen maar naar een nieuw tijdperk. Een doeltreffende aanpak moet dus dieper ingrijpen. We zouden ons dan allereerst moeten bevrijden van de groeidwang en de gevolgen ervan: de afzetdwang en de verbruiksnoodzaak. We moeten dringend van een aanbod- en opdringeconomie naar een economie afgesteld op de vraag. Een vraag, weten we nu, die rigoureus binnen de milieugrenzen blijft.
Het sleutelwoord is flexibilisering. Bedrijven moeten soepeler kunnen draaien, de vaak schommelende vraag volgend. Minder verkocht, dan niet algauw failliet -kapitaalvernietiging- maar op een lager pitje door, met minder mensen. Trekt de vraag weer aan, dan kan het bedrijf door met een weer grotere bezetting. Dat vraagt om een flexibele organisatie van de werkgelegenheid. Vele werkers hebben dan naast hun hoofdbaan een of meer bijbanen - een diversifiëring van hun loonbronnen. Inkomenszekerheid komt in plaats van baanzekerheid. De meeste mensen kunnen meer: tuinieren, chaufferen, voorlezen, kleren maken, knutselen en bouwen (het legioen der doe-‘t-zelvers!), koken, helpen met oogsten, sjouwen, steunkousen aanleggen. De discussie over een basisinkomen wordt relevant. Er zijn natuurlijk ook vele werkers die continu moeten blijven presteren in een en dezelfde baan voor producten als brood en melk, water en energie, zorg, onderwijs, veiligheid en justitie, wegwerpluiers en wc-papier.
De groeidruk op de onderneming komt nog sterker van het bedienen van de geldschieters. Voor vele ondernemers is de economie een commando-economie, zoals men de staatssocialistische planeconomieën placht te kwalificeren. Die groeidruk kan verminderd worden door eveneens de kapitaalbeloning te flexibiliseren: minder afgezet, dan ook minder geld naar de financiers. Er dient dan een sterkere koppeling te zijn tussen investeerders en bedrijf dan nu het geval is, zeker met de huidige grote aandelenmobiliteit. Er wordt wel gedacht aan de stichtingsstructuur waarin dan beide partijen zitten. Flexibilisering van de economie zal een bevrijding betekenen van de ondernemer en de bedrijven, namelijk een verlossing van de groeidwang en de absurditeit van het in de ratrace voortdurend maximaal moeten produceren en afzetten. Dan komt er werkelijk ruimte voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. In feite is er dan een algehele bevrijding van de bedrijvigheid.
Kalmering en relokalisering
Het herstellen van de biosfeer en haar functies en voorraden vraagt om een flinke kalmering en relokalisering van de economie. Het driftige heen en weer bewegen van goederen en mensen is onwenselijk en onhoudbaar. Keynes adviseerde al goederen zoveel mogelijk thuis te maken. (Hij voegde er nog iets interessants aan toe gezien de huidige crisis: houd vooral de financiering in de eerste plaats nationaal.) Regionalisering krijgt van de vrijhandelaars algauw het zwarte etiket van protectionisme, maar als er nu íets in het neoliberale systeem zwaar geprotegeerd wordt, zijn het de begerige, over de hele Aarde ongeremd heen en weer vliegende kapitalen. « Het kapitaal stroomt de hele wereld over op zoek naar de hoogste opbrengst. » signaleerde Bolkestein al vroeg (Volkskrant, 21-1-1984). Een meer eigenstandige economie – minder im- en export afhankelijk– is heilzaam voor ons land. Onze grote buren hebben daar veel meer van over weten te houden en zijn daardoor minder kwetsbaar voor schaarsten, dure olie, ziekten en andere kinken in de kabel.
De gezondmaking en weerstandsverhoging van de economie impliceert de ontwikkeling van importvervangende bedrijvigheid en de uitbreiding van blauwe-boorden arbeid en ambachten. Dit kan in een ‘thuissector’ onder de officiële bedrijvigheid van baggeren, containers overladen en het exporteren van zuivel en chips. In de thuis- of basissector zou de hoofdactiviteit biologische land- en tuinbouw moeten zijn, met daarbij zoveel mogelijk eigen energieopwekking, hergebruik en herstel van natuur en platteland. ‘Eetbare steden’ en vergroende en nijver geworden buurten waarin zoveel mogelijk mensen naar vermogen productief zijn geworden in een economie op menselijk maat. De basissector zal ook alle werkers kunnen opvangen die nog voortdurend uit de officiële, aan de mondiale ratrace deelnemende sector gestoten zullen worden.
De werkdiversifiërung zal verschillen van het flexwerken zoals nu voorgestaan door de werkgevers, gevangenen van de huidige economie. De werkafwisseling –een wens van vele werkers, vooral de jongere– zou plaats moeten vinden in de context van verdere emancipatie, meer collectieve zelfsturing en dus van een economie die steeds meer van de mensen zelf wordt. Dat ligt in de lijn van onze geschiedenis. De gang naar een politieke democratie zou vervolgd kunnen worden met een economische democratie. Dan wel graag met verdiept milieubesef!
Afgezien van het handhaven van groene en sociale regels voor bedrijven en meer controle op de banken kan de officiële sector beter nog even met rust gelaten worden. Anders is er teveel ontreddering ineens. Een in de samenleving ingebedde sociale markteconomie met flink wat collectieve sturing en het geld als dienaar – wie wil kan het gerust kapitalisme blijven noemen. In zulke meer eigenstandige lokale economieën in Europa kan een balans tussen individueel ondernemerschap en collectieve planning ontwikkeld worden en ook een levendige onderlinge handel. De noodzaak tot een harde concurrentie met opkomende landen als China, India en Brazilië kan drastisch afnemen. Sterker: zo’n tot inkeer gekomen Europa kan een voorbeeld worden voor de nieuwe aanstormers: verander van koers voor het te laat is.
Utopisch? Het is utopisch te menen de oude economie voort te kunnen zetten en te rekenen op technische oplossingen. De man met de hamer wordt het opraken van grondstoffen en het disfunctioneren van de biosfeer zoals wij die nodig hebben om te bestaan. Wat meer is, de ingrediënten voor de economische gezondmaking zijn al overal in de wereld als hoopvolle plantjes opgekomen uit de scheuren in het huidige financieel-economische systeem. De nieuwe maatschappij wordt in de oude geboren. De huidige crisis kan, zoals in de judosport, prachtig aangewend worden voor de voor ons overleven noodzakelijke economische ombuiging. Misschien iets voor Davos volgend jaar.
--------------------
Mr Willem Hoogendijk is werkzaam bij de Stichting Aarde en lid van de werkgroep Voor de Verandering en de groep rond het Franse tijdschrift Entropia, geheel gewijd aan krimp.
Beetje verkort geplaatst in de Volkskrant van 3 maart 2012, blz. 32
Bij het World Economic Forum in Davos is het kapitalisme besproken: deugt het of niet?
Ja, zeiden de ondernemers. Nee, vonden de vakbondsmensen. Het is maar wat je onder kapitalisme verstaat. Laten we naar de situatie van nu kijken.
Onze economie is aan het kwakkelen of zelfs krimpen. Het ach-en-wee klinkt ook elders. Haperende verdienmachines betekenen minder consumptieve bestedingen, overheidsuitgaven en pensioengeld en meer werkloosheid. Ligt de oorzaak bij de kredietcrisis, uitgelopen op een algehele financiële malaise, of zijn er diepere oorzaken? Het kapitalistische systeem is immers zo totalitair dat het ook ons economisch beschouwen verkokerd heeft. De media lopen over van de economen, industriëlen en beleidsmensen die het consumentenvertrouwen willen herstellen en de economie weer opkrikken. Begrijpelijk van ondernemers, beleidsmakers en politici vanwege hun vastzitten aan de status quo, maar verbazend dat nog zo weinig economen vraagtekens zetten bij een systeem waarin verbruikt moet worden om de boel draaiend te houden. Ziedaar de mijns inziens kapitale systeemfout in de huidige economie die niet gezien wordt, laat staan in Davos ter sprake komt.
Vroeger hadden we economische bedrijvigheid die de vraag volgde. Bedrijven fluctueerden met de schommelingen van de vraag. Vele werkers waren navenant flexibel. Vervolgens ging de rol van het geld toenemen, met name de geldaccumulaties uit de handel. Om deze te vermeerderen gingen de eigenaren ervan produceren. De kooplieden werden fabrikanten, de werkplaatsen fabrieken. Onder druk van deze investeringen die moesten renderen ontstond de continue productie met een toegenomen arbeidsspecialisatie. De waren moesten afgezet worden, dus de vraag gestimuleerd. De vraageconomie was er een van het aanbod geworden.
Andere groeifactor was een toenemende en zich emanciperende bevolking. Kelderwoningen werden Wibaut-appartementen en deze later weer doorzonhuizen. Fossiele brandstoffen dreven de alsmaar verbeterde machines aan. Belangrijke groeistimulans werd ook de bancaire geldschepping; dat kredietgeld ging qua volume het gewone geld vele malen overtreffen. Er ontstond een productiesysteem onderworpen aan groeidwang dat het moest hebben van reclame en marketing, verminderde kwaliteit en de algehele culturele omhelzing van innovatie en groei: meer, nieuwer, sneller. Duizenden jaren van spaarzaam omgaan met energie en materiaal kreeg het pejoratieve stempel van ouderwets. Best begrijpelijk ook, gezien het toegenomen comfort en een veelheid van arbeidsbesparende vernieuwingen. Ongeveer iedereen had het beter gekregen dan zijn grootouders en de ervaringen met een planeconomie in een één-partijsysteem waren niet best. Leve het vrije ondernemen en het kapitalistische groeisysteem.
Kapitaal dominant
Maar is alles wel rozengeur en maneschijn? In de economie van het aanbod, ja de opdring, zijn de bedrijven zo ‘mono’ (maar één soort product), grootschalig en overspannen geworden dat er niks mis mag gaan of er is trammelant. Een dip in de afzet die even aanhoudt, of er dreigt faillissement. De volatiliteit van aandeelhouders en andere investeerders speelt daarbij een grote rol. Het personeel zal zich ook verzetten tegen ontslag, maar de factor Arbeid is toch altijd nog de zwakkere van de factor Kapitaal. Als die uit de onderneming stapt, is het einde verhaal.
Van dienaar was het geld meester geworden. Dat werd echter verhuld in de klassieke theorie die leerde dat het geld vooral een facilitator was. Maar de onzichtbare hand van de markt was de zichtbare vuist van het kapitaal geworden. Bovendien heeft het kapitalisme onze mentaliteit zo ‘ego’ gekneed dat deze vervolgens dient voor zijn eigen legitimatie.
Het productiegeweld heeft een overeenkomstig consumptiegeweld nodig en oefent een rampzalige druk uit op de biosfeer. De mensheid is bezig met een suïcidale aanslag op haar eigen draagvlak. De Aarde kreunt steeds luider, maar wij horen het niet door ons vastzitten aan de zorgen van alle dag en, bij de welgestelden, de geneugten van alle dag. Op het dek van de Titanic wordt vrolijk de in de spektakelmaatschappij ontstane verdoofcultuur omhelsd.
Geld dat moet groeien, fabrieken die dus alsmaar moeten draaien, de consumptie die dus navenant op peil moet worden gehouden – ziedaar de absurde toestand van een verkwistende en tegelijk aantrekkelijke spullencultuur. De econoom Schumpeter deed er met zijn creatieve destructie nog opgewekt een roze strik omheen. Dit alles werd nog eens enorm versterkt door de bancaire geldschepping en de consumptieve kredietverlening.
Bij de groenen en maatschappijcritici werd al vroeg gesproken over een balloneconomie die eens zou barsten. Zij gingen streven naar een gekalmeerde, groene en meer sociale economie om een crash te vermijden. Nu gaan we toch die crash beleven die een depressie kan worden omdat de economische verwevenheid en kwetsbaarheid groot zijn, groter dan rond 1930. Even ergens een dalende afzet en er is elders ook ellende. Een depressie zit eraan te komen, of een lange stagnatie zoals Japan kende.
Flexibilisering
Men is nu enthousiast over zonnepanelen, elektrische auto’s en cradle-to-cradle. Maar in een groeisysteem zijn zulke op zich nuttige technische middelen geheel onvoldoende en zelfs bedrieglijk want zij beletten het zicht op de noodzakelijke Grote Afslanking. Duurzaamheidsvoorman Herman Wijffels: we moeten niet ons tijdperk vernieuwen maar naar een nieuw tijdperk. Een doeltreffende aanpak moet dus dieper ingrijpen. We zouden ons dan allereerst moeten bevrijden van de groeidwang en de gevolgen ervan: de afzetdwang en de verbruiksnoodzaak. We moeten dringend van een aanbod- en opdringeconomie naar een economie afgesteld op de vraag. Een vraag, weten we nu, die rigoureus binnen de milieugrenzen blijft.
Het sleutelwoord is flexibilisering. Bedrijven moeten soepeler kunnen draaien, de vaak schommelende vraag volgend. Minder verkocht, dan niet algauw failliet -kapitaalvernietiging- maar op een lager pitje door, met minder mensen. Trekt de vraag weer aan, dan kan het bedrijf door met een weer grotere bezetting. Dat vraagt om een flexibele organisatie van de werkgelegenheid. Vele werkers hebben dan naast hun hoofdbaan een of meer bijbanen - een diversifiëring van hun loonbronnen. Inkomenszekerheid komt in plaats van baanzekerheid. De meeste mensen kunnen meer: tuinieren, chaufferen, voorlezen, kleren maken, knutselen en bouwen (het legioen der doe-‘t-zelvers!), koken, helpen met oogsten, sjouwen, steunkousen aanleggen. De discussie over een basisinkomen wordt relevant. Er zijn natuurlijk ook vele werkers die continu moeten blijven presteren in een en dezelfde baan voor producten als brood en melk, water en energie, zorg, onderwijs, veiligheid en justitie, wegwerpluiers en wc-papier.
De groeidruk op de onderneming komt nog sterker van het bedienen van de geldschieters. Voor vele ondernemers is de economie een commando-economie, zoals men de staatssocialistische planeconomieën placht te kwalificeren. Die groeidruk kan verminderd worden door eveneens de kapitaalbeloning te flexibiliseren: minder afgezet, dan ook minder geld naar de financiers. Er dient dan een sterkere koppeling te zijn tussen investeerders en bedrijf dan nu het geval is, zeker met de huidige grote aandelenmobiliteit. Er wordt wel gedacht aan de stichtingsstructuur waarin dan beide partijen zitten. Flexibilisering van de economie zal een bevrijding betekenen van de ondernemer en de bedrijven, namelijk een verlossing van de groeidwang en de absurditeit van het in de ratrace voortdurend maximaal moeten produceren en afzetten. Dan komt er werkelijk ruimte voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. In feite is er dan een algehele bevrijding van de bedrijvigheid.
Kalmering en relokalisering
Het herstellen van de biosfeer en haar functies en voorraden vraagt om een flinke kalmering en relokalisering van de economie. Het driftige heen en weer bewegen van goederen en mensen is onwenselijk en onhoudbaar. Keynes adviseerde al goederen zoveel mogelijk thuis te maken. (Hij voegde er nog iets interessants aan toe gezien de huidige crisis: houd vooral de financiering in de eerste plaats nationaal.) Regionalisering krijgt van de vrijhandelaars algauw het zwarte etiket van protectionisme, maar als er nu íets in het neoliberale systeem zwaar geprotegeerd wordt, zijn het de begerige, over de hele Aarde ongeremd heen en weer vliegende kapitalen. « Het kapitaal stroomt de hele wereld over op zoek naar de hoogste opbrengst. » signaleerde Bolkestein al vroeg (Volkskrant, 21-1-1984). Een meer eigenstandige economie – minder im- en export afhankelijk– is heilzaam voor ons land. Onze grote buren hebben daar veel meer van over weten te houden en zijn daardoor minder kwetsbaar voor schaarsten, dure olie, ziekten en andere kinken in de kabel.
De gezondmaking en weerstandsverhoging van de economie impliceert de ontwikkeling van importvervangende bedrijvigheid en de uitbreiding van blauwe-boorden arbeid en ambachten. Dit kan in een ‘thuissector’ onder de officiële bedrijvigheid van baggeren, containers overladen en het exporteren van zuivel en chips. In de thuis- of basissector zou de hoofdactiviteit biologische land- en tuinbouw moeten zijn, met daarbij zoveel mogelijk eigen energieopwekking, hergebruik en herstel van natuur en platteland. ‘Eetbare steden’ en vergroende en nijver geworden buurten waarin zoveel mogelijk mensen naar vermogen productief zijn geworden in een economie op menselijk maat. De basissector zal ook alle werkers kunnen opvangen die nog voortdurend uit de officiële, aan de mondiale ratrace deelnemende sector gestoten zullen worden.
De werkdiversifiërung zal verschillen van het flexwerken zoals nu voorgestaan door de werkgevers, gevangenen van de huidige economie. De werkafwisseling –een wens van vele werkers, vooral de jongere– zou plaats moeten vinden in de context van verdere emancipatie, meer collectieve zelfsturing en dus van een economie die steeds meer van de mensen zelf wordt. Dat ligt in de lijn van onze geschiedenis. De gang naar een politieke democratie zou vervolgd kunnen worden met een economische democratie. Dan wel graag met verdiept milieubesef!
Afgezien van het handhaven van groene en sociale regels voor bedrijven en meer controle op de banken kan de officiële sector beter nog even met rust gelaten worden. Anders is er teveel ontreddering ineens. Een in de samenleving ingebedde sociale markteconomie met flink wat collectieve sturing en het geld als dienaar – wie wil kan het gerust kapitalisme blijven noemen. In zulke meer eigenstandige lokale economieën in Europa kan een balans tussen individueel ondernemerschap en collectieve planning ontwikkeld worden en ook een levendige onderlinge handel. De noodzaak tot een harde concurrentie met opkomende landen als China, India en Brazilië kan drastisch afnemen. Sterker: zo’n tot inkeer gekomen Europa kan een voorbeeld worden voor de nieuwe aanstormers: verander van koers voor het te laat is.
Utopisch? Het is utopisch te menen de oude economie voort te kunnen zetten en te rekenen op technische oplossingen. De man met de hamer wordt het opraken van grondstoffen en het disfunctioneren van de biosfeer zoals wij die nodig hebben om te bestaan. Wat meer is, de ingrediënten voor de economische gezondmaking zijn al overal in de wereld als hoopvolle plantjes opgekomen uit de scheuren in het huidige financieel-economische systeem. De nieuwe maatschappij wordt in de oude geboren. De huidige crisis kan, zoals in de judosport, prachtig aangewend worden voor de voor ons overleven noodzakelijke economische ombuiging. Misschien iets voor Davos volgend jaar.
--------------------
Mr Willem Hoogendijk is werkzaam bij de Stichting Aarde en lid van de werkgroep Voor de Verandering en de groep rond het Franse tijdschrift Entropia, geheel gewijd aan krimp.
dinsdag 13 september 2011
Nederland in 2030
HOE NEDERLAND ER IN 2030 UIT ZIET, als wij dat zouden willen....
Van een kille maatschappij naar een warme samenleving
We schrijven begin 21ste eeuw. De ecologische aftakeling voltrekt zich steeds duidelijker. Het draagvlak van elke economie, van alle leven, is bezig enorm in te krimpen, af te brokkelen. Vergelijk ons mensen op een stalen schip dat op volle zee bezig is zijn klinknagels te verliezen. Maar, zoals op de Titanic, speelt in de salon het orkestje door. Orkestje? Een immense bak verdovende middelen wordt elke dag over de passagiers uitgestort, van stamp muziek tot sussende overheidspraat, van reclame tot soaps, van economische geloofs-leerstukken tot intellectuele prietpraat, van opgefokte DJ's tot dominees en journalisten-die-niet-doorvragen. En we houden onze haard brandend met het speelgoed van onze kinderen. Daarbij is er zich een schandelijke en angstige sociale desintegratie aan het voltrekken en wordt de kloof tussen arm en rijk groter, zowel nationaal als mondiaal.
Maar het kan ook anders! Overal in de wereld komen de reacties en alternatieven uit de scheuren in het asfalt en beton naar boven. Zet ze eens bij elkaar, en je hebt al een complete utopie! Wat volgt is grotendeels op hen gebaseerd, wellicht hier en daar wat doorgetrokken. Ons land in 2030.
Werk
Iedereen werkt. Naar vermogen. Zoveel mensen zoveel banen. Het woord uitkering is verdwenen. Zo ook de werkloosheid. Er is een basisinkomen, met daartegenover productieve taken en zorgtaken. Voor iedereen, ook voor bobo's. Motto: wie van de Aarde en de maatschappij neemt, dient ook aan deze beide terug te geven.
De schadelijke, maar met welvaart omklede aanbod-, ja opdringeconomie werd vervangen door een economie afgesteld op de vraag, een vraag die binnen de milieugrenzen blijft.
We produceren alleen wat we nodig hebben, en dat zo milieuvriendelijk mogelijk. Het idiote en schadelijke systeem van voortdurend produceren is afgeschaft, behalve natuurlijk voor zaken die we elke dag verbruiken zoals brood, melk, krant, stroom, zorg en onderwijs.
Er zijn dus beroepen die een volle baan vereisen. Maar vele werkers zijn niet meer afhankelijk van het wel en wee van één product dat voortdurend in de markt gedrukt moet worden, nuttig of niet, gewenst of niet. Deze werkers hebben meerdere banen waaruit zij hun loon halen. (Zie verder hierna onder Productie/consumptie.)
Maar voor iedereen geldt: naast de baan of banen mee doen aan sociale taken al naar gelang beschikbare tijd: wijkonderhoud, zorgverlening, opvoeding. En in de gemeenschapsproductie: helpen bij de oogst, bij de energieopwekking, bij de recycling, e.d. Die taken vallen onder de gemeenten.
Door milieugebruik wèl te belasten en arbeid niet meer (van belasting op toegevoegde waarde naar belasting op onttrokken waarde) zijn er overal banen voor extra controleurs in het openbaar vervoer, voor bijrijders op vrachtauto’s, voor chauffeursdiensten, voor extra krachten in de bedrijven enz.
Het opstarten van bedrijfjes is sterk vergemakkelijkt. Wie een voorstel doet, komt bij de economische commissie in de gemeente terecht. Daarin zijn ook banken vertegenwoordigd. Die commissie oordeelt over de nuttigheid of aantrekkelijkheid van de voorgestelde activiteit en natuurlijk hoe het zal worden uitgevoerd. Goedkope leningen worden vervolgens verstrekt, soms zelfs startsubsidies, en ruimte ter beschikking gesteld. De beloning voor de lening of de investering kan schommelen; de vraag naar het product kan immers schommelen; minder verkocht, dan ook minder geld naar de investeerders. Hoeft het bedrijf niet meteen te sluiten bij wat minder omzet. De economie werd dus geflexibiliseerd, met zowel flexibele werkgelegenheid als flexibele kapitaalbeloning. Arbeid wordt niet langer gedomineerd door kapitaal; kapitaal is dienaar geworden, geen machtsmiddel meer maar slechts faciliterend. We komen er op terug onder Productie/consumptie.
Biologische landbouw
Basisactiviteit in ons land is de biologische landbouw: grondextensief, arbeidsintensief, gezond, natuur sparend. Een overgangssubsidie van voldoende duur en de omscholing van de agrariërs maakten dit mogelijk. Ook de menselijke fecaliën worden weer als mest gebruikt; meteen veel minder watervervuiling en het fosfaat (dat snel opraakte!) blijft langer in een kringloop. De snoeken, heggen en grutto's komen weer terug, de eitjes van de koolmezen komen weer uit. De destijds nagestreefde 'ecologische hoofdstructuur' is nu min of meer vanzelf ontstaan. Van heinde en verre komen mensen het 'natuurpark Nederland' bekijken; groen, veilig, sociaal. (Allemaal steenrijke buitenlanders willen er komen wonen, maar dan geldt het 'Eigen volk eerst'...) ( = alle hier duurzaam verblijvenden!)
NB. Dit was een grote stap vooruit na het creëren van natuurgebieden (Gelderse Poort, Oostvaardersplassen, N.W. Overijssel, plan Ooievaar) in een verder vervuilend land zoals we eind vorige eeuw deden!
Men eet zoveel mogelijk volgens het seizoen en uit de streek. Stedelingen helpen de boeren in drukke periodes. Bijna verdwenen groente- en fruitsoorten van hier zijn specialiteiten geworden waardoor er minder behoefte is aan niet-seizoensgebonden voedsel en voedsel van ver weg.
Het afbouw- en ombouwprogramma van en voor de veefabrieken (bio-industrie toen genoemd) loopt volgens schema, maar voor velen nog te traag.
Weer een SAMENleving
Ja, de veiligheid is er groot. De deuren van huizen en auto's hoeven niet meer op slot. Waarom? Omdat de koek veel eerlijker verdeeld wordt. De welvaartverschillen zijn klein. Er is veel verschil in levenswijze, maar op het materiële vlak is er veel meer gelijkheid dan nu. Er wordt meer samengewerkt. De mensen zitten economisch aan elkaar vast (destijds ook, maar nu is het openlijker, op kleinere, meer zichtbare schaal). Dus is er minder behoefte om zich af te zetten tegen anderen. Criminaliteit krijgt veel minder kans. Er is meer sociale controle. Soms wel eens vervelend, maar toch fijner dan de eenzaamheid en risico’s van toen. Vanuit 2030 zien we duidelijk dat de individualisering toen enorm was doorgeslagen.
Onze zorg houdt niet langer op bij de voordeur. De buurt, het dorp, de stad, het hele land is van ons, is dus ook onze zorg. De kille maatschappij is immers een warme SAMENleving geworden. We nemen allen onze verantwoordelijkheid. We zorgen goed voor de buren en andere medebewoners. En ook voor de straat, de trein, de bus, de bomen, het straatmeubilair. Bushaltes, telefooncellen en kunstwerken blijven heel. We weten nu immers: het zijn onze eigen spullen, en we beheren ze voor ons nageslacht.
De kleine en regionale schaal heeft de democratie weer zeer hersteld. Alles is veel overzichtelijker en de mensen kunnen direct invloed uitoefenen over de gang van zaken. De markt is weer ingebed in de gemeenschap. Met de kleinere, regionale schaal waren we in één klap uit het dilemma: vrij ondernemersschap of planeconomie. Zo ook uit de spanning: individueel belang <> algemeen belang.
Het was in de wereld een rotzooitje geworden met gestolen goederen, ongecontroleerde waar en dieren, criminele bendes, drugs- en wapensmokkel, zwart geld, vrouwenhandel, verspreiding van ziekten, e.d. Maar tegelijk proberen we de grenzen open te houden. Dat valt nog steeds niet altijd mee.
Met de integratie van mensen uit het buitenland afkomstig is het beter gegaan dan we rond 2000 dachten. Onder andere kwam er zowel van de kant van Moslims als van de ‘oud-Nederlandse’ kant meer begrip en tolerantie; en de nieuwe werkverdeling bevorderde het ‘iedereen erbij’. Iedereen bedrijvig in de meer van onszelf geworden economie bracht de mensen bij elkaar, en dat werkte veel beter dan het gepreek over solidariteit dat onze leiders vroeger plachten te doen.
Kalmer aan
Wat we nu ook zien, is onze verwendheid van toen. Toen ergerden we ons meteen als de trein wat vertraging had of als we in een rij moesten wachten of als er iets op was in de winkel. We stonden graag meteen op onze rechten. We waren toen vaak onbeleefd tegen elkaar, het duidelijkst in het ver¬keer: driftige ettertjes meestal. Nu, in 2030 gaat alles veel relaxter. Er is meer tijd voor alles en we nemen veel meer tijd voor alles. Die onthaasting werd overigens al eind vorige eeuw bepleit.
Vervoer
Door een andere ruimtelijke ordening (wonen, werken en recre‘ren weer dichter bij elkaar), een gedecentraliseerde economie en een leukere woonomgeving is er minder noodzaak tot vervoer en behoefte aan mobiliteit. Fiets en openbaar vervoer staan centraal, het 'autosysteem' is getemd en aanvullend geworden.
Dat temmen geschiedde via rekening rijden en distributie van parkeerkaarten. Ook met de distributie van benzine, autogas en dieselolie, de olie was immers erg schaars geworden. Oversteekplaatsen voor voetgangers zijn er overal in de stad. Er zijn verder autoloze zondagen. Geruisloze auto's en motoren (maar wel met waarschuwingsbelletjes als bij Zwitserse koeien). Bussen en auto's op gas of elektrisch. Minder gecross en autorally's. Geen motoren voor plezier meer op de binnenwateren. Je kunt pas je rijbewijs halen vanaf je 23ste, behalve als je in een buitengebied woont of moet autorijden vanwege beroep of invaliditeit. Jongeren fietsen meer, wat meteen hun gezondheid bevordert.
Het vliegverkeer is ook ingedamd. Op kerosine is flinke accijns. Het gesleep met goederen over de hele wereld is drastisch teruggebracht door de ontwikkeling van weer wat meer zelfvoorziening overal ter wereld. En vliegvakanties zijn ook op de bon. Wie meer wil vliegen, moet punten van een ander kopen, net als met autobrandstof.
Energie
Alles dreef op de olie en andere fossiele brandstoffen; de rijke landen waren aan de olie verslaafd geraakt. Alles raakte ingericht op olie-genoeg en dus op veel-mobiliteit. De weer toegenomen koolstof in onze atmosfeer zorgde voor een omkering van het evolutionaire proces waaraan wij mensen nu juist ons leven te danken hadden! Het was juist de zogenaamde vooruitgang die de klok terugzette!
Vandaar een enorme energiebesparing en slimmere systemen van energie doorgeven. De meeste huizen en gebouwen zijn goed geïsoleerd en hebben zonnepanelen (zonnecellen; werden steeds goedkoper).
Energiebesparing was sterk doorgevoerd. Mede door inkrimping van de productie en het vervoer gebruiken we nu inderdaad 20% van wat we in 2000 verbruikten. Er is veel windenergie, niet alleen voor stroom, ook hier en daar op het platteland voor directe aandrijving. (Dat maakt meteen de bedrijvigheid levendig: "Mensen, het gaat waaien. Nu zagen!") Productieprocessen werden zuinig gemaakt. Het aardgas is bijna op en er mag geen CO2 meer extra de lucht in, dus we moeten zuinig zijn. Voor de kassen wordt nu ondergrondse warmteopslag gebruikt. Samen met enkele Noord-Afrikaanse landen heeft Europa daar geconcentreerde zonnecentrales neergezet die elektriciteit leveren.
Oh ja, de nacht is weer in ere hersteld. Het is 's avonds na 10 uur weer donker en meer mensen dan vroeger gaan dan naar bed. Wat dat niet scheelt in energiegebruik! (Voor de 'Klap van Doel' – dat ernstige ongeluk in de kerncentrale bij Antwerpen - was dat niet zo'n probleem omdat je met kernenergie 's nachts een overcapaciteit hebt. Daarom ook dat België vroeger ’s nachts nagenoeg geheel verlicht was...)
Wonen
Er is veel meer gelegenheid tot bedrijvigheid in de woonomgeving. In ecologische huizenblokken en wijken, sterk ‘eetbaar’gemaakt, wonen allerlei soorten mensen en leeftijden door elkaar. Op veilige binnenterreinen passen de thuiszitters - vaak opa's en oma's - overdag op de kleine kinderen terwijl de ouders werken. De ouderen dragen zo aan de jongeren hun ervaring over, waaronder allerlei vaardigheden en ambachten. (Grijze haren betekent weer: van die kun je wat leren...)
Er zijn vele maatregelen tegen lawaai genomen. Zo kun je bij TV-toestellen de bas zachter zetten. Lawaaiige motoren zijn taboe.
Bouwen
Er is sinds 2010 weinig meer bijgebouwd. (De crisis van toen had daarbij geholpen.) Afgedankte gebouwen werden niet meer zo gauw gesloopt maar aangepast, de verwende vernieuwingsdrift van destijds ("het gebouw is ouderwets geworden") is geluwd. Op creatieve wijze kregen vele gebouwen een nieuwe bestemming. Nieuwbouw werd vèr- en ombouw.
Er wonen meer mensen in de huizen. (Er is een soepele regeling zodat mensen, die niet bij elkaar blijken te passen, niet bij elkaar hoeven te blijven.)
Vele garages en garageboxen zijn kleine bedrijfsruimten geworden. Als er nog gebouwd wordt, is het overwegend met baksteen die immers, als je met de goede cementmix werkt, ook recyclebaar is.
De stad is weer op adem gekomen door het temmen van het autoverkeer. Er zijn nu slimmere toeleveringssystemen zodat er minder grote vrachtauto’s nodig zijn.
Er is veel groen, ook vele moestuinen, notenbomen e.d., dus wat dient als voedsel (de ‘eetbare’ stad). Monumenten worden zorgvuldig behoed. Belangrijk: de grond werd gecollectiviseerd. Dit blijkt ook de verworteling van de mensen te bevorderen.
Opvoeding/onderwijs
De opvoeding van jongeren is weer de taak van de hele wijk, van het hele dorp (Afrikaans gezegde!). Voor jeugd in de pubertijd zijn er volop uitleef-mogelijkheden die ook meteen nuttig zijn: slopen en bouwen, wateren uitbaggeren, visvijvers onderhouden, koeriersdiensten verrichten, e.d. De TV is ontdaan van geweldfilms, clips waarin de vrouw slechts object van de man is en andere normverlagende pulp.
De schoolklassen zijn groepen van slechts 15 kinderen. (Begin van de eeuw waren er veel baanlozen - onder anderen vele werkloze psychologen - dus dat kon gauw geregeld worden...) Op de scholen wordt niet alleen meer geleerd, er wordt ook leuke, nuttige handarbeid verricht en meer gesport. Dit blijkt ook de intellectuele prestaties ten goede te komen.
Trouwens, er is weer zo iets als de oude ambachtschool. Je hebt nu eenmaal mensen die echte doeners zijn en mensen met twee linker handen die echter goed zijn in uitdenken en plannen. De denkers worden niet beter beloond, dus is er niet meer dat gekke verschil tussen intellectuelen en anderen, tussen witte en blauwe boorden, tussen laag- en hoogwaardige arbeid. Die ambachtscholen hebben ook een buurtfunctie, voor reparatie van kleren en spullen en voor de scholing van volwassenen.
Er wordt aan uitgebreide en aantrekkelijke volksopvoeding gedaan. Weer – want die was in het midden van de vorige eeuw vruchtbaar gebleken en door de ‘leerlingen’ zeer gewaardeerd, zowel in socialistische als in christelijke kring. Leren met elkaar omgaan, en contact krijgen met muziek, boeken, theater en andere kunsten en met een stukje van de wereldgeschiedenis en -cultuur.
Rond de eeuwwisseling was het alles kenniseconomie wat de klok sloeg. Daarmee zouden we in de mondiale concurrentie het hoofd boven water kunnen houden. We hebben inderdaad nog wel enkele specialiteiten, technologische toppers waar we trots op zijn. Maar het hele onderwijs, tot en met de universiteiten en wetenschappelijke instituten, werd verder toch gericht op het huidige tijdperk van overleving, geregionaliseerde en solidaire economie en ecologisch en sociaal herstel, mondiaal.
Productie/consumptie
Er wordt stevig ge-ecotaxed, zodat vuile, schadelijke en onnodige producten en processen op de terugtocht zijn. Arbeid werd fiscaal ontlast, gebruik van milieu, energie en materiaal werd sterk belast. Veel meer mensen zijn direct betrokken bij de productie en consumptie voor henzelf, zodat tamelijk schone, streekgebonden kringloopeconomieën zijn ontstaan. (Bijvoorbeeld komt onze ontlasting niet meer in het water maar gaat het na een tijdje het land weer op, als mest. Zo hebben onze voorouders het duizenden jaren lang volgehouden en gebeurde het nog in de meeste gebieden van de wereld. Of de mest wordt gebruikt voor biogas.)
Onze koeien hebben niet meer zulke lange nekken: ze leven niet meer van voer uit Azië en Amerika.... Helemaal streven we nu naar wat meer zelfvoorziening voor zoveel mogelijk producten. Zo zijn de 'cashcrop' producerende landen ook weer aan hun eigen behoeften toegekomen: ze produceren nu weer meer voor de eigen markt. Net zoals onze eigen cashcrops zijn gekalmeerd: bloemen, vlees, zuivel, vis, transport, waterbouw, kunststoffen, chemie.
De overheid wordt gezien als ook een producent, namelijk van vele nuttige en gewaardeerde diensten. Overdreven bureaucratie werd effectief bestreden. Vele com-mercialiseringen van eind vorige eeuw (privatiseringen noemden ze dat: water, energie, spoorwegen, post, gezondheidszorg) zijn teruggedraaid, maar wel meteen omgezet in semi-commerciële bedrijven: zeer efficiënt gemaakt, maar niet om de winst. Prettige sfeer, klant gericht, en er wordt tegelijk flink aangepakt!
Ook de reclame is getemd. Veel TV- en radioreclame, bijvoorbeeld, is consumenten-voorlichting geworden. Het is niet meer zoals vroeger dat de rijkste het hardste kan schreeuwen. Op straat is er ook minder reclame.
De aanbodeconomie werd dus vervangen door een economie afgesteld op de vraag. Het (grote) geld oefent niet langer een eenzijdige druk uit op de bedrijvigheid, domineert niet langer de arbeid. Als een goede fabriek wat minder afzet, gaat 'ie nog niet meteen richting malaise. Integendeel, er wordt weer naar behoefte geproduceerd, niet om de winst. Dus zijn schommelingen in productie en verkoop weer normaal. De werkgelegenheid is geflexibiliseerd (zie onder Werk; een begin werd al gemaakt eind vorige eeuw, met uitzendbureaus en freelancers - toen nog in een verkeerde context, namelijk ter meerdere glorie van het ongeremde, door het geld aangedreven productivisme).
Zo werd ook de kapitaalbeloning geflexibiliseerd. Minder vis gevangen of stoelen verkocht? Dan betaalt de visserman of de stoelenfabrikant hun geldschieters ook minder. Door het wegvallen van de overdreven verdien-druk is de concurrentie weer kalmer geworden en kunnen ondernemers verantwoordelijk ondernemen.
Voor bedrijfskredieten zijn er gemeentelijke, provinciale of nationale commissies waarin ook banken als adviseurs zitten. Die commissies, bestaande uit gekozen volksvertegenwoordigers, geven dus richting aan de economie die aldus gedemocratiseerd werd. Zij gaan ook over de sociale taken (zie onder Werk) waar iedereen een bijdrage aan levert.
Het meeste geld was vroeger het geld dat banken schiepen op basis van kredieten. Voor de rente moest extra geproduceerd worden. Het was een groei-aandrijver. Die bancaire geldschepping werd dus sterk beperkt. Lenen voor consumptieve uitgaven wordt ontmoedigd (banken mogen daar ook geen reclame meer voor maken).
Omdat er streekgebonden, gedecentraliseerde economieën zijn (inclusief spaarkassen, verzekeringsmaatschappijen en pensi¬oenfondsen), blijft het geld veel meer in de eigen streek circuleren, wordt zo de eigen economische bedrijvigheid gestimuleerd en blijft de plaatselijke koopkracht behouden. Buurtbanken worden door de bewoners democratisch bestuurd. Geld is zo van meester dienaar geworden.
De grote verandering was dus dat de economie meer van en voor de mensen werd.
Gezondheid
Het was rond de eeuwwisseling, ondanks verbeteringen, toch slecht gegaan met de lucht- en waterkwaliteit en die van het courante voedsel. Milieuziekten groeiden explosief ('chemische sluipsloop'), omdat ze zo laat herkend en erkend werden. Er was, na de eeuwwisseling, gelukkig onder wetenschappers een soort opstand tegen de milieuverloedering, de sociale ontreddering en de blindheid van de politici ontstaan. De artsen hadden zich het hardst geroerd. Die moesten immers al die milieupatiënten telkens weer proberen op te lappen. Die opstand had als gevolg dat er eindelijk rigoureuze maatregelen kwamen tegen de vervuiling en vergiftiging en dat lucht en water beduidend opknapten. En daarmee de gezondheid van mensen, dieren en planten.
Omdat de haast- en prestatiemaatschappij gekalmeerd was, kwamen stress, burn-outs en depressiviteit – en de daar aan gerelateerde ziekten - veel minder voor.
Begin deze eeuw was alcohol een groeiend probleem geworden (tot en met jongeren die zich in een coma zopen) terwijl ook het getolereerde soft-drugsgebruik enigszins bedorven werd omdat het spul zo sterk werd . Er is toen een grote campagne opgezet om de mensen, en met name de jeugd, weer op een gezonder spoor te krijgen. Dat lukte en ook hierbij speelde de verandering in de maatschappij – iedereen erbij, iedereen gewaardeerd – een grote rol.
Detail: iedereen heeft nu een medisch paspoort waarin ziekten worden bijgehouden, wat er aan haar of hem verdokterd is, hoe zij/hij leeft, werk- en woonomstandigheid e.d. Zo is er een veel beter inzicht gekomen in ziekmakende omstandigheden en kon de preventie veel beter ontwikkeld worden.
Aan de gezondheid van dieren wordt ook steeds meer aandacht gegeven.
Communicatie
Na de eeuwwisseling was er, onder druk van het Grote Geld, nog een verdere verhaasting en schaalvergroting van de bedrijvigheid geprobeerd, met nog meer wegen, nog snellere treinen, nog meer vliegen. Dat is gelukkig allemaal teruggedraaid door de kredietcrisis (2008) en de daarop volgende depressie. Daarbij nog de steeds meer voelbare klimaatontregeling, die 'Klap van Doel' en de oprakende olie. Het opraken van fosfaat en de vermindering van de bijenstand hadden ook de daadkracht voor echte duurzaamheid bevorderd.
Men kwam er ook achter dat je met de elektronische snelwegen wel leuk (en duur) kon communiceren de wereld over, maar dat je ermee nog niet de aardappelen uit de grond en op je bord krijgt. En pas laat besefte men hoeveel energie internet verbruikt.
Ook bemerkte men dat de elektronische spelletjes en de digitale TV wel leuk waren maar in wezen de mensen nog meer passief en geïsoleerd hielden. Op een gegeven ogenblik kwam men weer vanachter de beeldschermen vandaan en ging men overal het 'live' contact herstellen. Nu is er zich een evenwicht aan het vormen in de levens van de mensen tussen 'live' en virtueel.
Het TV-kijken en het gamen werden ook minder door de opkomende activiteiten en verlevendiging van stadswijk en dorp. Deze verlevendiging verminderde ook de behoefte aan vakanties en recreatie ver weg. Bovendien werden radio, TV, krant en elektronische netwerken ècht activerend: na bepaalde programma's en artikelen volgen adressen of worden de mensen opgeroepen elkaar meteen te ontmoe¬ten in het eigen wijk- of dorpscentrum of nabije kroeg en samen aan de slag te gaan met het behandelde onderwerp, als men dat wil.
Kortom
Het is dus echt think globally, act locally. Na de eeuwwisse¬ling was men overal in de wereld gaan begrijpen dat een wereldgemeenschap het best kon ontstaan op basis van, en vanuit, streken die overal enigszins zelfvoorzienend zijn. En juist niet door de arbeidsdeling en de wereldhandel maar steeds verder op te voeren. Zo werd ook de globalisering gekalmeerd en aldus gezonder, met zowel eerlijke als evenwichtige handel.
Door de omslag bij ons en in verschillende andere Europese landen ging men elders in de wereld niet langer het oude 'noordelijke' groei-maar-door en het-kan-niet-op model volgen. Verkwisting werd bestreden. Overal ging de locale economie weer bloeien.
De ‘vergroende’ landen in de wereld – het lijkt alsof de mensen daar in 2030 overal wat tevredener zijn geworden. Competitie, jaloezie, strijd en ellebogenwerk (allemaal beetje normaal, nietwaar) - we houden het binnen de perken van onze gemeenschappen. De gemeenschappen houden ook wedstrijden onder elkaar: wie maakt de lekkerste confituren, wie wint 't met verspringen, wie heeft het slimste computerprogramma gemaakt, welke zonneboiler is het meest effectief, wie maakt het mooiste ontwerp voor een huis e.d. De grafieken over alcohol- en drugsgebruik, vandalisme, zinloos geweld, zelfmoorden en misdaad, die zo sterk opliepen rond de eeuwwisseling, zijn allemaal weer flink aan het dalen.
Heel gewoon: ons bestaan is weer zinvol geworden. We gaan een goede richting op ("Dit is pas het begin!"). En we kunnen allemaal mede vorm geven aan de samenleving en de hele cultuur.
Dromerij? Zoals het nu gaat met onze maatschappij, gaan we snel richting afgrond. Bovendien: veel van de genoemde leukere en slimmere oplossingen bestaan al in de wereld! En vele mensen gaan al in de richting van onthaasting en versobering.
Maar de nieuwe samenleving komt niet vanzelf.
Sluit je aan bij een progressieve natuur- of milieuorganisatie, en word daar actief voor. Of word actief in je wijk of dorp, bijvoorbeeld met transitiontowns. Of in een progressieve partij. Via de kerk of in een levensbeschouwende club die de geschetste richting in wil. In de sociale hoek is er ook genoeg te doen.
Wijzelf dromen van een brede culturele beweging, een beweging voor leven, overleven en samenleven. Buiten-parle¬mentair (want dan niet meteen gekleurd en gebonden aan de korte termijn). Bezielend, inspirerend, moed gevend. Met een intelligente, regio-gebaseerde economie als samenbindende basis.
Wees bereid er iets voor te doen, financieel en/of actief. En verspreid dit verhaal.
Zonder jou is geen verandering mogelijk !
NEDERLAND ANDERS (website in opbouw)
p/a Stichting De Appelboom
Postbus 533
3500 AM Utrecht
ING rekeningnr van de stichting: 74442 (Donaties zeer welkom!)
'Aftrapper' Willem Hoogendijk is oa. auteur van Economie Ondersteboven, een eenvoudig boek voor iedereen met een kritische analyse. € 9 overmaken naar boven vermelde rekening van Stg De Appelboom m.v.v. EO.
Voor het vervolg, De Grote Ommekeer, twee delen met oplossingen: € 14 overmaken m.v.v. DGO.
Artikelen ook aan te vragen, over regionalisering, globalisering en het geldsysteem.
Zie www.aarde.org Aldaar ook een bestellijst.
Recent (2010): Om het Naakte Bestaan (9.95 euro. ISBN 978-90-6224-493-5.). Via de post: 12.60 euro op bovenstaande ING rek. o.v.v. ONB
Van een kille maatschappij naar een warme samenleving
We schrijven begin 21ste eeuw. De ecologische aftakeling voltrekt zich steeds duidelijker. Het draagvlak van elke economie, van alle leven, is bezig enorm in te krimpen, af te brokkelen. Vergelijk ons mensen op een stalen schip dat op volle zee bezig is zijn klinknagels te verliezen. Maar, zoals op de Titanic, speelt in de salon het orkestje door. Orkestje? Een immense bak verdovende middelen wordt elke dag over de passagiers uitgestort, van stamp muziek tot sussende overheidspraat, van reclame tot soaps, van economische geloofs-leerstukken tot intellectuele prietpraat, van opgefokte DJ's tot dominees en journalisten-die-niet-doorvragen. En we houden onze haard brandend met het speelgoed van onze kinderen. Daarbij is er zich een schandelijke en angstige sociale desintegratie aan het voltrekken en wordt de kloof tussen arm en rijk groter, zowel nationaal als mondiaal.
Maar het kan ook anders! Overal in de wereld komen de reacties en alternatieven uit de scheuren in het asfalt en beton naar boven. Zet ze eens bij elkaar, en je hebt al een complete utopie! Wat volgt is grotendeels op hen gebaseerd, wellicht hier en daar wat doorgetrokken. Ons land in 2030.
Werk
Iedereen werkt. Naar vermogen. Zoveel mensen zoveel banen. Het woord uitkering is verdwenen. Zo ook de werkloosheid. Er is een basisinkomen, met daartegenover productieve taken en zorgtaken. Voor iedereen, ook voor bobo's. Motto: wie van de Aarde en de maatschappij neemt, dient ook aan deze beide terug te geven.
De schadelijke, maar met welvaart omklede aanbod-, ja opdringeconomie werd vervangen door een economie afgesteld op de vraag, een vraag die binnen de milieugrenzen blijft.
We produceren alleen wat we nodig hebben, en dat zo milieuvriendelijk mogelijk. Het idiote en schadelijke systeem van voortdurend produceren is afgeschaft, behalve natuurlijk voor zaken die we elke dag verbruiken zoals brood, melk, krant, stroom, zorg en onderwijs.
Er zijn dus beroepen die een volle baan vereisen. Maar vele werkers zijn niet meer afhankelijk van het wel en wee van één product dat voortdurend in de markt gedrukt moet worden, nuttig of niet, gewenst of niet. Deze werkers hebben meerdere banen waaruit zij hun loon halen. (Zie verder hierna onder Productie/consumptie.)
Maar voor iedereen geldt: naast de baan of banen mee doen aan sociale taken al naar gelang beschikbare tijd: wijkonderhoud, zorgverlening, opvoeding. En in de gemeenschapsproductie: helpen bij de oogst, bij de energieopwekking, bij de recycling, e.d. Die taken vallen onder de gemeenten.
Door milieugebruik wèl te belasten en arbeid niet meer (van belasting op toegevoegde waarde naar belasting op onttrokken waarde) zijn er overal banen voor extra controleurs in het openbaar vervoer, voor bijrijders op vrachtauto’s, voor chauffeursdiensten, voor extra krachten in de bedrijven enz.
Het opstarten van bedrijfjes is sterk vergemakkelijkt. Wie een voorstel doet, komt bij de economische commissie in de gemeente terecht. Daarin zijn ook banken vertegenwoordigd. Die commissie oordeelt over de nuttigheid of aantrekkelijkheid van de voorgestelde activiteit en natuurlijk hoe het zal worden uitgevoerd. Goedkope leningen worden vervolgens verstrekt, soms zelfs startsubsidies, en ruimte ter beschikking gesteld. De beloning voor de lening of de investering kan schommelen; de vraag naar het product kan immers schommelen; minder verkocht, dan ook minder geld naar de investeerders. Hoeft het bedrijf niet meteen te sluiten bij wat minder omzet. De economie werd dus geflexibiliseerd, met zowel flexibele werkgelegenheid als flexibele kapitaalbeloning. Arbeid wordt niet langer gedomineerd door kapitaal; kapitaal is dienaar geworden, geen machtsmiddel meer maar slechts faciliterend. We komen er op terug onder Productie/consumptie.
Biologische landbouw
Basisactiviteit in ons land is de biologische landbouw: grondextensief, arbeidsintensief, gezond, natuur sparend. Een overgangssubsidie van voldoende duur en de omscholing van de agrariërs maakten dit mogelijk. Ook de menselijke fecaliën worden weer als mest gebruikt; meteen veel minder watervervuiling en het fosfaat (dat snel opraakte!) blijft langer in een kringloop. De snoeken, heggen en grutto's komen weer terug, de eitjes van de koolmezen komen weer uit. De destijds nagestreefde 'ecologische hoofdstructuur' is nu min of meer vanzelf ontstaan. Van heinde en verre komen mensen het 'natuurpark Nederland' bekijken; groen, veilig, sociaal. (Allemaal steenrijke buitenlanders willen er komen wonen, maar dan geldt het 'Eigen volk eerst'...) ( = alle hier duurzaam verblijvenden!)
NB. Dit was een grote stap vooruit na het creëren van natuurgebieden (Gelderse Poort, Oostvaardersplassen, N.W. Overijssel, plan Ooievaar) in een verder vervuilend land zoals we eind vorige eeuw deden!
Men eet zoveel mogelijk volgens het seizoen en uit de streek. Stedelingen helpen de boeren in drukke periodes. Bijna verdwenen groente- en fruitsoorten van hier zijn specialiteiten geworden waardoor er minder behoefte is aan niet-seizoensgebonden voedsel en voedsel van ver weg.
Het afbouw- en ombouwprogramma van en voor de veefabrieken (bio-industrie toen genoemd) loopt volgens schema, maar voor velen nog te traag.
Weer een SAMENleving
Ja, de veiligheid is er groot. De deuren van huizen en auto's hoeven niet meer op slot. Waarom? Omdat de koek veel eerlijker verdeeld wordt. De welvaartverschillen zijn klein. Er is veel verschil in levenswijze, maar op het materiële vlak is er veel meer gelijkheid dan nu. Er wordt meer samengewerkt. De mensen zitten economisch aan elkaar vast (destijds ook, maar nu is het openlijker, op kleinere, meer zichtbare schaal). Dus is er minder behoefte om zich af te zetten tegen anderen. Criminaliteit krijgt veel minder kans. Er is meer sociale controle. Soms wel eens vervelend, maar toch fijner dan de eenzaamheid en risico’s van toen. Vanuit 2030 zien we duidelijk dat de individualisering toen enorm was doorgeslagen.
Onze zorg houdt niet langer op bij de voordeur. De buurt, het dorp, de stad, het hele land is van ons, is dus ook onze zorg. De kille maatschappij is immers een warme SAMENleving geworden. We nemen allen onze verantwoordelijkheid. We zorgen goed voor de buren en andere medebewoners. En ook voor de straat, de trein, de bus, de bomen, het straatmeubilair. Bushaltes, telefooncellen en kunstwerken blijven heel. We weten nu immers: het zijn onze eigen spullen, en we beheren ze voor ons nageslacht.
De kleine en regionale schaal heeft de democratie weer zeer hersteld. Alles is veel overzichtelijker en de mensen kunnen direct invloed uitoefenen over de gang van zaken. De markt is weer ingebed in de gemeenschap. Met de kleinere, regionale schaal waren we in één klap uit het dilemma: vrij ondernemersschap of planeconomie. Zo ook uit de spanning: individueel belang <> algemeen belang.
Het was in de wereld een rotzooitje geworden met gestolen goederen, ongecontroleerde waar en dieren, criminele bendes, drugs- en wapensmokkel, zwart geld, vrouwenhandel, verspreiding van ziekten, e.d. Maar tegelijk proberen we de grenzen open te houden. Dat valt nog steeds niet altijd mee.
Met de integratie van mensen uit het buitenland afkomstig is het beter gegaan dan we rond 2000 dachten. Onder andere kwam er zowel van de kant van Moslims als van de ‘oud-Nederlandse’ kant meer begrip en tolerantie; en de nieuwe werkverdeling bevorderde het ‘iedereen erbij’. Iedereen bedrijvig in de meer van onszelf geworden economie bracht de mensen bij elkaar, en dat werkte veel beter dan het gepreek over solidariteit dat onze leiders vroeger plachten te doen.
Kalmer aan
Wat we nu ook zien, is onze verwendheid van toen. Toen ergerden we ons meteen als de trein wat vertraging had of als we in een rij moesten wachten of als er iets op was in de winkel. We stonden graag meteen op onze rechten. We waren toen vaak onbeleefd tegen elkaar, het duidelijkst in het ver¬keer: driftige ettertjes meestal. Nu, in 2030 gaat alles veel relaxter. Er is meer tijd voor alles en we nemen veel meer tijd voor alles. Die onthaasting werd overigens al eind vorige eeuw bepleit.
Vervoer
Door een andere ruimtelijke ordening (wonen, werken en recre‘ren weer dichter bij elkaar), een gedecentraliseerde economie en een leukere woonomgeving is er minder noodzaak tot vervoer en behoefte aan mobiliteit. Fiets en openbaar vervoer staan centraal, het 'autosysteem' is getemd en aanvullend geworden.
Dat temmen geschiedde via rekening rijden en distributie van parkeerkaarten. Ook met de distributie van benzine, autogas en dieselolie, de olie was immers erg schaars geworden. Oversteekplaatsen voor voetgangers zijn er overal in de stad. Er zijn verder autoloze zondagen. Geruisloze auto's en motoren (maar wel met waarschuwingsbelletjes als bij Zwitserse koeien). Bussen en auto's op gas of elektrisch. Minder gecross en autorally's. Geen motoren voor plezier meer op de binnenwateren. Je kunt pas je rijbewijs halen vanaf je 23ste, behalve als je in een buitengebied woont of moet autorijden vanwege beroep of invaliditeit. Jongeren fietsen meer, wat meteen hun gezondheid bevordert.
Het vliegverkeer is ook ingedamd. Op kerosine is flinke accijns. Het gesleep met goederen over de hele wereld is drastisch teruggebracht door de ontwikkeling van weer wat meer zelfvoorziening overal ter wereld. En vliegvakanties zijn ook op de bon. Wie meer wil vliegen, moet punten van een ander kopen, net als met autobrandstof.
Energie
Alles dreef op de olie en andere fossiele brandstoffen; de rijke landen waren aan de olie verslaafd geraakt. Alles raakte ingericht op olie-genoeg en dus op veel-mobiliteit. De weer toegenomen koolstof in onze atmosfeer zorgde voor een omkering van het evolutionaire proces waaraan wij mensen nu juist ons leven te danken hadden! Het was juist de zogenaamde vooruitgang die de klok terugzette!
Vandaar een enorme energiebesparing en slimmere systemen van energie doorgeven. De meeste huizen en gebouwen zijn goed geïsoleerd en hebben zonnepanelen (zonnecellen; werden steeds goedkoper).
Energiebesparing was sterk doorgevoerd. Mede door inkrimping van de productie en het vervoer gebruiken we nu inderdaad 20% van wat we in 2000 verbruikten. Er is veel windenergie, niet alleen voor stroom, ook hier en daar op het platteland voor directe aandrijving. (Dat maakt meteen de bedrijvigheid levendig: "Mensen, het gaat waaien. Nu zagen!") Productieprocessen werden zuinig gemaakt. Het aardgas is bijna op en er mag geen CO2 meer extra de lucht in, dus we moeten zuinig zijn. Voor de kassen wordt nu ondergrondse warmteopslag gebruikt. Samen met enkele Noord-Afrikaanse landen heeft Europa daar geconcentreerde zonnecentrales neergezet die elektriciteit leveren.
Oh ja, de nacht is weer in ere hersteld. Het is 's avonds na 10 uur weer donker en meer mensen dan vroeger gaan dan naar bed. Wat dat niet scheelt in energiegebruik! (Voor de 'Klap van Doel' – dat ernstige ongeluk in de kerncentrale bij Antwerpen - was dat niet zo'n probleem omdat je met kernenergie 's nachts een overcapaciteit hebt. Daarom ook dat België vroeger ’s nachts nagenoeg geheel verlicht was...)
Wonen
Er is veel meer gelegenheid tot bedrijvigheid in de woonomgeving. In ecologische huizenblokken en wijken, sterk ‘eetbaar’gemaakt, wonen allerlei soorten mensen en leeftijden door elkaar. Op veilige binnenterreinen passen de thuiszitters - vaak opa's en oma's - overdag op de kleine kinderen terwijl de ouders werken. De ouderen dragen zo aan de jongeren hun ervaring over, waaronder allerlei vaardigheden en ambachten. (Grijze haren betekent weer: van die kun je wat leren...)
Er zijn vele maatregelen tegen lawaai genomen. Zo kun je bij TV-toestellen de bas zachter zetten. Lawaaiige motoren zijn taboe.
Bouwen
Er is sinds 2010 weinig meer bijgebouwd. (De crisis van toen had daarbij geholpen.) Afgedankte gebouwen werden niet meer zo gauw gesloopt maar aangepast, de verwende vernieuwingsdrift van destijds ("het gebouw is ouderwets geworden") is geluwd. Op creatieve wijze kregen vele gebouwen een nieuwe bestemming. Nieuwbouw werd vèr- en ombouw.
Er wonen meer mensen in de huizen. (Er is een soepele regeling zodat mensen, die niet bij elkaar blijken te passen, niet bij elkaar hoeven te blijven.)
Vele garages en garageboxen zijn kleine bedrijfsruimten geworden. Als er nog gebouwd wordt, is het overwegend met baksteen die immers, als je met de goede cementmix werkt, ook recyclebaar is.
De stad is weer op adem gekomen door het temmen van het autoverkeer. Er zijn nu slimmere toeleveringssystemen zodat er minder grote vrachtauto’s nodig zijn.
Er is veel groen, ook vele moestuinen, notenbomen e.d., dus wat dient als voedsel (de ‘eetbare’ stad). Monumenten worden zorgvuldig behoed. Belangrijk: de grond werd gecollectiviseerd. Dit blijkt ook de verworteling van de mensen te bevorderen.
Opvoeding/onderwijs
De opvoeding van jongeren is weer de taak van de hele wijk, van het hele dorp (Afrikaans gezegde!). Voor jeugd in de pubertijd zijn er volop uitleef-mogelijkheden die ook meteen nuttig zijn: slopen en bouwen, wateren uitbaggeren, visvijvers onderhouden, koeriersdiensten verrichten, e.d. De TV is ontdaan van geweldfilms, clips waarin de vrouw slechts object van de man is en andere normverlagende pulp.
De schoolklassen zijn groepen van slechts 15 kinderen. (Begin van de eeuw waren er veel baanlozen - onder anderen vele werkloze psychologen - dus dat kon gauw geregeld worden...) Op de scholen wordt niet alleen meer geleerd, er wordt ook leuke, nuttige handarbeid verricht en meer gesport. Dit blijkt ook de intellectuele prestaties ten goede te komen.
Trouwens, er is weer zo iets als de oude ambachtschool. Je hebt nu eenmaal mensen die echte doeners zijn en mensen met twee linker handen die echter goed zijn in uitdenken en plannen. De denkers worden niet beter beloond, dus is er niet meer dat gekke verschil tussen intellectuelen en anderen, tussen witte en blauwe boorden, tussen laag- en hoogwaardige arbeid. Die ambachtscholen hebben ook een buurtfunctie, voor reparatie van kleren en spullen en voor de scholing van volwassenen.
Er wordt aan uitgebreide en aantrekkelijke volksopvoeding gedaan. Weer – want die was in het midden van de vorige eeuw vruchtbaar gebleken en door de ‘leerlingen’ zeer gewaardeerd, zowel in socialistische als in christelijke kring. Leren met elkaar omgaan, en contact krijgen met muziek, boeken, theater en andere kunsten en met een stukje van de wereldgeschiedenis en -cultuur.
Rond de eeuwwisseling was het alles kenniseconomie wat de klok sloeg. Daarmee zouden we in de mondiale concurrentie het hoofd boven water kunnen houden. We hebben inderdaad nog wel enkele specialiteiten, technologische toppers waar we trots op zijn. Maar het hele onderwijs, tot en met de universiteiten en wetenschappelijke instituten, werd verder toch gericht op het huidige tijdperk van overleving, geregionaliseerde en solidaire economie en ecologisch en sociaal herstel, mondiaal.
Productie/consumptie
Er wordt stevig ge-ecotaxed, zodat vuile, schadelijke en onnodige producten en processen op de terugtocht zijn. Arbeid werd fiscaal ontlast, gebruik van milieu, energie en materiaal werd sterk belast. Veel meer mensen zijn direct betrokken bij de productie en consumptie voor henzelf, zodat tamelijk schone, streekgebonden kringloopeconomieën zijn ontstaan. (Bijvoorbeeld komt onze ontlasting niet meer in het water maar gaat het na een tijdje het land weer op, als mest. Zo hebben onze voorouders het duizenden jaren lang volgehouden en gebeurde het nog in de meeste gebieden van de wereld. Of de mest wordt gebruikt voor biogas.)
Onze koeien hebben niet meer zulke lange nekken: ze leven niet meer van voer uit Azië en Amerika.... Helemaal streven we nu naar wat meer zelfvoorziening voor zoveel mogelijk producten. Zo zijn de 'cashcrop' producerende landen ook weer aan hun eigen behoeften toegekomen: ze produceren nu weer meer voor de eigen markt. Net zoals onze eigen cashcrops zijn gekalmeerd: bloemen, vlees, zuivel, vis, transport, waterbouw, kunststoffen, chemie.
De overheid wordt gezien als ook een producent, namelijk van vele nuttige en gewaardeerde diensten. Overdreven bureaucratie werd effectief bestreden. Vele com-mercialiseringen van eind vorige eeuw (privatiseringen noemden ze dat: water, energie, spoorwegen, post, gezondheidszorg) zijn teruggedraaid, maar wel meteen omgezet in semi-commerciële bedrijven: zeer efficiënt gemaakt, maar niet om de winst. Prettige sfeer, klant gericht, en er wordt tegelijk flink aangepakt!
Ook de reclame is getemd. Veel TV- en radioreclame, bijvoorbeeld, is consumenten-voorlichting geworden. Het is niet meer zoals vroeger dat de rijkste het hardste kan schreeuwen. Op straat is er ook minder reclame.
De aanbodeconomie werd dus vervangen door een economie afgesteld op de vraag. Het (grote) geld oefent niet langer een eenzijdige druk uit op de bedrijvigheid, domineert niet langer de arbeid. Als een goede fabriek wat minder afzet, gaat 'ie nog niet meteen richting malaise. Integendeel, er wordt weer naar behoefte geproduceerd, niet om de winst. Dus zijn schommelingen in productie en verkoop weer normaal. De werkgelegenheid is geflexibiliseerd (zie onder Werk; een begin werd al gemaakt eind vorige eeuw, met uitzendbureaus en freelancers - toen nog in een verkeerde context, namelijk ter meerdere glorie van het ongeremde, door het geld aangedreven productivisme).
Zo werd ook de kapitaalbeloning geflexibiliseerd. Minder vis gevangen of stoelen verkocht? Dan betaalt de visserman of de stoelenfabrikant hun geldschieters ook minder. Door het wegvallen van de overdreven verdien-druk is de concurrentie weer kalmer geworden en kunnen ondernemers verantwoordelijk ondernemen.
Voor bedrijfskredieten zijn er gemeentelijke, provinciale of nationale commissies waarin ook banken als adviseurs zitten. Die commissies, bestaande uit gekozen volksvertegenwoordigers, geven dus richting aan de economie die aldus gedemocratiseerd werd. Zij gaan ook over de sociale taken (zie onder Werk) waar iedereen een bijdrage aan levert.
Het meeste geld was vroeger het geld dat banken schiepen op basis van kredieten. Voor de rente moest extra geproduceerd worden. Het was een groei-aandrijver. Die bancaire geldschepping werd dus sterk beperkt. Lenen voor consumptieve uitgaven wordt ontmoedigd (banken mogen daar ook geen reclame meer voor maken).
Omdat er streekgebonden, gedecentraliseerde economieën zijn (inclusief spaarkassen, verzekeringsmaatschappijen en pensi¬oenfondsen), blijft het geld veel meer in de eigen streek circuleren, wordt zo de eigen economische bedrijvigheid gestimuleerd en blijft de plaatselijke koopkracht behouden. Buurtbanken worden door de bewoners democratisch bestuurd. Geld is zo van meester dienaar geworden.
De grote verandering was dus dat de economie meer van en voor de mensen werd.
Gezondheid
Het was rond de eeuwwisseling, ondanks verbeteringen, toch slecht gegaan met de lucht- en waterkwaliteit en die van het courante voedsel. Milieuziekten groeiden explosief ('chemische sluipsloop'), omdat ze zo laat herkend en erkend werden. Er was, na de eeuwwisseling, gelukkig onder wetenschappers een soort opstand tegen de milieuverloedering, de sociale ontreddering en de blindheid van de politici ontstaan. De artsen hadden zich het hardst geroerd. Die moesten immers al die milieupatiënten telkens weer proberen op te lappen. Die opstand had als gevolg dat er eindelijk rigoureuze maatregelen kwamen tegen de vervuiling en vergiftiging en dat lucht en water beduidend opknapten. En daarmee de gezondheid van mensen, dieren en planten.
Omdat de haast- en prestatiemaatschappij gekalmeerd was, kwamen stress, burn-outs en depressiviteit – en de daar aan gerelateerde ziekten - veel minder voor.
Begin deze eeuw was alcohol een groeiend probleem geworden (tot en met jongeren die zich in een coma zopen) terwijl ook het getolereerde soft-drugsgebruik enigszins bedorven werd omdat het spul zo sterk werd . Er is toen een grote campagne opgezet om de mensen, en met name de jeugd, weer op een gezonder spoor te krijgen. Dat lukte en ook hierbij speelde de verandering in de maatschappij – iedereen erbij, iedereen gewaardeerd – een grote rol.
Detail: iedereen heeft nu een medisch paspoort waarin ziekten worden bijgehouden, wat er aan haar of hem verdokterd is, hoe zij/hij leeft, werk- en woonomstandigheid e.d. Zo is er een veel beter inzicht gekomen in ziekmakende omstandigheden en kon de preventie veel beter ontwikkeld worden.
Aan de gezondheid van dieren wordt ook steeds meer aandacht gegeven.
Communicatie
Na de eeuwwisseling was er, onder druk van het Grote Geld, nog een verdere verhaasting en schaalvergroting van de bedrijvigheid geprobeerd, met nog meer wegen, nog snellere treinen, nog meer vliegen. Dat is gelukkig allemaal teruggedraaid door de kredietcrisis (2008) en de daarop volgende depressie. Daarbij nog de steeds meer voelbare klimaatontregeling, die 'Klap van Doel' en de oprakende olie. Het opraken van fosfaat en de vermindering van de bijenstand hadden ook de daadkracht voor echte duurzaamheid bevorderd.
Men kwam er ook achter dat je met de elektronische snelwegen wel leuk (en duur) kon communiceren de wereld over, maar dat je ermee nog niet de aardappelen uit de grond en op je bord krijgt. En pas laat besefte men hoeveel energie internet verbruikt.
Ook bemerkte men dat de elektronische spelletjes en de digitale TV wel leuk waren maar in wezen de mensen nog meer passief en geïsoleerd hielden. Op een gegeven ogenblik kwam men weer vanachter de beeldschermen vandaan en ging men overal het 'live' contact herstellen. Nu is er zich een evenwicht aan het vormen in de levens van de mensen tussen 'live' en virtueel.
Het TV-kijken en het gamen werden ook minder door de opkomende activiteiten en verlevendiging van stadswijk en dorp. Deze verlevendiging verminderde ook de behoefte aan vakanties en recreatie ver weg. Bovendien werden radio, TV, krant en elektronische netwerken ècht activerend: na bepaalde programma's en artikelen volgen adressen of worden de mensen opgeroepen elkaar meteen te ontmoe¬ten in het eigen wijk- of dorpscentrum of nabije kroeg en samen aan de slag te gaan met het behandelde onderwerp, als men dat wil.
Kortom
Het is dus echt think globally, act locally. Na de eeuwwisse¬ling was men overal in de wereld gaan begrijpen dat een wereldgemeenschap het best kon ontstaan op basis van, en vanuit, streken die overal enigszins zelfvoorzienend zijn. En juist niet door de arbeidsdeling en de wereldhandel maar steeds verder op te voeren. Zo werd ook de globalisering gekalmeerd en aldus gezonder, met zowel eerlijke als evenwichtige handel.
Door de omslag bij ons en in verschillende andere Europese landen ging men elders in de wereld niet langer het oude 'noordelijke' groei-maar-door en het-kan-niet-op model volgen. Verkwisting werd bestreden. Overal ging de locale economie weer bloeien.
De ‘vergroende’ landen in de wereld – het lijkt alsof de mensen daar in 2030 overal wat tevredener zijn geworden. Competitie, jaloezie, strijd en ellebogenwerk (allemaal beetje normaal, nietwaar) - we houden het binnen de perken van onze gemeenschappen. De gemeenschappen houden ook wedstrijden onder elkaar: wie maakt de lekkerste confituren, wie wint 't met verspringen, wie heeft het slimste computerprogramma gemaakt, welke zonneboiler is het meest effectief, wie maakt het mooiste ontwerp voor een huis e.d. De grafieken over alcohol- en drugsgebruik, vandalisme, zinloos geweld, zelfmoorden en misdaad, die zo sterk opliepen rond de eeuwwisseling, zijn allemaal weer flink aan het dalen.
Heel gewoon: ons bestaan is weer zinvol geworden. We gaan een goede richting op ("Dit is pas het begin!"). En we kunnen allemaal mede vorm geven aan de samenleving en de hele cultuur.
Dromerij? Zoals het nu gaat met onze maatschappij, gaan we snel richting afgrond. Bovendien: veel van de genoemde leukere en slimmere oplossingen bestaan al in de wereld! En vele mensen gaan al in de richting van onthaasting en versobering.
Maar de nieuwe samenleving komt niet vanzelf.
Sluit je aan bij een progressieve natuur- of milieuorganisatie, en word daar actief voor. Of word actief in je wijk of dorp, bijvoorbeeld met transitiontowns. Of in een progressieve partij. Via de kerk of in een levensbeschouwende club die de geschetste richting in wil. In de sociale hoek is er ook genoeg te doen.
Wijzelf dromen van een brede culturele beweging, een beweging voor leven, overleven en samenleven. Buiten-parle¬mentair (want dan niet meteen gekleurd en gebonden aan de korte termijn). Bezielend, inspirerend, moed gevend. Met een intelligente, regio-gebaseerde economie als samenbindende basis.
Wees bereid er iets voor te doen, financieel en/of actief. En verspreid dit verhaal.
Zonder jou is geen verandering mogelijk !
NEDERLAND ANDERS (website in opbouw)
p/a Stichting De Appelboom
Postbus 533
3500 AM Utrecht
ING rekeningnr van de stichting: 74442 (Donaties zeer welkom!)
'Aftrapper' Willem Hoogendijk is oa. auteur van Economie Ondersteboven, een eenvoudig boek voor iedereen met een kritische analyse. € 9 overmaken naar boven vermelde rekening van Stg De Appelboom m.v.v. EO.
Voor het vervolg, De Grote Ommekeer, twee delen met oplossingen: € 14 overmaken m.v.v. DGO.
Artikelen ook aan te vragen, over regionalisering, globalisering en het geldsysteem.
Zie www.aarde.org Aldaar ook een bestellijst.
Recent (2010): Om het Naakte Bestaan (9.95 euro. ISBN 978-90-6224-493-5.). Via de post: 12.60 euro op bovenstaande ING rek. o.v.v. ONB
Krimp een uitkomst
Er is veel te doen over gemeenten die krimpen. Het is inderdaad akelig, die leegloop en de verschraling van de voorzieningen. Er voltrekt zich daar een neerwaartse, zichzelf versterkende spiraal. Men probeert wat tegenkracht te ontwikkelen met huisvesting voor gastarbeiders die hun werk niet al te ver weg hebben, het aldaar stimuleren van tweedehuizenbezit en met de ontwikkeling van natuur, ook voor recreatie.
Wat men nog niet goed beseft, is dat een belangrijke, zo niet de belangrijkste oorzaak van dit proces het vertrek van het geld is, de money drain, de geldemigratie. Geld zoekt het hoogste rendement en dus trekt het geld weg uit de gebieden waar dat niet gevonden wordt. Het spaargeld van de streekbewoners verhuist via de banken naar meer rendabele oorden. Zo ook de huren, de hypotheekrenten en de winsten van supermarkten, winkelketens en bedrijven. De koopkracht daalt, mensen trekken weg. In de kleinere plaats sluiten bibliotheek, disco en voortgezette school. In de grotere stad in de buurt blijven deze voorzieningen (nog) bestaan. Maar van daaruit migreert het geld ook naar ‘betere’ oorden: de Randstad en nog verder de wereld in. Hetgeen de Ierse econoom Richard Douthwaite deed verzuchten: “De kinderen reizen het spaargeld van hun ouders achterna.”
40 jaar geleden al duidde de landschapsecoloog Pieter Schroevers dit veranderingsproces aan met de termen overontwikkeling die dan elders onderontwikkeling veroorzaakt. In de natuur komt dit geregeld voor, maar na enige tijd ontstaat er meestal een nieuw evenwicht. Met het systeem van geld-moet-groeien, de moderne, bancaire geldvermeerdering en de enorme kapitaalsmobiliteit ontstond er een krachtig financieel aan- en wegzuigmechanisme met maar weinig belemmeringen. Wildgroei hier, niet te stoppen verschraling elders.
De voor de handliggende remedie is het proberen te verhinderen dat het geld de bedreigde streek verlaat. Het gaat dan om de ontwikkeling van nieuwe maak- en dienstbedrijvigheid met behulp van regionale investeringen. Er zijn al regionale bankrekeningen waarmee de inleggers de eigen streek willen bevoordelen. Een van de eerste was van de ASN in Oost-Brabant. (U kunt hier een lijntje leggen naar de bekende investeringsmethode van Keynes.) Ook ziet men op vele plaatsen in de wereld de invoering, vaak door de bewoners zelf, van locaal geld, onderlinge verrekeningssystemen of barternetwerken van bedrijven om de eigen bedrijvigheid en de locale koopkracht in stand te houden en te verstevigen. Vooraf hieraan waren er al de bescheiden, vooral stedelijke ruilkringen LETS met behulp waarvan vele gemarginaliseerde mensen zich opeens productief wisten te maken.
Er is nog een interessant aspect. Bij die overontwikkeling, zeg maar de welvaartseconomie met haar dwingende doorgroei en de voor de afzet noodzakelijke overconsumptie, worden steeds meer vraagtekens gezet. De Aarde kreunt steeds luider onder dit geldgedreven productivisme dat ook onmisbare voedsel- en grondstoffenbronnen uitput en ecologische netwerken vernietigt. Bovendien heeft het ook sociaal niet aan de verwachtingen voldaan, en waar dat wel redelijk gelukt is (met het zogenoemde Rijnlandse model) blijken de verworvenheden niet bestand tegen de harde neoliberale eisen die de wereldeconomie van de geldmachten ons oplegt.
Wel nu, de druk van dit productivisme op de krimpgebieden neemt af en daar kunnen die streken juist hun voordeel mee doen. Zij krijgen de ruimte voor het opzetten van sociaal-economische structuren en netwerken, creaties van de burgers zelf die in eigen hand te houden zijn. Tegenover de geglobaliseerde geldverwervingseconomie kunnen overal streekeconomieën opgebouwd worden, gekenmerkt door duurzaamheid, verzorging en gemeenschappelijkheid. Centraal daarin vooral streekgebonden bedrijvigheid – denk ook aan ambachten - die de toekomst niet bederft en waaraan iedereen deelneemt, uiteraard naar vermogen. Werkloosheid kan daar tot een begrip uit het verleden gemaakt worden! De gemeenschappelijkheid wordt bevorderd door die deelname van allen en een rechtvaardige verdeling van de koek, gebaseerd op de gelijke waarde van ieders werk. (Zorgen en leren is ook werk.)
In die gebieden waar nog maar weinig mensen wonen kan men wolven en wisenten onderbrengen, maar beter bijvoorbeeld ecodorpen stichten voor vooral jongeren en jonge gezinnen maar ook ouderen die anders willen leven en werken. Ruraal Frankrijk is vol van gehuchten die gerevitaliseerd zijn door mensen die de economische ratrace en de grootstedelijke drukte en smerigheid de rug toegekeerd hebben. Meteen de zinvolle voorbereiding op het schaars worden van olie, voedsel en materialen, met tegelijk de noodzakelijke drastische verkleining van onze ecologische voetafdruk.
De krimpstreken kunnen aldus gaan voorleven waar geleidelijk steeds meer mensen voor gaan voelen: een minder materialistisch ingestelde, onthaaste, warmere – kortom, meer intelligente samenleving!
Mocht u denken: hoe utopisch!, bezie dan eens de reacties op het huidige systeem die al overal in de wereld als alternatieve oplossingen gerealiseerd zijn. Dit vooral door de bewoners zelf, dus op grassroot niveau, maar ook vanuit de locale en provinciale overheden. Biologische landbouw en stadstuinbouw, locale voedselvoorziening, energieopwekking en recycling, bouwen met materialen uit de regio, buurtzorgcentra en locale kredietcoöperaties, bewegingen als Slow-Food, Slow-Cities en Transitiontowns – kortom, al die positieve, op de toekomst ingestelde ontwikkelingen waarover deze krant zo trouw bericht.
----------------------
Willem Hoogendijk, voorzitter van Stichting Aarde, is milieuactief vanaf 1970 met Aktie Strohalm en daarna met de Stichting Milieueducatie. Hij neemt nu deel aan de Alliantie voor een Fair & Green Deal (platformdse.org) en aan de groep rond het Franse tijdschrift Entropia, geheel gewijd aan krimp.
Wat men nog niet goed beseft, is dat een belangrijke, zo niet de belangrijkste oorzaak van dit proces het vertrek van het geld is, de money drain, de geldemigratie. Geld zoekt het hoogste rendement en dus trekt het geld weg uit de gebieden waar dat niet gevonden wordt. Het spaargeld van de streekbewoners verhuist via de banken naar meer rendabele oorden. Zo ook de huren, de hypotheekrenten en de winsten van supermarkten, winkelketens en bedrijven. De koopkracht daalt, mensen trekken weg. In de kleinere plaats sluiten bibliotheek, disco en voortgezette school. In de grotere stad in de buurt blijven deze voorzieningen (nog) bestaan. Maar van daaruit migreert het geld ook naar ‘betere’ oorden: de Randstad en nog verder de wereld in. Hetgeen de Ierse econoom Richard Douthwaite deed verzuchten: “De kinderen reizen het spaargeld van hun ouders achterna.”
40 jaar geleden al duidde de landschapsecoloog Pieter Schroevers dit veranderingsproces aan met de termen overontwikkeling die dan elders onderontwikkeling veroorzaakt. In de natuur komt dit geregeld voor, maar na enige tijd ontstaat er meestal een nieuw evenwicht. Met het systeem van geld-moet-groeien, de moderne, bancaire geldvermeerdering en de enorme kapitaalsmobiliteit ontstond er een krachtig financieel aan- en wegzuigmechanisme met maar weinig belemmeringen. Wildgroei hier, niet te stoppen verschraling elders.
De voor de handliggende remedie is het proberen te verhinderen dat het geld de bedreigde streek verlaat. Het gaat dan om de ontwikkeling van nieuwe maak- en dienstbedrijvigheid met behulp van regionale investeringen. Er zijn al regionale bankrekeningen waarmee de inleggers de eigen streek willen bevoordelen. Een van de eerste was van de ASN in Oost-Brabant. (U kunt hier een lijntje leggen naar de bekende investeringsmethode van Keynes.) Ook ziet men op vele plaatsen in de wereld de invoering, vaak door de bewoners zelf, van locaal geld, onderlinge verrekeningssystemen of barternetwerken van bedrijven om de eigen bedrijvigheid en de locale koopkracht in stand te houden en te verstevigen. Vooraf hieraan waren er al de bescheiden, vooral stedelijke ruilkringen LETS met behulp waarvan vele gemarginaliseerde mensen zich opeens productief wisten te maken.
Er is nog een interessant aspect. Bij die overontwikkeling, zeg maar de welvaartseconomie met haar dwingende doorgroei en de voor de afzet noodzakelijke overconsumptie, worden steeds meer vraagtekens gezet. De Aarde kreunt steeds luider onder dit geldgedreven productivisme dat ook onmisbare voedsel- en grondstoffenbronnen uitput en ecologische netwerken vernietigt. Bovendien heeft het ook sociaal niet aan de verwachtingen voldaan, en waar dat wel redelijk gelukt is (met het zogenoemde Rijnlandse model) blijken de verworvenheden niet bestand tegen de harde neoliberale eisen die de wereldeconomie van de geldmachten ons oplegt.
Wel nu, de druk van dit productivisme op de krimpgebieden neemt af en daar kunnen die streken juist hun voordeel mee doen. Zij krijgen de ruimte voor het opzetten van sociaal-economische structuren en netwerken, creaties van de burgers zelf die in eigen hand te houden zijn. Tegenover de geglobaliseerde geldverwervingseconomie kunnen overal streekeconomieën opgebouwd worden, gekenmerkt door duurzaamheid, verzorging en gemeenschappelijkheid. Centraal daarin vooral streekgebonden bedrijvigheid – denk ook aan ambachten - die de toekomst niet bederft en waaraan iedereen deelneemt, uiteraard naar vermogen. Werkloosheid kan daar tot een begrip uit het verleden gemaakt worden! De gemeenschappelijkheid wordt bevorderd door die deelname van allen en een rechtvaardige verdeling van de koek, gebaseerd op de gelijke waarde van ieders werk. (Zorgen en leren is ook werk.)
In die gebieden waar nog maar weinig mensen wonen kan men wolven en wisenten onderbrengen, maar beter bijvoorbeeld ecodorpen stichten voor vooral jongeren en jonge gezinnen maar ook ouderen die anders willen leven en werken. Ruraal Frankrijk is vol van gehuchten die gerevitaliseerd zijn door mensen die de economische ratrace en de grootstedelijke drukte en smerigheid de rug toegekeerd hebben. Meteen de zinvolle voorbereiding op het schaars worden van olie, voedsel en materialen, met tegelijk de noodzakelijke drastische verkleining van onze ecologische voetafdruk.
De krimpstreken kunnen aldus gaan voorleven waar geleidelijk steeds meer mensen voor gaan voelen: een minder materialistisch ingestelde, onthaaste, warmere – kortom, meer intelligente samenleving!
Mocht u denken: hoe utopisch!, bezie dan eens de reacties op het huidige systeem die al overal in de wereld als alternatieve oplossingen gerealiseerd zijn. Dit vooral door de bewoners zelf, dus op grassroot niveau, maar ook vanuit de locale en provinciale overheden. Biologische landbouw en stadstuinbouw, locale voedselvoorziening, energieopwekking en recycling, bouwen met materialen uit de regio, buurtzorgcentra en locale kredietcoöperaties, bewegingen als Slow-Food, Slow-Cities en Transitiontowns – kortom, al die positieve, op de toekomst ingestelde ontwikkelingen waarover deze krant zo trouw bericht.
----------------------
Willem Hoogendijk, voorzitter van Stichting Aarde, is milieuactief vanaf 1970 met Aktie Strohalm en daarna met de Stichting Milieueducatie. Hij neemt nu deel aan de Alliantie voor een Fair & Green Deal (platformdse.org) en aan de groep rond het Franse tijdschrift Entropia, geheel gewijd aan krimp.
Europe green and social
Manifesto d’Aix-en-Neige, janvier 2010
For a Europe green, lean and more social
Warning: do not read if not conscious of the extent of the ecological catastrophe.
In 1848 the well-known economist J.S. Mill pleaded for rich societies to follow the example of natural systems: that is a transformation from growing-on mainly quantitively (the pioneer stage) to the climax stage, i.e. stabilizing and going for qualitative development.
In view of the ecological catastrophe, it would be wise for the old continent Europe, which had its glories, to now head for the intelligent phase of frugality and quality. At the same time it could complete its efforts for more equality, for a more just world.
It would mean a partial delinking from the global casino. This would necessitate our countries to make their economies more self-sufficient and have them more relocalized. This could be achieved best by constructing a calmed-down and more intelligent and social domestic economic sector. New economic activity should everywhere substitute the importation of the goods that are still needed even in a much leaner society. Moreover, these activities would mean work for all those now being marginalised plus for all those who will as yet lose their job in the globally-ruled economic sector (i.e. ruled by international corporations, private funds, elites or states and by the E.U and WTO, backed by neo-liberal thinking) where fierce competition, our-sourcing, merging and ratracing will still continue.
Europe should go for the culture of enoughness (Wolfgang Sachs) and turn its back, or some of its back, to the still expanding economies elsewhere (China, India, Bresil) or the economies still wanting to restore growth (Russia, USA), sometimes quite understandably where the partition of the cake is still so inadequate that growth is needed to have the poor also get a tiny share.
Europe surely will remain a travailliste continent, but no longer a productiviste one, in French words. At the same time it will develop culture, civilisation and community life and go for WISDOM. It will consist of regions and together form l’Europe des régions as was the idea of Denis de Rougemont. Among these, there will be moderate and balanced trade (Herman Daly), as with other parts of the world. (No more lop-siding cash-cropping.)
By taking the frugal road, Europe, without playing the schoolmaster, will send an indirect signal into the world: do not follow the suicidal path of ever more material growth (even if including some windgenerators, energy-saving, ecotax and airfilters) that the rich countries until now have taken.
The change proposed, a paradigm-shift, requires our societies to become true communities (Gesellschaften to become Gemeinschaften). Only if people are really together, they can make the big changes needed. Therefore we have to get rid of the remnants of class controversies and the modern differences in income, wealth, participation and religion. The new, frugal Europe will have much less cake, so the urge for everyone’s participation and equal sharing is all the stronger.
Our ecological footprint will be much reduced, and so our attack on the Earth and her resources. And surely, we have to accept that the products we were used to buy in the supermarket may be out of stock. Sometimes empty shelves but busy, green towns and fields full of useful and creative activity. Everywhere a regional, more safe and resilient supply of food. The economy of supply, yes of pushing, will be replaced by the old one based on demand, a demand remaining within the ecological limits. As for the money-system, of course it will be changed from master to servant.*
Today, the economies of the rich countries, whether in crisis or not, are causing such ecological and social disruption that their net result has already been very negative for a long time. (Some ecologists say: as from the middle of the 19th century, i.e. as from the massive use of fossil fuels.) Europe’s task now is to calm its economies down, with far less production and a strongly reduced and more intelligent consumption. From a high to a much lower level of entropy. Through this, we would achieve de-growth which in turn should factually mean a step towards … real growth. And, moreover, a step towards greater human dignity and a more advanced civilisation. A human civilisation also taking good care of all other living creatures.
Let’s turn the credit crunch and the resulting depression into a blessing! Let us stop being mere consumers but become producers of our own lives, of the life of our community and of a more green and just Europe and world. The change will be a liberation movement, freed from the compulsion or striving to grow and from pushing capitals or states. A move towards a life-saving economic paradigm-shift. The economy no longer ruining the Earth and brought more into the hands of the people. Regenerating enthusiasm, energy and a perspective in our lives. For the European countries to take the lead!
For my friends and relations in Ecoropa, Voor de Verandering/Platform DSE and around the French review on de-growth Entropia. Willem Hoogendijk** wh@aarde.org
Post-script
Of course this cannot be achieved in the democratic-political way. At least not quickly. The metamorphosis (Edgar Morin) first would need sensibilization and education of the public at large (which takes time and, moreover, will surely be crossed and ridiculized by the popular media). The drive should come from a large extra-parliamentary movement of all people de bonne volonté.
Another but related point: the level of comfort and material wealth in that frugalized, ‘empoverished’ Europe will be much lower than we are now used to. Can it provide for the current system of care for sick and old people? Should we continue to try to get ever older thanks to medical ingenuity and – often costly – means? Or should we go for a paradigm-shift, a real metamorphosis: participative activity as well and long as we can (according to our individual possibility, of course. Like our ancestors.), and have a happier, more fulfilled life that may last shorter than we are used to now? If we come in a position that we must choose, we should better use our means to make our youngsters (now often subject to parental neglect, to hasty and career-focussed education and to commerce) healthy and educated.
To be discussed:
The incorporation (by dislocation?) of our megapoles in the green, ‘kitchengarden’-economy.
The need for, nevertheless, some regulation of populations (cf. China).
The problem of immigration. (Will a leaned Europe, but without unemployment, become more or less or too attractive?)
The military aspect. (People will point out that Europe, with far less, or even no longer any, military activity, will still count on the defence by other nations, e.g. the USA.)
* A demand-economy would require the flexibilization of the remuneration of capital and for many workers a diversification of jobs: i.e. one or more sources of income besides their main job. See:
** The Economic Revolution (1991), and article in the French review Entropia nr. 7.
For a Europe green, lean and more social
Warning: do not read if not conscious of the extent of the ecological catastrophe.
In 1848 the well-known economist J.S. Mill pleaded for rich societies to follow the example of natural systems: that is a transformation from growing-on mainly quantitively (the pioneer stage) to the climax stage, i.e. stabilizing and going for qualitative development.
In view of the ecological catastrophe, it would be wise for the old continent Europe, which had its glories, to now head for the intelligent phase of frugality and quality. At the same time it could complete its efforts for more equality, for a more just world.
It would mean a partial delinking from the global casino. This would necessitate our countries to make their economies more self-sufficient and have them more relocalized. This could be achieved best by constructing a calmed-down and more intelligent and social domestic economic sector. New economic activity should everywhere substitute the importation of the goods that are still needed even in a much leaner society. Moreover, these activities would mean work for all those now being marginalised plus for all those who will as yet lose their job in the globally-ruled economic sector (i.e. ruled by international corporations, private funds, elites or states and by the E.U and WTO, backed by neo-liberal thinking) where fierce competition, our-sourcing, merging and ratracing will still continue.
Europe should go for the culture of enoughness (Wolfgang Sachs) and turn its back, or some of its back, to the still expanding economies elsewhere (China, India, Bresil) or the economies still wanting to restore growth (Russia, USA), sometimes quite understandably where the partition of the cake is still so inadequate that growth is needed to have the poor also get a tiny share.
Europe surely will remain a travailliste continent, but no longer a productiviste one, in French words. At the same time it will develop culture, civilisation and community life and go for WISDOM. It will consist of regions and together form l’Europe des régions as was the idea of Denis de Rougemont. Among these, there will be moderate and balanced trade (Herman Daly), as with other parts of the world. (No more lop-siding cash-cropping.)
By taking the frugal road, Europe, without playing the schoolmaster, will send an indirect signal into the world: do not follow the suicidal path of ever more material growth (even if including some windgenerators, energy-saving, ecotax and airfilters) that the rich countries until now have taken.
The change proposed, a paradigm-shift, requires our societies to become true communities (Gesellschaften to become Gemeinschaften). Only if people are really together, they can make the big changes needed. Therefore we have to get rid of the remnants of class controversies and the modern differences in income, wealth, participation and religion. The new, frugal Europe will have much less cake, so the urge for everyone’s participation and equal sharing is all the stronger.
Our ecological footprint will be much reduced, and so our attack on the Earth and her resources. And surely, we have to accept that the products we were used to buy in the supermarket may be out of stock. Sometimes empty shelves but busy, green towns and fields full of useful and creative activity. Everywhere a regional, more safe and resilient supply of food. The economy of supply, yes of pushing, will be replaced by the old one based on demand, a demand remaining within the ecological limits. As for the money-system, of course it will be changed from master to servant.*
Today, the economies of the rich countries, whether in crisis or not, are causing such ecological and social disruption that their net result has already been very negative for a long time. (Some ecologists say: as from the middle of the 19th century, i.e. as from the massive use of fossil fuels.) Europe’s task now is to calm its economies down, with far less production and a strongly reduced and more intelligent consumption. From a high to a much lower level of entropy. Through this, we would achieve de-growth which in turn should factually mean a step towards … real growth. And, moreover, a step towards greater human dignity and a more advanced civilisation. A human civilisation also taking good care of all other living creatures.
Let’s turn the credit crunch and the resulting depression into a blessing! Let us stop being mere consumers but become producers of our own lives, of the life of our community and of a more green and just Europe and world. The change will be a liberation movement, freed from the compulsion or striving to grow and from pushing capitals or states. A move towards a life-saving economic paradigm-shift. The economy no longer ruining the Earth and brought more into the hands of the people. Regenerating enthusiasm, energy and a perspective in our lives. For the European countries to take the lead!
For my friends and relations in Ecoropa, Voor de Verandering/Platform DSE and around the French review on de-growth Entropia. Willem Hoogendijk** wh@aarde.org
Post-script
Of course this cannot be achieved in the democratic-political way. At least not quickly. The metamorphosis (Edgar Morin) first would need sensibilization and education of the public at large (which takes time and, moreover, will surely be crossed and ridiculized by the popular media). The drive should come from a large extra-parliamentary movement of all people de bonne volonté.
Another but related point: the level of comfort and material wealth in that frugalized, ‘empoverished’ Europe will be much lower than we are now used to. Can it provide for the current system of care for sick and old people? Should we continue to try to get ever older thanks to medical ingenuity and – often costly – means? Or should we go for a paradigm-shift, a real metamorphosis: participative activity as well and long as we can (according to our individual possibility, of course. Like our ancestors.), and have a happier, more fulfilled life that may last shorter than we are used to now? If we come in a position that we must choose, we should better use our means to make our youngsters (now often subject to parental neglect, to hasty and career-focussed education and to commerce) healthy and educated.
To be discussed:
The incorporation (by dislocation?) of our megapoles in the green, ‘kitchengarden’-economy.
The need for, nevertheless, some regulation of populations (cf. China).
The problem of immigration. (Will a leaned Europe, but without unemployment, become more or less or too attractive?)
The military aspect. (People will point out that Europe, with far less, or even no longer any, military activity, will still count on the defence by other nations, e.g. the USA.)
* A demand-economy would require the flexibilization of the remuneration of capital and for many workers a diversification of jobs: i.e. one or more sources of income besides their main job. See:
** The Economic Revolution (1991), and article in the French review Entropia nr. 7.
Abonneren op:
Posts (Atom)